Jan Engelman, Tuin van Eros

Beoordeling: 2 sterren

Ik kende Jan Engelman nog niet voor deze bundel en ik denk ook niet dat ik na het lezen van deze bundel snel weer iets van hem uit de kast zou pakken. Ik vind zijn poëzie, hoewel ik kan zien wat anderen erin aantrekt, niet zo goed. En als zowel de vormkeuze niet je voorkeur heeft, als de erotische inhoud in élk gedicht je gaat tegenstaan, dan leg je zo’n bundel maar beter weer weg.

Manon Uphoff, Vallen is als vliegen

Beoordeling: 2 sterren

Vallen is als vliegen is een mooi geschreven roman die intrigeert vanaf het begin. En dat ondanks het feit dat vanaf het begin helder is waar het heen moet (zoals bij Griet op de Beeck). Het grootste probleem met deze roman van Uphoff is echter dat zij over de helft in herhaling begint te vallen, zodat je je aan het einde van het boek afvraagt, wat nou het doel van het boek was. Ik snap dat mensen geraakt zijn, maar het boek heeft te weinig urgentie. Het is te veel poëzie, te weinig verhalend en zal geen breed publiek aanspreken. 

Marieke Lucas Reijneveld, Kalfsvlies

Beoordeling: 2 sterren

Ik heb al romans gelezen van Marieke Lucas Rijneveld. Over De avond is ongemak was ik erg enthousiast, Mijn lieve gunsteling vond ik oké. Haar poëzie raakt mij minder. Ze heeft een bijzondere schrijfstijl, maar ze weet me niet te raken. Inhoudelijk hebben de gedichten te weinig interessante thema’s voor mij en de stijl is te veel stream of consiousness en te weinig verhalend. De roman dwingt de stijl van Rijneveld in een inhoudelijk keurslijf. Nu dat er niet is, blijft er vooral stijl over.

Olympus has fallen (regie: Antoine Fuqua)

Beoordeling: 2 sterren

Soms krijg je suggesties in Netflix die je dan toch maar aanzet. En Olympus has fallen is zo’n film. Uiteindelijk was hij best vermakelijk, maar woorden als ongeloofwaardig (natuurlijk neemt één eenling het op tegen de hele wereld om die te redden) en voorspelbaar (uiteraard loop het goed af, waarschijnlijk een minuut of tien voor he einde van de film) komen als eerste op.

Geschenk, bijdragen van Nederlandse schrijvers en schrijfsters (boekenweekgeschenk 1932)

Beoordeling: 2 sterren

Het boekenweekgeschenk uit 1932 is een bundel vragenlijsten ingevuld door toen bekende schrijvers. Het biedt daarmee een interessante historische staalkaart van de literaire wereld anno toen. Maar het is voor een huidige lezer verder niet spannend. Het is als een willekeurig vriendenboekje van een basisschoolkind. Leuk voor het kind en zijn ouders, maar voor de rest van de wereld niet zo boeiend.

Leo Vroman, 126 gedichten

Beoordeling: 2 sterren

Twee sterren voor Leo Vroman. Kan dat? Ja, ik zal wel moeten. Er staan veel niet zo aansprekende gedichten in deze bundel, een aantal aardige gedichten en een enkele erg goede. De gedichten zijn goed en de gedichten zijn degelijk, maar niet fantastsich. Het sprankelt niet. En ik lees nogal eens wat gedichten.

The penguins of Madagascar (regie: Eric Darnell & Simon J. Smith)

Beoordeling: 2 sterren

Penguins of Madagascar is zo’n vervolgfilm waarbij je precies krijgt wat je van een vervolgfilm op een succesreeks verwacht: slecht gemaakt en raar verhaal en zwak uitgevoerde film. Gewoon goedkoop geld verdienen. Leuk voor kinderen, maar laat deze verder links liggen.

Clare Lennart, De twee negerpopjes (boekenweekgeschenk 1949)

Beoordeling: 2 sterren

Veel oudere literatuur, vooral boekenweekgeschenken, zijn heel behoudend. Brave boekjes die je veilig aan iedereen kon weggeven tijdens de boekenweek. En De twee negerpopjes past prima in die traditie. Het woord negerpopjes zal tegenwoordig tot veel reacties leiden, maar was in 1949 een gewoon woord. Een vrouw komt deze popjes tegen in een doos en dat leidt tot een hele reeks melancholische gebabbel. Allemaal herinneringen met de popjes, situaties waarin de popjes aanwezig waren. Maar er is geen centraal doel, geen probleem waar de hoofdpersoon mee worstelt. Heel veilig, maar ook heel erg saai.

Marianne Philips, De zaak Beukenoot (boekenweekgeschenk 1950)

Beoordeling: 2 sterren

Hoewel de uitgever op de website hoog opgeeft van de kwaliteiten van De zaak Beukenoot heb ik die in dit boekje nog niet helemaal ontdekt. Ja de auteur doet een aanval op de klassenjustitie in Nederland. Ja, het is een snel leesbaar boek. Maar het is ook niet heel erg spannend en je vraagt je af waarom dit verhaal tot deze lengte moest worden opgerekt.

De mooiste uitspraak doet de president van de rechtbank: ‘Als fouten in de rechtspleging eenmaal onherstelbaar zijn, moeten ze niet openbaar worden gemaakt.’ Een thema dat helaas vandaag de dag (zie de Toeslagenaffaire en andere misstanden bij de overheid) helaas nog erg actueel is.