Mooie zinnenboek – Hieronymus van Alphen over talent

“De genie is de voorraad-schuur, waar in de ideaalen voor de schoone voordbrengsels opgesloten liggen. Maar de hand die deze ideaalen polijst, er het gedrogtelijke uit weg neemt, en ze tot een schoon geheel vormt, is eigenlijk de genie niet, maar het oordeel en de smaak; dezen nu worden zekerlijk verfijnd door de theorie, vooral als die wijsgeerig behandeld wordt […].”

Mooie zinnenboek – Sjoerd Kuyper over kinderen en vluchtelingen

“Misschien moeten vluchtelingen die hier komen wonen niet integreren, dacht ik. Als je mensen dwingt om te integreren, dwing je ze om zoveel moois weg te gooien! Dat weet ik, want als je mij dwingt te integreren, gooi je ook zo’n beetje alle moois van mij weg, serieus. Alles wat ik heb gelezen moet ik dumpen om mee te kunnen doen met anderen die niets hebben gelezen. Kun je nagaan wat mensen uit andere culturen moeten dumpen en vergeten voor ze mee mogen doen. En dat komt dus nooit meer terug. Dat is voor eeuwig verdwenen.”

“Mensen die een kind zonder probleem hebben, schamen zich kapot, ze willen er allemaal een met een rugzakje. Straks zorgt de evolutie ervoor dat er alleen nog rugzakjes geboren worden, alleen als je pech hebt zit er een kind aan vast.”

Uit: Sjoerd Kuyper, Bizar

Mooie zinnenboek – Jan Terlouw, Vrijheid & Dictatuur

Vrijheid
Als je vrij bent lijkt het vanzelfsprekend.
Je mist het pas als je het ontbeert,
en wie het je ontnam propageert
dat vrijheid gehoorzaamheid betekent.
Wie ademhaalt vindt dat niet bijzonder.
Bij ademnood ga je het pas waarderen,
het zuurstofapparaat kan het je leren.
Ongehinderd ademen dat is een wonder.

Wie vrijheid kent en koestert en behoedt,
die ademt waarlijk met gezonde longen.
De vreugde van de wet worde bezongen,
want vrijheid in gebondenheid is goed.
Je bent echt vrij wanneer je ongedwongen
naar eigen keuze doen kunt wat je moet.

Dictatuur
Domheid en macht, doodenge vrienden,
aartsvijanden van rede en recht.
Grote hekel aan openbaarheid,
want die verdraagt onwaarheden slecht.
Domheid en macht, eenmaal tezamen,
is het een kracht die je moeilijk doorbreekt.
Die, dat is zo dikwijls gebleken,
continu onrechtvaardigheid kweekt.

Zorg dat die twee elkaar niet omarmen,
en bewaak met veel energie,
met alle middelen die je kunt vinden,
de rechtsstaat, de grondwet, de democratie.

Jan Terlouw (1931)
uit: Gedichte gedachten (2018)

Mooie zinnenboek – Satya Nadella

In zijn boek Hit refresh gebruikt Satya Nadella de volgende formule voor het bouwen aan vertrouwen:

E + SV+ SR = T/t

Empathy + Shared values + Safety and Reliability = Trust over time

En dat is de basis voor mij om blockchain te willen inzetten voor het onderwijs. We moeten empathisch zijn richting de probleemeigenaar. Vanuit gezamenlijke waarden in het werkveld waar de probleemeigenaar zit kun je vanuit gezamenlijke waarden met een goedgebouwde computercode veel veiligheid en betrouwbaarheid toevoegen. En dat levert vertrouwen op.

Voorbeeld: een leerling heeft geen greep op zijn onderwijsresultaten (probleemeigenaar) en alle onderwijsaanbieders in welke vorm dan ook willen leerlingen zo goed mogelijk ondersteunen in hun persoonlijke groei. Daarvoor is veiligheid nodig (wie kan gegevens gebruiken) en betrouwbaarheid nodig (waar staan gegevens voor, wie heeft deze vastgesteld), maar dat levert samen met voldoende meetmomenten in de tijd vertrouwen op voor de toekomst.

Mooie zinnenboek: de gedichten van Charivarius

Afbeeldingsresultaat voor charivariusVandaag enkele gedichten van Charivarius die mij erg aanspraken. Alle zijn afkomstig uit zijn bundel “Ruize-rijmen”.

LEVENSWIJSHEID.
Opwekkend woord aan een knaap, die door zijn eindexamen is.

Hartelijk geluk, mijn jongen!
’t eindexamen is voorbij!
En zoo treed je vol verwachting
in de bonte maatschappij.
Nu geef ik j’ in deze reeglen
een kwartiertje „Levensles,”
Volg mijn raad — dit Vademecum
voert u verder naar ’t succes.
Zorg de menschen nooit te hindren,
zachtheid leer je nooit te vroeg,
Want er is, geloof me, jongen,
heusch al narigheid genoeg.
Zeg geen mensch ooit cru de waarheid,
ook al heeft hij het verdiend;
Als ie ’r eens ’n keer niet bij is,
ku’ j’ t’ eens „hebben over” ’n vriend.
Dan begin je zóó b.v.:
„’t Is ’n héél geschikte vent,
Maar……” en dan ku’ j’ alles zeggen,
zonder dat j’ onhartlijk bent.
Schrijf wat ieder graag wil lezen,
zeg wat ieder hooren wil;
Als je ’t harte dringt tot spreken,
wees dan wijs, en houd je stil.
Kom je op een ministerie,
in het leger, op ’t kantoor,
Wees beminnelijk voor je meerdren,
daar zijn ze je meerdren voor.
Tapt de kapitein een mopje,
ook al hoorde je t’ al meer,
Zet dan een gezicht als was het
voor de allereerste keer.
Is ’t niet aardig, — en je weet niet
waar je eiglijk lachen moet,
Dan begin je maar te schaatren
als je ziet dat ’n ander ’t doet.
Ga je in den handel, wees dan
eerlijk; dat ’s, zooals je weet,
Wat in ’t algemeen gesproken
in den handel eerlijk heet.
God krijgt nu weer wat te zeggen,
ook op politiek gebied;
Doe dus wat aan Godsdienst (Zondags —
door de week dan hoeft het niet).
Zorg ook dat je met „vooruitgang”
en „sociale nooden” schwärmt,
Maar je stemt (doe ’t maar wat stiekum)
wie je duiten ’t best beschermt.
Scheld geweldig op de Joden;
dat strijdt niet met je fatsoen;
Doe ze na, of zoo — dat ku’ j’ in
ieder net gezelschap doen.
Hoor je van ’n louche zaakje,
zeg dan — dat klinkt altijd goed —
Dat je vindt „dat ieder zoo iets
voor zichzelf maar weten moet.”
Heb je geld, wees dan liefdadig,
dat maakt j’ algemeen bemind;
Maar geef nimmer zooveel, dat je ’r
zelf den last van ondervindt.
Laat je kiezen in bestuurtjes
op ’t gebied van Kunst of Staat;
Veel hoef j’ er niet van te weten,
als j’ er maar wat veel van praat.
De gemeenplaats moet je eeren,
streef niet naar oorspronkelijkheid;
In je termen, in je beeldspraak,
volg de mode van je tijd.
Volg angstvallig iedre mode,
imiteer de „upper ten,”
Doe wat „men doet,” zeg wat „men zegt,”
buig het hoofd voor Koning MEN.
Wor je humorist, bedenk dan,
dat je duidlijk, „dik” moet zijn;
Geef de menschen niet te denken,
werk is werk, en gijn is gijn.
Eer — met vrouwlief — reine zeden,
spot thuis nooit met overspel,
Breng haar, als ze er ’s om wil lachen,
naar den schouwburg; daar mag ’t wèl.
Wees niet maklijk in je oordeel,
doe gerust wat aan kritiek,
Als je maar bij ’t kritiseeren
de kritiek volgt van ’t publiek.
Doe niet wat je zelf het best vindt,
daarin schuilt een groot gevaar;
Wat de menschen zullen zeggen,
richt je daar uitsluitend naar.
Wees een man van ’t juiste midden,
dan wor j’ algemeen geacht,
Menschen van karakter, jongen,
hebben ’t nooit heel ver gebracht……
Zie, hier heb j’ ’n handvol lessen,
leer ze en breng ze in praktijk,
Eenmaal zal je — vrees ik — zeggen:
Charivarius had gelijk.WAT MOET MIJN ZOON WORDEN?
Leiddraad bij de keuze van een ambt of betrekking.De liberale zoon spreekt:
„De schoonste vinding van den tijd is — niet ’t blanco artikel,
Noch d’auto, noch d’electrisch’, in ’t geheel zelfs geen vehikel,
Noch vliegmachine, of bioscoop-met-grammophoon-er-bij,
Die vinding is… de Christelijk-historische partij.
’t Zit zoo. Wanneer ik een of ander baantje in ’t verschiet zie,
Dan denk ik dad’lijk aan d’ onmisb’ren steun der coalitie.
Ik word niet Roomsch. Dat gaat me wel een beetje àl te ver.
En ’k word ook niet, dat snap je, antirevolutionair.
Dat is zoo boersch, zoo „witte dasch”. Dan kan ik niet meer meegaan,
Wanneer mijn vrienden naar de Schouwburg, Flora, of Carré gaan,
Dan mag ik ’s Zondags niet meer voetbal, bridge of hockey spelen,
Dan moet ik tweemaal in de kerk me zitten te vervelen.
Neen. ’k Leen een bijbel van een vriend; die lees ’k zoo wat cursorisch,
’k Ga eens per maand ter kerk. Dan ben ik Christelijk-historisch.
Ik ben niet fel, ik kom niet in de hitte des gevechts,
Ik zorg dat ’k niemand aanstoot geef: ik word „gematigd rechts.”
Ik mag dan alles blijven doen, wat ’k deed in het verleden.
Mijn vrienden lachen mij niet uit. Ik blijf me netjes kleeden,
En ’t is zoo erg niet, als ’k ’s een ondeugend mopje tap.
Ik houd niet van muziek, en daarom steun ’k door lidmaatschap:
(Ik was nu lid van Toonkunst, waar ik toch nooit hene ging)
De Christelijke-Oratorium-Vereeniging.
’k Behoef niet door afwezigheid op ’t voetbalveld te schitteren,
Ik mag naar bals gaan, ’s Zondags tenn’sen, bridgen zelfs, en bitteren.
En ’k ben vol hoop op goed succes. De toekomst lacht mij tegen:
Nu kan ’k weer soll-citeeren met gegronde hoop op zegen!
„Wat moet mijn jongen worden?” vraagt een vader, categorisch,
Het antwoord is eenvoudig, dunkt me: „Christelijk-historisch.”

DE TREINEN ZIJN OP TIJD.
Jubelzang, ter tijdelijke vervanging van het Volkslied.

„Een forens schrijft ons: De stroom van ingezonden stukken is gestremd, de golf van boosheid is gezakt. De treinen vertrekken weer op tijd. Ze komen weer op tijd aan.” — Hbl.
Wien Neerlandsch bloed door d’ aadren vloeit,
Van vreemde smetten vrij,
Wie ’t eeuwige gezeur verfoeit
Der Spoorwegmaatschappij,
Hij stemm’, met mij vereend van zin,
Vervuld van dankbaarheid,
Geestdriftig dezen juichkreet in:
De treinen zijn op tijd! (bis)
Geen ingezonden stukken meer,
Sarcastisch, fel en bits,
Wij hebben het vertrouwen weer
In onzen spoorweggids.
De cijfertjes, zij liegen niet,
Maar geven zekerheid,
oo klinke dan ons daavrend lied:
De treinen zijn op tijd! (bis)
Wanneer de slaperige forens,
Uit ’t zoele bed gejaagd,
(Er is waarschijnlijk wel geen mensch,
Die d’ arme niet beklaagt!)
Niet langer uren op ’t station
Moet wachten, bleek van nijd,
Dan juicht hij, dansend op ’t perron:
De treinen zijn op tijd! (bis)
En wie j’ ook met den trein verwacht,
Wanneer j’ aan d’ „Uitgang” staat,
Je vrouw, naar wie je hunkrend smacht,
Je bruid, je broer, je maat,
Je partner, je patroon, je klant,
Je goedgezinde meid……
J’ hebt geen minuut te wachten, want
De treinen zijn op tijd! (bis)
Het reizen wordt weer een genot,
’t Is niet meer als voorheen,
Toen iedre „sneltrein” — bitt’re spot! —
Een sloome boemel scheen.
Wij komen aan op ’t juiste uur,
Het treinwee zijn we kwijt,
Hiep, hiep, hoera! voor ’t spoorbestuur,
De treinen zijn op tijd! (bis)