Ernest van der Kwast, Mama Tandoori

Beoordeling: 3 sterren

Mama tandoori is een paar jaar geleden flink gehypet en dat is ook niet helemaal voor niets. Het is een leuk, makkelijk leesbaar en zeer humoristisch boek. De structuur van de losse verhalen is prima van opzet en je ontdekt zelf de lijntjes.

Waarom dan toch geen 5 sterren? Omdat het boek ook niet beklijft. De verhalen blijven niet altijd van begin tot eind boeiend en na het lezen van het boek leg je het weg, zonder dat het wezenlijk iets met je heeft gedaan. En die lijntjes liggen er soms wat dik bovenop.

Er is van Mama Tandoori een mooi hoorspel gemaakt (onder andere te vinden in de Parel Radio Podcast: https://www.nporadio1.nl/podcasts/parel-radio/126526-137-mama-tandoori-drama) van een uur: dat sprak mij meer aan dan het boek. Goed bewerkt en het versterkt de sfeer van het verhaal.

Mano Bouzamour, De belofte van Pisa

Beoordeling: 1 ster

Veel leerlingen lezen De belofte van Pisa. Dus ja, dan moet je er als docent ook aan geloven. En ik zie heus wel wat leerlingen (met name leerlingen met een migratieachtergrond) aantrekt in dit boek. Maar die aantrekkingskracht zit hem vooral in de oppervlakte van het verhaal, van de inleving in het hoofdpersonage. Maar veel verder dan dat gaat het niet.

Want wat een saai boek: het is een aaneenrijging van anekdotes, zonder diepere lijn, zonder grootser verband en voor mij ook zonder spanning. Het taalgebruik is gemaakt literair: vol opvallende metaforen en overbodige bijvoeglijke naamwoorden om de nietszeggende zinnen op te leuken. Nee, geen boek voor mij.

Koos Meinderts e.a., De schelmenstreken van Reinaert de Vos

Beoordeling: 5 sterren

Dit boek over Reinaert de Vos lees je niet vanwege het verhaal. Koos Meinderts heeft een leuke bewerking gemaakt van het middeleeuwse verhaal, maar daar gaat het bij dit boek niet om.

Het fantastische van dit boek is dat er bij elk hoofdstuk een andere illustrator gevraagd is de kapitaal en de afbeelding bij het hoofdstuk te maken. Al die prachtige tekenstijlen bij elkaar is een feestje. Niet voor niets DWDD boek van de maand geweest en niet voor niets vijf sterren van mij 🙂

Marieke Lucas Rijneveld, De avond is ongemak

Beoordeling: 5 sterren

In de pauze van het literair café in Helmond in januari kocht ik bij de Ganzeveer in de foyer De avond is ongemak van Marieke Lucas Reijneveld. En wat een goede aankoop was dat. Het boek over Jas levert een pijnlijk beeld op van een gezin dat uit elkaar valt na het overlijden van haar broer.

De fantasiewereld en kinderblik van Jas maken dat je de vertraagde implosie van vader en moeder ziet ontstaan, nog voor Jas het ziet. Dat geeft je als lezer aan de ene kant het gevoel dat het boek wat traag gaat, maar het einde van het boek past zo pijnlijk mooi bij het verhaal dat het geheel van het boek je nog enkele dagen bijblijft.

Daarnaast is de taal van Rijneveld prachtig. Er zijn observaties en formuleringen die zo ingelijst kunnen worden.

Coen Brummer & Daniël Boomsma, De canon van het sociaal-liberalisme

Beoordeling: 4 sterren

De canon van het sociaal-liberalisme is een leuk boek dat mij een stuk historie biedt bij de andere boeken die ik al over D66 las, zoals Langs de afgrond en Tussen ideaal en illusie. Je krijgt een mooi beeld van de grote lijn in de ontwikkeling van het sociaal-liberalisme. De eindredactie heeft gezorgd voor een zeer leesbare stijl die goed is doorgetrokken in de volledige bundel, ondanks de grote lijst auteurs die heeft bijgedragen.

Het enige minpunt van deze bundel is het feit dat het een dwarsdoorsnede die geen compleet beeld geeft. Het zijn momenten uit de geschiedenis, een beetje zoals bij Nederlandse Literatuur: een geschiedenis. Het levert interessante lijnen op, maar het is geen complete geschiedenis.

Alfred Birney, De tolk van Java

Beoordeling: 2 sterren

Ik begon heel enthousiast aan dit boek. Maar het duurde en duurde en duurde. Het boek bevat vele herhalingen, vele zijpaden, veel, veel, veel. En ja, daar zit heel veel moois bij. Maar zoals een basisschooljuf het zo mooi uitdrukte toen ze stopte in de klas van mijn dochter: ijsjes zijn erg lekker. Maar als je er te veel van eet, word je er toch ziek van.

En zo is dat met De tolk van Java ook. Het is een prachtig boek waarbij ik de eerste 100 pagina’s verslond en vervolgens met steeds meer tegenzin verder las tot ik het boek uiteindelijk zelfs (voorlopig) heb weggelegd. Misschien lees ik het nog wel eens uit, maar eerst even bijkomen van een te volle maag.

J.M.A. Biesheuvel, De verpletterende werkelijkheid

Beoordeling: 1 ster

Ik ga nog even door in mijn rijtje niet zo positieve recensies. Nu zelfs een boek met één ster. De verhalenbundels van Biesheuvel zijn altijd verwarrend, maar deze is wel zo verwarrend dat ik deze na enkele verhalen gedesillusioneerd terzijde heb gelegd. Ik kan er helaas helemaal niets mee. En dat is jammer, want ik weet dat hij voor mij aansprekend werk kan schrijven, zoals Een overtollig mens.

René Kneyber en Dorien Zevenbergen, De sluipende crisis

Beoordeling: 5 sterren

De sluipende crisis is een zeer leesbaar boek. Het biedt vele inzichten en is goed onderbouwd. Kneyber en Zevenbergen nemen je als lezer in grote stappen mee door de de problematieken die spelen in het onderwijsveld in de afgelopen decennia. Het geeft mij een goede basis om te zien de dingen die ik zie gebeuren in mijn school(omgeving) en het onderwijs in brede zin ergens aan op te hangen.

Willem Bilderdijk, De ondergang der Eerste Wareld

In De ondergang der Eerste Wareld vult Bilderdijk een relatief korte episode uit de Bijbel over de tijd vlak voor Noach aan tot volledige verhalen. Het verhaal blijft echter erg dun, wollig geformuleerd en het algemene publiek nu (en misschien toen ook wel) heeft te weinig kennis van de Bijbels geschiedenis om het verhaal goed te kunnen volgen.

Inger Leemans & Gert-Jan Johannes, Worm en Donder

Beoordeling:

Het is lang geleden dat ik een deel van de Nederlandse Literatuurgeschiedenis gelezen heb. Het krijgen van kinderen maakt dat je minder tijd hebt om je op dit soort dikke pillen te storten. Het helpt wel nu deze boeken als e-book worden aangeboden via DBNL. Het neemt toch een stuk makkelijker mee in de trein op weg naar mijn werk.

Ik vond dit deel zeer leesbaar en interessant. In 2003 maakte ik kennis met de achttiende eeuw via de onvolprezen André Hanou. Het is (en dat benoemt Worm en donder ook) een eeuw met een wat flets literair imago. En dit boek helpt wel behoorlijk goed om dat beeld te kantelen.

Een belangrijk deel daarin is de opbouw van het boek: de thematische opbouw en de compacte samenvattingen aan het einde de hoofdstukken maken het een prettig te lezen boek.

Het is mooi om te zien hoe de samenstellers van thema naar thema springen en je als lezer meenemen door de eeuw. En mijn beeld van de 18e eeuw is ook goed bijgesteld op een aantal punten. Zo ervaar ik Bilderdijk in de geschiedschrijving als een 19e-eeuwse schrijver, maar ik ontdekte door Worm en donder, dat Kinker ongeveer even oud was en die is voor mij duidelijk 18e-eeuws. Met die bril naar het werk van Bilderdijk kijkend, snap ik mijn reactie op zijn literatuur ook beter.

In de rest van deze recensie zal ik de verschillende hoofdstukken kort bespreken:

De inleiding geeft een goede uitleg over de opzet en inhoud van het boek. Het eerste hoofdstuk steekt (zoals meer delen uit de reeks) eerst algemeen in. Het geeft een mooie beeld van wat literatuurgeschiedenis is: het maakt je ervan bewust dat ook de literatuurgeschiedenisschrijving een concept is dat duidelijke grenzen en constructies kent. Ook de vraag wat literatuur is komt voorbij. De laatste paragraaf is leuk en leerzaam als je ziet welke rol politiek en jouralistiek hadden in de taalontwikkeling. Maar past dit bij een literatuurgeschiedenis? Ja, taalontwikkeling speelt ook een rol in de literatuur, maar het past wat mij betreft meer bij een taalkundeboek. 2 –> boekgeschiedenis zelf niet zo gehad in mijns tudie, dus interessant, ook in vorige delen al

Hoofdstuk 2 laat mooi zien dat kwantitatief onderzoek ook steeds meer deel van de humaniora wordt. Dat wordt in dit hoofdstuk mooi gecombineerd met het Panpoëticon, wat veel meer een concreet object is vol met anekdotes. Het werkt bijna als een canonvenster of de stukken in het Rijksmuseum. Ook het beeld en zelfbeeld van schrijfsters is een fijne paragraaf.

Hoofdstuk 3 is een leerzaam en contextrijk hoofdstuk waarin je als lezer in de tijdschriftenopgang, ontwikkeling van de verschillende genootschappen en de kritiekontwikkeling fijn wordt meegenomen. Er wordt op een prettige manier ingezoomd op concrete schrijvers als Wyerman en Van Swaanenburg, maar altijd in de grote lijn. Ik heb veel geleerd en mijn beeld is flink genuanceerd.

De laatste paragraaf van hoofdstuk 3 en de eerste van hoofdstuk 4 gaan beide over toneel: dat is wel wat lang. De rest van het boek is veel afwisselender van opzet. Toneel viel altijd een beetje buiten mijn blikveld en dat maakt de informatie wel leerzaam en interessant, maar er zit ook nogal wat herhaling in (is mijn gevoel in elk geval). Voor een naslagwerk fijn, bij ononderbroken lezing minder prettig.

De rest van het hoofdstuk is bijna even fijn als hoofdstuk 3: goed geschreven en erg leerzaam. Het heeft mij een veel gedetailleerder inzicht gegeven in de opkomst van de roman. Die ontwikkelingen gaan veel verder dan Sara Burgerhart, Cornelia Wildschut en wat andere romans die ik had gelezen. Zo is het sentimentalisme langs mij heen gegaan in het verleden en die kennis heb ik nu wel. Dat geldt ook voor mijn kennis van Van Alphen: ik ken Van Alphen uiteraard van zijn kinderpoëzie. Ik laat mijn leerlingen daar elk jaar een onderzoekje naar doen in vwo 5. Maar ik wist niet dat hij ook een groot poëzietheoreticus was. Een zeer interessant hoofdstuk.

Na hoofdstuk 3 en 4 wordt het langzaamaan wat minder. Hoofdstuk 5 gaat mij wat te lang door op een wat specialistisch onderdeel. Met name paragraaf 5.2 (Hofdichten) ging wat te diep wat mij betreft. Ook rondom de fysicotheologie gaat het wat diep en wordt de kernboodschap iets te vaak herhaald. Gelukkig wordt hoofdstuk 6 weer wat interessanter: egodocumenten en kinderliteratuur. Deze minder specialistische onderwerpen zijn sowieso wat toegankelijker, maar ook de vele mooie voorbeelden en de schrijfwijze maken dit hoofdstuk makkelijker verteerbaar.

Hoofdstuk 7 is misschien wel het interessantste hoofdstuk uit Worm en donder. Dat heeft voor mij met name te maken met de algemene lijnen door de eeuw heen die hier worden getrokken. Ik ben een generalist en houdt van de grote ontwikkelingen in de geschiedenis. ‘De ander’ in tijd en ruimte behelst o.a. het Imaginaire Reisverhaal, een genre dat mij altijd erg heeft aangesproken.

Daarna loopt het rap af met mijn enthousiasme voor dit boek. Specialistische items als het Bijbelse epos (8.1), Psalmberijming en daarna in hoofdstuk 9 de relatie tussen macht en literatuur staan te ver af van onze wereld om inhoudelijk interessant te blijven. Hoofdstuk 8 heeft daarbij wel de plus dat het goed leesbaar geschreven is en veel beeldender (o.a. het psalmenbrullen en de paalworm) dan hoofdstuk 9. Dat heb ik dan ook grotendeels overgeslagen: te specifiek, te gedetailleerd en het leest niet fijn.

Het slothoofdstuk hecht het boek mooi af: goede samenvatting van wat er gebeurde in de 18e eeuw en de grote lijnen in de ontwikkeling worden helder. Al met al een zeer mooi, rijk, leerzaam boek. Het overgrote deel is goed leesbaar en concreet en helpt je om een goed beeld te krijgen van deze toch best interessante eeuw.