Inger Leemans & Gert-Jan Johannes, Worm en Donder

Beoordeling:

Het is lang geleden dat ik een deel van de Nederlandse Literatuurgeschiedenis gelezen heb. Het krijgen van kinderen maakt dat je minder tijd hebt om je op dit soort dikke pillen te storten. Het helpt wel nu deze boeken als e-book worden aangeboden via DBNL. Het neemt toch een stuk makkelijker mee in de trein op weg naar mijn werk.

Ik vond dit deel zeer leesbaar en interessant. In 2003 maakte ik kennis met de achttiende eeuw via de onvolprezen André Hanou. Het is (en dat benoemt Worm en donder ook) een eeuw met een wat flets literair imago. En dit boek helpt wel behoorlijk goed om dat beeld te kantelen.

Een belangrijk deel daarin is de opbouw van het boek: de thematische opbouw en de compacte samenvattingen aan het einde de hoofdstukken maken het een prettig te lezen boek.

Het is mooi om te zien hoe de samenstellers van thema naar thema springen en je als lezer meenemen door de eeuw. En mijn beeld van de 18e eeuw is ook goed bijgesteld op een aantal punten. Zo ervaar ik Bilderdijk in de geschiedschrijving als een 19e-eeuwse schrijver, maar ik ontdekte door Worm en donder, dat Kinker ongeveer even oud was en die is voor mij duidelijk 18e-eeuws. Met die bril naar het werk van Bilderdijk kijkend, snap ik mijn reactie op zijn literatuur ook beter.

In de rest van deze recensie zal ik de verschillende hoofdstukken kort bespreken:

De inleiding geeft een goede uitleg over de opzet en inhoud van het boek. Het eerste hoofdstuk steekt (zoals meer delen uit de reeks) eerst algemeen in. Het geeft een mooie beeld van wat literatuurgeschiedenis is: het maakt je ervan bewust dat ook de literatuurgeschiedenisschrijving een concept is dat duidelijke grenzen en constructies kent. Ook de vraag wat literatuur is komt voorbij. De laatste paragraaf is leuk en leerzaam als je ziet welke rol politiek en jouralistiek hadden in de taalontwikkeling. Maar past dit bij een literatuurgeschiedenis? Ja, taalontwikkeling speelt ook een rol in de literatuur, maar het past wat mij betreft meer bij een taalkundeboek. 2 –> boekgeschiedenis zelf niet zo gehad in mijns tudie, dus interessant, ook in vorige delen al

Hoofdstuk 2 laat mooi zien dat kwantitatief onderzoek ook steeds meer deel van de humaniora wordt. Dat wordt in dit hoofdstuk mooi gecombineerd met het Panpoëticon, wat veel meer een concreet object is vol met anekdotes. Het werkt bijna als een canonvenster of de stukken in het Rijksmuseum. Ook het beeld en zelfbeeld van schrijfsters is een fijne paragraaf.

Hoofdstuk 3 is een leerzaam en contextrijk hoofdstuk waarin je als lezer in de tijdschriftenopgang, ontwikkeling van de verschillende genootschappen en de kritiekontwikkeling fijn wordt meegenomen. Er wordt op een prettige manier ingezoomd op concrete schrijvers als Wyerman en Van Swaanenburg, maar altijd in de grote lijn. Ik heb veel geleerd en mijn beeld is flink genuanceerd.

De laatste paragraaf van hoofdstuk 3 en de eerste van hoofdstuk 4 gaan beide over toneel: dat is wel wat lang. De rest van het boek is veel afwisselender van opzet. Toneel viel altijd een beetje buiten mijn blikveld en dat maakt de informatie wel leerzaam en interessant, maar er zit ook nogal wat herhaling in (is mijn gevoel in elk geval). Voor een naslagwerk fijn, bij ononderbroken lezing minder prettig.

De rest van het hoofdstuk is bijna even fijn als hoofdstuk 3: goed geschreven en erg leerzaam. Het heeft mij een veel gedetailleerder inzicht gegeven in de opkomst van de roman. Die ontwikkelingen gaan veel verder dan Sara Burgerhart, Cornelia Wildschut en wat andere romans die ik had gelezen. Zo is het sentimentalisme langs mij heen gegaan in het verleden en die kennis heb ik nu wel. Dat geldt ook voor mijn kennis van Van Alphen: ik ken Van Alphen uiteraard van zijn kinderpoëzie. Ik laat mijn leerlingen daar elk jaar een onderzoekje naar doen in vwo 5. Maar ik wist niet dat hij ook een groot poëzietheoreticus was. Een zeer interessant hoofdstuk.

Na hoofdstuk 3 en 4 wordt het langzaamaan wat minder. Hoofdstuk 5 gaat mij wat te lang door op een wat specialistisch onderdeel. Met name paragraaf 5.2 (Hofdichten) ging wat te diep wat mij betreft. Ook rondom de fysicotheologie gaat het wat diep en wordt de kernboodschap iets te vaak herhaald. Gelukkig wordt hoofdstuk 6 weer wat interessanter: egodocumenten en kinderliteratuur. Deze minder specialistische onderwerpen zijn sowieso wat toegankelijker, maar ook de vele mooie voorbeelden en de schrijfwijze maken dit hoofdstuk makkelijker verteerbaar.

Hoofdstuk 7 is misschien wel het interessantste hoofdstuk uit Worm en donder. Dat heeft voor mij met name te maken met de algemene lijnen door de eeuw heen die hier worden getrokken. Ik ben een generalist en houdt van de grote ontwikkelingen in de geschiedenis. ‘De ander’ in tijd en ruimte behelst o.a. het Imaginaire Reisverhaal, een genre dat mij altijd erg heeft aangesproken.

Daarna loopt het rap af met mijn enthousiasme voor dit boek. Specialistische items als het Bijbelse epos (8.1), Psalmberijming en daarna in hoofdstuk 9 de relatie tussen macht en literatuur staan te ver af van onze wereld om inhoudelijk interessant te blijven. Hoofdstuk 8 heeft daarbij wel de plus dat het goed leesbaar geschreven is en veel beeldender (o.a. het psalmenbrullen en de paalworm) dan hoofdstuk 9. Dat heb ik dan ook grotendeels overgeslagen: te specifiek, te gedetailleerd en het leest niet fijn.

Het slothoofdstuk hecht het boek mooi af: goede samenvatting van wat er gebeurde in de 18e eeuw en de grote lijnen in de ontwikkeling worden helder. Al met al een zeer mooi, rijk, leerzaam boek. Het overgrote deel is goed leesbaar en concreet en helpt je om een goed beeld te krijgen van deze toch best interessante eeuw.

Paul Biegel, ik wou dat ik anders was

Ik heb in het verleden al eerder werk van Paul Biegel gelezen. Niet alles vond ik even goed. En ook Ik wou dat ik anders was vind ik niet zo leuk. Het is een nogal voorspelbaar boek, omdat Anders de tafel van 7 aan het leren is en daardoor weet je precies waar je in de spanningsboog zit.

Bovendien is het verhaal van een jongetje dat iets voor school moet leren en in een insectenwereld terecht komt wel erg bekend… Ik heb het boek uit, maar daar is dan ook alles mee gezegd.

Jacobus Bellamy, Gezangen mijner jeugd

Beoordeling: 2 sterren

De gedichten van Jacobus Bellamy zijn voor ons bijna onleesbaar geworden. P.J. Buijnsters die de uitgave verzorgde die ik las, stelt dat ook al in de inleiding bij het werk:

Slechts weinige van de 57 Gezangen Mijner Jeugd -waaronder Aan de Maane (nr. 11) en Het gebrek in Chloris – bewaren tot op deze dag iets van de charme en esprit die de bekoring van de rococo-anakreontiek uitmaken. Literair-historisch bezien is de bundel echter om meer dan een reden interessant

P.J. Buijnsters

En dat is precies hoe je deze bundel moet lezen: als literair-historisch geïnteresseerde lezer die met de noten en inleiding wat leert over deze periode in de literatuur. Maar om het plezier van de poëzie? Nee, dat niet.

Anna Hubert van Beusekom, Piepkuikentje

Beoordeling: 3 sterren

Piepkuikentje is een typisch en best wel leuk meidenboek uit de vooroorlogse periode. Het is leerzaam voor de lezer van nu om een beeld te krijgen van van het leven van burgermeisjes uit de betere standen. Maar dat leven van die meisjes was niet zo heel spannend. Dit verhaal lijkt in een lange lijn boeken te liggen zoals ik me Pride & Prejudice herinner: de meiden mogen niet zoveel en het gaat enkel over de jongens. Een aardig boek dat ondanks zijn bijna 100 jaar wel snel weg las.

Marjan Berk, Nooit te oud!

Beoordeling: 2 sterren

Tja, soms heb je van die boeken of schrijfsters waarvan je een boek in je collectie hebt die je niet direct zelf zou uitkiezen. Maar je wilt als docent en geïnteresseerde in literatuur wil je je horizon ook wel eens verbreden. Maar deze horizon hoef ik niet meer over.

Nooit te oud is niet spannend opgebouwd, ik kan met niet inleveren, is niet mooi geschreven, heeft een raar onverwacht einde; het enige fijne was dat het snel las en dus ook weer snel uit was. En voor die moeite, een tweede ster.

Abdelkader Benali, De stem van mijn moeder

Beoordeling: 3 sterren

Abdelkader Benali schrijft doorgaans mooie boeken. Soms ook mindere. De stem van mijn moeder is wat dit betreft een mooie middenmoter. De lichte toon van vertellen is erg prettig en past wat mij betreft goed bij wat ik van hem heb gezien bij ons op school.

Maar het probleem met dit boek is dat het nergens schuurt. En dat de vader nooit sprong is nogal voorspelbaar. Het boek leert je mooie mensen kennen die met de zachte blik van de verteller worden beschouwd, maar dat levert geen spetterende literatuur op.

Rutger Bregman, De meeste mensen deugen

Ik ben al enkele jaren lid van de Correspondent en vaak vind ik de artikelen interessant, de houding soms pedant en arrogant, maar bij vlagen is men briljant. Rutger Bregman was dat allemaal in het filmpje van Davos 2019, maar in het laatste boek is hij eigenlijk alleen maar briljant.

De meeste mensen deugen is één van de beste boeken die ik in járen heb gelezen. Dat zou deels kunnen komen, omdat het mijn beeld van de wereld bevestigt; dat vinden mensen natuurlijk sowieso heel fijn om te lezen. Maar ik ga mijn vijf sterren niet alleen wijten aan de confirmation bias.

Het sluit ook aan bij ontwikkelingen die er elders te zien zijn, bij voorbeelden nog los van de voorbeelden uit het boek. Zo kreeg ik enkele jaren geleden een workshop over het School Wide Positive Behavior System: SWPBS. Daarin wordt aangegeven dat je als docent nu heel veel tijd besteedt aan negatief gedrag. Maar als je goed gaat kijken werkt 80% van de leerlingen ‘gewoon’ mee in de klas, 15% heeft een zetje nodig en die laatste 5% kost veel extra aandacht en energie. Terwijl die 5% nu vaak 80% van je beeld en aandacht vraagt.

De meeste mensen deugen leest bovendien heel snel, er worden gave (en bekende) onderzoeken besproken waarbij zowel het onderzoek als de weerleggingen uitgebreid aandacht krijgen. Ook de voorbeelden in de latere hoofdstukken zetten je wereldbeeld op een mooie manier in een ander perspectief. Het ultieme omdenkboek dat iedereen zou moeten lezen!

Kees van Beijnum, De oesters van Nam Kee

Beoordeling: 3 sterren

Van Oesters van Nam Kee heb ik jaren geleden al de film gezien. En eindelijk kwam ik toe aan het lezen van het boek. En mijn beoordeling in sterren bij boek en film is gelijk. Dat ligt echter aan iets anders dan bij de film. Ja, ook in het boek zit expliciete seks, maar doordat het boek veel meer context heeft, is dat minder nadrukkelijk aanwezig; minder gericht op effectbejag bij de kijker/lezer.

Nee, bij Oesters van Nam Kee als boek is mijn probleem dat we wat te lang in het hoofd van Berry blijven zitten. Het verhaal heeft een spanningsboog die langzaam opgebouwd wordt: we weten dat Berry vastzit, na een tijdje ook waarom, maar de vraag hoe hij daar gekomen is blijft het spannende element. Maar die spanningsboog wordt wat lang opgerekt, waardoor ik in het midden van het boek mezelf er echt even doorheen moest slepen.

Dus het is een aardig boek met een interessant verhaal, maar geen briljant boek. Het grappige is ook dat het boek bijna niet meer op boekenlijsten voorkomt in de bovenbouw van havo en vwo. En dat zegt vaak wat over de uiteindelijke kwaliteit van een boek, in elk geval op het vlak van de spanning.

Sjoerd Kuyper, Bizar

Beoordeling: 4 sterren

Bizar van Sjoerd Kuyper heeft een interessant uitgangspunt: een meisje dat alleen maar boeken heeft gelezen tot nu toe moet het echte leven in. Zijn manier van schrijven is leuk, de stijl lijkt bijna op volwassenen gericht.

Het sarcasme, de maatschappijkritiek, is mooi verweven in het verhaal. Het uitgangspunt van het boek biedt Kuyper een mooi perspectief op de werkelijkheid.

Wat minder was aan het boek is de bizar lelijke kaft en enkele rare formuleerfouten die er door de uitgever niet uitgehaald zijn. Zo staat op bladzijde 44: ” Donnie kan zijn weer tent uit.”. Tot slot wordt het verhaal wordt door alle gedachtespinsels ook nog wel eens wat opgehouden.