Manuel van Loggem, Insecten in plastic

Beoordeling: 4 sterren

Insecten in plastic is, zeker voor een boek uit 1952, zeer leesbaar. Het is een mooi compact verhaal waarin je wordt meegenomen, ook al is het een nogal vervreemdende ervaring. Ook is het, met de kennis van nu, opvallend dat de praktijken uit de Stasi-gevangenis al in dit boek voorspeld lijken te worden. Het feit dat Van Loggem een psycholoog is, kan dat uiteraard verklaren.

Annejet van der Zijl, Leon & Juliette (boekenweekgeschenk 2020)

Beoordeling: 4 sterren

Bij elk boek van Annejet van der Zijl is het de vraag: is het een literair werk. Dat is ook bij het boekenweekgeschenk van 2020 het geval. Leon en Juliette vertelt het verhaal van een onmogelijke liefde in het zuiden van de VS in de 19e eeuw.

Bij dit verhaal en deze periode past het alwetende perspectief heel erg goed. De toon van een prettige geschiedenisdocente die je dit verhaal vertelt is fijn. Een leuk boek en een erg leuk boekenweekgeschenk.

Hildebrand, Camera Obscura

Beoordeling: 4 sterren

Ik heb in 2006 mijn masterscriptie geschreven over het boek Camera Obscura van Hildebrand. En uiteraard heb ik het boek toen gelezen, maar sindsdien niet meer. En het leek me nu een leuk moment om dat weer eens te doen. Met alle kennis en ervaring die ik sinds mijn afstuderen heb opgedaan eens dat boek herlezen.

En het viel me niet tegen: veel kende ik nog, wist ik nog of herkende ik. Wel ontdekte ik dat ik destijds de wat beperktere oudere samenstelling had gelezen en niet de uitgebreide variant. Die latere toevoegingen van Beets zijn ook niet allemaal even goed. Met name de portretten aan het einde zijn niet zijn beste werk. Maar het blijft (zeker in zijn tijd) een goed boek.

Coen Brummer & Daniël Boomsma, De canon van het sociaal-liberalisme

Beoordeling: 4 sterren

De canon van het sociaal-liberalisme is een leuk boek dat mij een stuk historie biedt bij de andere boeken die ik al over D66 las, zoals Langs de afgrond en Tussen ideaal en illusie. Je krijgt een mooi beeld van de grote lijn in de ontwikkeling van het sociaal-liberalisme. De eindredactie heeft gezorgd voor een zeer leesbare stijl die goed is doorgetrokken in de volledige bundel, ondanks de grote lijst auteurs die heeft bijgedragen.

Het enige minpunt van deze bundel is het feit dat het een dwarsdoorsnede die geen compleet beeld geeft. Het zijn momenten uit de geschiedenis, een beetje zoals bij Nederlandse Literatuur: een geschiedenis. Het levert interessante lijnen op, maar het is geen complete geschiedenis.

Inger Leemans & Gert-Jan Johannes, Worm en Donder

Beoordeling:

Het is lang geleden dat ik een deel van de Nederlandse Literatuurgeschiedenis gelezen heb. Het krijgen van kinderen maakt dat je minder tijd hebt om je op dit soort dikke pillen te storten. Het helpt wel nu deze boeken als e-book worden aangeboden via DBNL. Het neemt toch een stuk makkelijker mee in de trein op weg naar mijn werk.

Ik vond dit deel zeer leesbaar en interessant. In 2003 maakte ik kennis met de achttiende eeuw via de onvolprezen André Hanou. Het is (en dat benoemt Worm en donder ook) een eeuw met een wat flets literair imago. En dit boek helpt wel behoorlijk goed om dat beeld te kantelen.

Een belangrijk deel daarin is de opbouw van het boek: de thematische opbouw en de compacte samenvattingen aan het einde de hoofdstukken maken het een prettig te lezen boek.

Het is mooi om te zien hoe de samenstellers van thema naar thema springen en je als lezer meenemen door de eeuw. En mijn beeld van de 18e eeuw is ook goed bijgesteld op een aantal punten. Zo ervaar ik Bilderdijk in de geschiedschrijving als een 19e-eeuwse schrijver, maar ik ontdekte door Worm en donder, dat Kinker ongeveer even oud was en die is voor mij duidelijk 18e-eeuws. Met die bril naar het werk van Bilderdijk kijkend, snap ik mijn reactie op zijn literatuur ook beter.

In de rest van deze recensie zal ik de verschillende hoofdstukken kort bespreken:

De inleiding geeft een goede uitleg over de opzet en inhoud van het boek. Het eerste hoofdstuk steekt (zoals meer delen uit de reeks) eerst algemeen in. Het geeft een mooie beeld van wat literatuurgeschiedenis is: het maakt je ervan bewust dat ook de literatuurgeschiedenisschrijving een concept is dat duidelijke grenzen en constructies kent. Ook de vraag wat literatuur is komt voorbij. De laatste paragraaf is leuk en leerzaam als je ziet welke rol politiek en jouralistiek hadden in de taalontwikkeling. Maar past dit bij een literatuurgeschiedenis? Ja, taalontwikkeling speelt ook een rol in de literatuur, maar het past wat mij betreft meer bij een taalkundeboek. 2 –> boekgeschiedenis zelf niet zo gehad in mijns tudie, dus interessant, ook in vorige delen al

Hoofdstuk 2 laat mooi zien dat kwantitatief onderzoek ook steeds meer deel van de humaniora wordt. Dat wordt in dit hoofdstuk mooi gecombineerd met het Panpoëticon, wat veel meer een concreet object is vol met anekdotes. Het werkt bijna als een canonvenster of de stukken in het Rijksmuseum. Ook het beeld en zelfbeeld van schrijfsters is een fijne paragraaf.

Hoofdstuk 3 is een leerzaam en contextrijk hoofdstuk waarin je als lezer in de tijdschriftenopgang, ontwikkeling van de verschillende genootschappen en de kritiekontwikkeling fijn wordt meegenomen. Er wordt op een prettige manier ingezoomd op concrete schrijvers als Wyerman en Van Swaanenburg, maar altijd in de grote lijn. Ik heb veel geleerd en mijn beeld is flink genuanceerd.

De laatste paragraaf van hoofdstuk 3 en de eerste van hoofdstuk 4 gaan beide over toneel: dat is wel wat lang. De rest van het boek is veel afwisselender van opzet. Toneel viel altijd een beetje buiten mijn blikveld en dat maakt de informatie wel leerzaam en interessant, maar er zit ook nogal wat herhaling in (is mijn gevoel in elk geval). Voor een naslagwerk fijn, bij ononderbroken lezing minder prettig.

De rest van het hoofdstuk is bijna even fijn als hoofdstuk 3: goed geschreven en erg leerzaam. Het heeft mij een veel gedetailleerder inzicht gegeven in de opkomst van de roman. Die ontwikkelingen gaan veel verder dan Sara Burgerhart, Cornelia Wildschut en wat andere romans die ik had gelezen. Zo is het sentimentalisme langs mij heen gegaan in het verleden en die kennis heb ik nu wel. Dat geldt ook voor mijn kennis van Van Alphen: ik ken Van Alphen uiteraard van zijn kinderpoëzie. Ik laat mijn leerlingen daar elk jaar een onderzoekje naar doen in vwo 5. Maar ik wist niet dat hij ook een groot poëzietheoreticus was. Een zeer interessant hoofdstuk.

Na hoofdstuk 3 en 4 wordt het langzaamaan wat minder. Hoofdstuk 5 gaat mij wat te lang door op een wat specialistisch onderdeel. Met name paragraaf 5.2 (Hofdichten) ging wat te diep wat mij betreft. Ook rondom de fysicotheologie gaat het wat diep en wordt de kernboodschap iets te vaak herhaald. Gelukkig wordt hoofdstuk 6 weer wat interessanter: egodocumenten en kinderliteratuur. Deze minder specialistische onderwerpen zijn sowieso wat toegankelijker, maar ook de vele mooie voorbeelden en de schrijfwijze maken dit hoofdstuk makkelijker verteerbaar.

Hoofdstuk 7 is misschien wel het interessantste hoofdstuk uit Worm en donder. Dat heeft voor mij met name te maken met de algemene lijnen door de eeuw heen die hier worden getrokken. Ik ben een generalist en houdt van de grote ontwikkelingen in de geschiedenis. ‘De ander’ in tijd en ruimte behelst o.a. het Imaginaire Reisverhaal, een genre dat mij altijd erg heeft aangesproken.

Daarna loopt het rap af met mijn enthousiasme voor dit boek. Specialistische items als het Bijbelse epos (8.1), Psalmberijming en daarna in hoofdstuk 9 de relatie tussen macht en literatuur staan te ver af van onze wereld om inhoudelijk interessant te blijven. Hoofdstuk 8 heeft daarbij wel de plus dat het goed leesbaar geschreven is en veel beeldender (o.a. het psalmenbrullen en de paalworm) dan hoofdstuk 9. Dat heb ik dan ook grotendeels overgeslagen: te specifiek, te gedetailleerd en het leest niet fijn.

Het slothoofdstuk hecht het boek mooi af: goede samenvatting van wat er gebeurde in de 18e eeuw en de grote lijnen in de ontwikkeling worden helder. Al met al een zeer mooi, rijk, leerzaam boek. Het overgrote deel is goed leesbaar en concreet en helpt je om een goed beeld te krijgen van deze toch best interessante eeuw.

Dumbo (regie: Tim Burton)

Beoordeling: 4 sterren

De Tim Burtonversie van Dumbo sluit op een bepaalde manier mooi aan bij de originele Disneyversie. Maar Burton heeft ook flink wat ingrepen gedaan in het verhaal.

De sfeer in de film is fantastisch, laat dat maar aan Burton over. En met die sfeer en het acteerwerk en de vormgeving, maakt hij de ingrepen in het verhaal wel goed. Want de ingrepen zijn niet allemaal echte verbeteringen. Toch is het verhaal, als je het op zichzelf bekijkt, mooi en aangrijpend. Leuke film!

Black Panther (regie: Ryan Coogler)

Beoordeling: 4 sterren

Het superheldengenre bekijk ik altijd op zijn meritus. Nee, die films halen het niet bij The pianist of The shawshank redemption, maar datzelfde geldt voor James Bond.

Black Panther is een mooie film: de verhaallijn is mooi en sluit goed aan bij de maatschappelijke discussies in met name de VS op dit moment. Dat maakt kunstuitingen in mijn ogen altijd extra sterk: als ze een relatie aangaan met de wereld buiten de kunst. Maar los daarvan is de film mooi vormgegeven, goed gespeeld en boeiend.

How to train your dragon 1 en 2 (regie: Dean DeBlois)

Beoordeling: 4 sterren

Nadat Daan en ik eerder dit jaar het derde deel van Hoe tem je een draak zagen, moesten we natuurlijk ook het eerste en tweede deel kijken. In deze recensie behandel ik beide delen.

De eerste film is meestal de beste en wordt de rest minder. Dat is in dit geval niet zo. De films zitten allemaal op een ontzettend hoog niveau en hoewel het verhaal volgens een bekend “De goede afloop vertragen”-patroon verloopt, waarbij richting het einde het dieptepunt zit wat betreft het doel van de hoofdpersoon.

Maar voor beide films geldt dat de graphics goed zijn, het verhaal mooi in elkaar zit, de personages (zowel de draken als de mensen) zijn goed uitgewerkt en je kunt lekker anderhalf uur meeleven buiten onze realiteit. En bij de doelgroep slaat de film helemaal goed aan, want we hebben de laatste verjaardag van Daan heel wat actiefiguren van How to train your dragon aangeschaft.

101 dalmatiërs (regie: Clyde Geronimi & Hamilton Luske)

Beoordeling: 4 sterren

Ik heb al veel Disney-films gezien de laatste jaren en 101 dalmatiërs is een van de leukere. Het is een boeiend verhaal, de tekeningen zijn mooi en de karakters zijn sterk en typisch Disney. Waarom dan vier sterren? Omdat films als The lion king of Frozen nóg beter zijn.