Nina Polak, Gebrek is een groot woord

Beoordeling: 1 ster

Ik had nog geen tijd gevonden om mijn leeservaring bij Gebrek is een groot woord op te schrijven. En nu ik er een paar weken later aan toe kom, kan ik me het boek niet eens zo goed herinneren. En dat zegt misschien veel over mijn leeservaring: ik vond het een nogal nietszeggend boek dat ik halverwege heb weggelegd.

En dat terwijl ik zo enthousiast begon. Begin 2020 was ik met mijn leerlingen bij het Literair Café Helmond met Nina Polak en Marieke Lucas Rijneveld. Ik kocht de boeken van beide auteurs en waar Rijneveld helemaal nieuw was, kende ik Polak al van haar werk voor De Correspondent. Maar de roman is mij erg tegengevallen.

Het thema eenzaamheid wordt je als lezer wel heel voelbaar gemaakt. Je voelt je heel alleen terwijl het boek aan je voorbij trekt. Geen moment voel je je verbonden met de hoofdpersoon of één van de andere personages in het boek. Wat de hoofdpersoon meemaakt boeide me ook geen moment, dus na verloop van tijd heb ik het boek maar weggelegd. Jammer.

A.L.G. Bosboom-Toussaint, Het huis Lauernesse

Beoordeling: 2 sterren

Het huis Lauernesse is een negentiende-eeuwse roman in de traditie van boeken waarbij grote politieke of maatschappelijke gebeurtenissen ingrijpen op het leven van gewone mensen. Dat geldt ook voor Mariken van Nimwegen waarbij Mariken wordt verdreven doordat haar tante geraakt is door de gebeurtenissen rond de graven van Gelre of Het huis van de moskee waarbij de omwentelingen in Perzië ingrijpen op één familie.

Maar Het huis Lauernesse is wel duidelijk een boek uit een andere tijd, uit een andere leescultuur. Het doet me erg denken aan Pride & prejudice dat ik heb moeten lezen voor mijn master 19e-eeuwse literatuur. Te traag, te saai, te veel uitleg. Het is niet mijn soort boek.

En dat ondanks de interessante religieuze disputen en het feit dat ik bijvoorbeeld Klaasje Zevenster dat eenzelfde soort inslag heeft wel erg kon waarderen.

Menno ter Braak, Demasqué der schoonheid

Beoordeling: 4 sterren

Het is altijd interessant om primaire bronnen te lezen. Lezen over de Vorm-en-ventdiscussie is interessant, een bron lezen van een van de deelnemers in die discussie voegt écht wat toe aan je kennis én gevoel bij dat moment in de literatuurgeschiedenis. Demasqué der schoonheid maakt goed duidelijk hoe Menno ter Braak tegen de literatuur aankeek.

Het boek is zeer leesbaar, zelfs na 100 jaar, al zijn niet alle voorbeelden nog herkenbaar voor een moderne lezer. Iedereen met enige interesse in literatuurgeschiedenis zou dit boekje moeten lezen!

F. Bordewijk, Fantastische vertellingen (deel 1)

Beoordeling: 1 ster

Ondanks de titel Fantastische vertellingen vond ik ze alles behalve fantastisch. Terwijl ik Karakter geweldig vond, Bint, Knorrende beesten en Blokken erg goed en Tijding van ver niet zo, loopt het enthousiasme voor Bordwijk in mijn leven langzaam terug. Het is dan ook niet onlogisch dat bepaalde boeken uit zijn oevre nog veel worden gelezen en anderen minder. Laat deze in elk geval maar links liggen.

Gerrit Borgers, Jurriaan Schrofer, Simon Vinkenoog en Ellen Warmond, De beweging van vijftig

Beoordeling: 3 sterren

De bundel De beweging van vijftig is samengesteld door een aantal schrijvers uit die tijd. In 1972 kijken zij terug op de ontwikkelingen van ruim 20 jaar ervoor en dat levert een leerzame en leuke bundel op vol beeldmateriaal. Leuk om eens door te bladeren en interessant voor de liefhebber.

Alex Boogers, Alleen met de goden

Beoordeling: 4 sterren

Alleen met de goden is al vaker de Joe Speedboot van dit decennium genoemd. Dat komt niet alleen doordat het gaat over iemand die in de vechtsport terecht komt (bij Wieringa’s boek was het armworstelen), maar doordat het boek Miyamoto Musashi’s tekst over de tweevoudige weg van de samoerai als uitgangspunt neemt. Waar Joe Speedboot een betrekkelijk licht boek is, is de thematiek van Alleen met de goden veel zwaarder.

Daarbij heeft Boogers er voor gezorgd dat de kickboxgevechten symbolisch mooi zijn verwerkt in het boek: het zijn de briljante momenten waar de gedachtes van de hoofdpersoon, de hoogtepunten van zijn sportcarrière en de dieptepunten in zijn leven samenkomen. En dat zonder dat het gekunsteld overkomt.

Naast Joe Speedboot zie ik ook veel raakvlakken met De helaasheid der dingen. Ook Alleen met de goden is een prachtig boek over een jongen die het moeilijk heeft in het leven en zich een weg omhoog vecht. Een jongen die je graag een knuffel zou willen geven en met wie je meeleeft gedurende het hele boek.

Manuel van Loggem, Insecten in plastic (boekenweekgeschenk 1952)

Beoordeling: 4 sterren

Insecten in plastic is, zeker voor een boek uit 1952, zeer leesbaar. Het is een mooi compact verhaal waarin je wordt meegenomen, ook al is het een nogal vervreemdende ervaring. Ook is het, met de kennis van nu, opvallend dat de praktijken uit de Stasi-gevangenis al in dit boek voorspeld lijken te worden. Het feit dat Van Loggem een psycholoog is, kan dat uiteraard verklaren.

Data volgens Somtoday en Magister? Mijn reactie.

Onderwijspodcast.nl heeft een gesprek gevoerd met Somtoday en Magister over de rol van deze platforms in het onderwijs. Vanuit mijn ervaring met beide bedrijven en mijn ideeën over ontwikkeldata in de hele keten van 0 tot 88 enkele observaties uit dit gesprek met Heleen van der Laan (Magister) en Bert Thijs de Jong (Somtoday).

Wat lees je hieronder?

  • Magister en Somtoday zien scholen als eindgebruiker en eigenaar van de data. Maar zijn zij dat wel?
  • Beide bedrijven werken wel aan uitwisselingsstandaarden, maar vanuit welke visie doen ze dat? Blijft het systeem dan niet in stand? En moet de overheid daar niet een grotere rol pakken?
  • Zijn deze bedrijven niet bang voor de individuele gebruiker? Voor de leerling?
  • Hoe moet het dan wel: een gestandaardiseerde structuur voor de hele onderwijs- en arbeidsmarktketen. Decentraal en met de leerling als eindgebruiker.

Wie is de eindgebruiker?

Allereerst valt het mij op, met name in de gebruikte metaforen, dat beide bedrijven nooit spreken over de leerling. Het gaat in alles over de school als eigenaar en eindgebruiker van de data die de bedrijven beheren. Zo wordt door Somtoday gesproken over de stellingkast waar scholen hun data in bewaren. De school doet het kastje open en kan de data gebruiken. Een andere metafoor die Somtoday gebruikt is dat zij één kluis voor de data als basis gebruiken, als fundament waar flexibel applicaties op gebruikt kunnen worden. En Magister spreekt over de school als eigenaar van de data in alle gevallen. Magister verwerkt deze gegevens en geeft ze terug aan de eindgebruiker(!).

Maar is de school wel de eigenaar? Daarover zo meteen meer. Los van die fundamentele vraag, suggereren beide bedrijven dat ze geen marktmacht hebben, dat de school altijd aan het roer staat. Maar dat is natuurlijk niet waar. Om de metafoor van de stellingkast eens verder uit te pluizen: die stellingkast waar de school zijn data in kan opslaan en de leerlingen en ouders inzage hebben, staat wel in een zwaarbeveiligd pand beheerd door Magister of Somtoday. Om toegang te krijgen tot mijn data moet ik langs deze poortwachters. En voor die toegang wordt een flink bedrag gevraagd en bij Magister is daar de laatste weken ook stevige ophef over

Uitwisselingsstandaarden

Als je dan zou willen overstappen, is een uitwisselingsstandaard nodig en ook daarover wordt in de podcast gesproken. In Nederland is geen centrale standaard, zoals die er in de VS en het VK wel is. Beide bedrijven zitten aan divers overlegtafels, maar werken ook aan een eigen standaard. Somtoday is daar het meest expliciet in.

Maar wil je dat? Een standaard ontwikkeld door een marktpartij? Vergelijk het met Maersk dat in het containertransport een nieuwe standaard wilde neerzetten. Het was moeilijk om concurrenten te overtuigen gebruik te maken van een systeem gebouwd door de concurrent.

Het alternatief is samen organiseren en beide bedrijven zien dat als een hoger goed. Maar dat leidt tot overlegtafels, jarenlange gesprekken en weinig resultaat. Somtoday vraagt zelfs letterlijk om overheidssturing op dit punt.

Daarnaast is dit systeem gebouwd vanuit de wensen en problemen die een bedrijf als Somtoday heeft. Vanuit de instituties in de onderwijsketen dus. Daarmee is zo’n standaard dus niet gericht op het ontwrichten of veranderen van de markt, maar op de oplossingen voor de problemen van vandaag.

Angst voor het individu

De onderliggende problematiek lijkt de angst voor het individu, de angst voor de eindgebruiker. Waarom niet die ruwe data geven aan de leerling? Waarom is díé niet de eigenaar en eindgebruiker maar de school? Waarom moet de data er vooral op gericht zijn stuurinformatie te genereren voor scholen (Magister)? Of waarom op het beantwoorden van de juiste onderzoeksvragen, mede door de business intelligence medewerkers van Somtoday?

Magister stelt zelfs dat als je ad hoc ruwe data uit het systeem beschikbaar maakt, er zorgen over de continuïteit en stabiliteit van het systeem ontstaat. Omdat het individu dingen kan doen met het systeem die jij niet van te voren hebt bedacht. Omdat het individu zijn data kan meenemen uit jouw systeem. Maar waarom richten we dat niet in?

Wat dan wel?

We moeten toe naar een nieuwe architectuur. Waarbij de data verbonden zijn aan het individu. Op de eerste plek waar iemand het systeem binnenkomt worden gegevens vastgelegd. Vaak zal dat de gemeentelijke basisadministratie zijn, maar dat kan ook bij een bank of een register gebeuren. Dat wordt de startplek (digitale identiteit) waar iemands data is gekoppeld aan de echt wereld. En elke keer als er in een proces data worden gegenereerd, worden deze aan die digitale identiteit toegevoegd of ze worden verwijderd of gewijzigd. Zo kunnen organisaties zich richten op de processen waar ze goed in zijn, ontstaat een veiligere (GDPR-proof) omgeving en kunnen we via een servicelaag administratieve en ICT-lasten terugdringen.