Mooie zinnenboek – Gedicht van Sjoerd Kuyper

Als iedereen de dingen zag als ik,
de nacht, de dag, de zon
die ze met steken groot
als halzen van flamingo’s
aan elkaar naait,
zou ik geen gedichten schrijven.
Niemand zou ze lezen.
Iedereen keek naar de dingen.

Mooie zinnenboek – Peter Heerschop, Wat leraren doen

Ik stond laatst op een feestje.
Man vroeg aan mij. Wat doe jij?
Ik zeg, ik ben leraar.
Hij zegt.  Ha leraar, dat is geen beroep dat is meer een roeping.
Ik zeg, nou, het is ook echt een beroep.
Ik zag mijn vrouw een paar meter verderop schudden met haar hoofd. “ Niet op ingaan, hij doet het erom”
En ik kende die man verder ook niet.
Maar ik hoor hem vragen.
Wees nou eerlijk man, Wat doe jij nou eigenlijk de hele dag?
En ik baalde dat hij dat zo vroeg, dat “wees eens eerlijk”
Want kijk, ik kan best wel mijn mond houden, als niemand mij specifiek naar iets vraagt hoef ik heus niet alles te vertellen.
Maar als  je me zoiets rechtstreeks vraagt dan krijg je een antwoord.

Ik zeg, dus jij wilt weten wat ik eigenlijk doe.
Als leraar, …..wat ik eigenlijk doe?
Nou weet je wat ik doe?
Ik zorg ervoor dat kinderen harder werken dan ze zelf dachten dat ze konden.
Dat ze meer leren dan ze zelf voor mogelijk hielden.
Ik kan iemand , die denkt dat ie dom is,  zich voor een moment laten voelen als een nobelprijswinnaar.
Ik kan iemand die zichzelf heel slim vind een vraagteken in zijn ogen geven, en laten merken dat er nog veel meer is.
Ik geef ze allebei het gevoel geven dat ze er bijhoren,
Dat ze mij teleurstellen als ze een ander het gevoel geven dat die er niet bijhoort.
Dat ze allebei hun uiterste best moeten doen.
Voor zichzelf, voor elkaar.
Ik laat leerlingen een uur  stilzitten als ik wil.
Ik kan ze een uur in beweging brengen.
Ik laat ze in stilte werken of juist voortdurend overleggen.
Ik zorg ervoor dat ze zelf iets kunnen ontdekken.
Nee, je mag nu geen vraag stellen.
Want het  antwoord is hier al ergens.
Ik kan een goede vraag van een verzonnen vraag onderscheiden.
Waarom je niet naar de wc mag?
Omdat je dat alleen maar zegt uit verveling.

Ik zorg ervoor dat ouders niet altijd schrikken als ik ze bel.
Hallo, u spreekt met de meester van uw zoon.
Ik hoop dat ik niet ongelegen bel.
Ik wil alleen even iets met u bespreken over wat hij vandaag heeft gezegd, tegen degene in de klas met de grootste bek,
Tegen iemand waar de rest bang voor is, en die net iemand tot tranens toe stond te treiteren.
Tegen diegene heeft uw zoon gezegd dat ie op moet houden.
Dat ie normaal moet doen.
Ik kan daar tranen van in mijn ogen krijgen, u ook?
Het was namelijk ongelofelijk moedig wat hij deed.
Ik denk, ik bel u even.
Ik leg namelijk ook aan ouders uit wie hun kinderen nog meer zijn.
Wat ze kunnen bereiken.

Ik zorg ervoor dat ze vragen stellen.
Dat ze luisteren, denken, praten.
Dat ze sorry kunnen zeggen en het ook menen.
Ik leer ze lezen, schrijven, bewegen, begrijpen.
Ik leer ze meemaken, meeleven, inleven,
Ik leer ze dat ze met iemand anders helpen ook zichzelf helpen.
Dat je van iemand iets gunnen nooit minder wordt.
Ik leg ze uit dat als ze een ander kunnen begrijpen dat ze meer zichzelf kunnen zijn.
Dat ze belangrijk zijn.
Dat jij, door wie jij bent, de ander verandert en andersom.
Dat je krijgt wat je geeft.
Alles in relatie.
Jij vraagt wat ik eigenlijk doe.
Dat is wat een leraar doet.
Snap je?
Een leraar maakt het godvergeven verschil.
Dan mag jij nu aan mij uitleggen wat jij eigenlijk doet.

(Naar  een gedicht van slamdichter “Taylor Mali”)

Bron: Wat leraren doen (gedicht Peter Heerschop 22 november 2017) – Leraren maken het verschil

Mooie zinnenboek: Herman Mellville, Moby Dick

Hoe blij je kunt worden van de lente, wordt prachtig verwoord in Moby Dick, in vertaling door Barber van de Pol:

Want zoals, wanneer de roodwanginge, dansende meisjes April en Mei binntrippelen in de winterse, mensvijandige bossen, zelfs de kaalste, ruigste, ergste door de bliksem gekliefde oude eik uiteindelijk een paar groene loten laat ontspruiten ter verwelkoming van zulke blijmoedige bezoeksters, zo werd ook Achab eindelijk een beetje gevoelig voor de speelse verlokkingen van de meisjesachtige lucht, Meer dan eens kiemde hem de prille bloesem van een blik die bij ieder ander algauw zou zijn opgebloeid tot een glimlach.

 

Mooi zinnenboek – Erwin Mortier over Willem Elschot

Erwin Mortier kan prachtig recenseren. Hieronder een mooie zin uit zijn bespreking van Kaas van Willem Elsschot waar ik het zeer mee eens ben (al vind ik Lijmen/Het Been beter)

Juist die combinatie van intensiteit en rust, eenvoud en sardonische ironie, maakt de kracht van Elschots in omvang bescheiden oeuvre, waarin Kaas mag gelden als een van zijn gaafste werken.

Mooie zinnenboek – Henk Hagoort over de onderwijstransitie. Prachtig!

Henk Hagoort formuleert de transitie in het onderwijs prachtig:

Vroeger zeiden we eigenlijk dat alles vaststaat: hoe je moet leren, wat je leert, waar je leert en wanneer leert. E is een ding dat we niet zeker weten: dat je het gaat halen.
Mijn droom is dat alles flexibel is: wanneer je leert, hoe je leert, wanneer je leert, maar dat een ding vast dat je het gaat halen!

 

Luister hier (vanaf minuut 4:00): NPO Radio 1 bij de les: mee op het HBO Windesheim in Zwolle. – De Ochtend – NPO Radio 1

Mooie zinnenboek – Uit: P.F. Thomese, Schaduwkind

Het boek Schaduwkind  van P.F. Thomese staat vol prachtige zinnen. Te veel om te citeren, dus daarom onderstaande topselectie.

“Ontbrekend woord
Een vrouw die haar man begraaft, wordt weduwe genoemd, een man die zonder zijn vrouw achterblijft, weduwnaar. Een kind zonder ouders is wees. Maar hoe heten vader en moeder van een gestorven kind?”

 

“Als het zo is dat soms de verkeerden sterven, dan volgt daaruit dat er anderen dood hadden moeten zijn”

 

“We wisten niet of we moesten lachen of huilen, dus deden we het voor de zekerheid maar allebei.”

Mooie zinnenboek – Frederik van Eeden over het pantheïsme

Pauls ontwaken van Frederik van Eeden kent meerdere mooie fragmenten. Ik plaats hieronder een citaat over de alzielgedachte die ik tijdens mijn studie via Van Eeden leerde kennen. Ik ben sinds mijn vertrek uit de katholieke kerk een humanist met pantheïstische sympathieën en Van Eeden bespreekt dit erg mooi.

“Ik kan niet gelooven in een God, dat is mij te oppervlakkig. We zijn een deel van een groot Wezen dat we samen vormen en dat we in ons hebben. De een heeft meer kracht dan de ander. We zijn allemaal anders en toch allemaal hetzelfde. De een is begaafd, de ander onbegaafd en toch zijn we allen menschen. Er zijn misdadigers, moordenaars, Christenen, joden, heidenen, Mohammedanen, Chineezen, japanners, Maleiers, Katholieken, en Protestanten, enz. enz. Zouden daarvan maar enkelen zijn die het wisten? We hebben een Bijbel, een prachtig boek, maar de Chineezen hebben ook een Godsdienst, en ze hebben toch ook gelijk volgens hen. Allen zijn we immers anders, geen een denkt hetzelfde. Allen wenschen we te weten en we weten niets. Er is maar één ding dat waar is en dat is een plicht . . . . We moeten als het ware een instinct volgen, dat ons den goeden weg wijst . . . . Als je dat doet dan doe je goed en of je er een naam aan geeft of niet, Roomsch of Protestant, wat doet het er toe als het maar waarheid is.”

Uit: Frederik van Eeden, Pauls ontwaken, blz. 38-39

Ook 76 bovenaan

Mooie zinnenboek – Menno Wigman, Misverstand

https://i1.wp.com/www.vsbpoezieprijs.nl/files/files/Menno_Wigman-tineke_de_lange-288.jpg?resize=158%2C200Dit wordt een droef gedicht. Ik weet niet goed
waarom ik dit geheim ophoest, maar sinds een maand
of drie geloof ik meer en meer dat poëzie
geen vorm van naastenliefde is. Eerder een ziekte
die je met een handvol hopeloze idioten deelt,

een uitgekookte klacht die anderen vooral verveelt
en ’s nachts – een heelkunst is het niet.
De kamer blijft een kamer, het bed een bed.
Mijn leven is door poëzie verpest en ook
al wist ik vroeger beter, ik verbeeld me niets

wanneer ik met dit hoopje drukwerk vierenzestig
lezers kwel of, erger nog, twee bomen vel.

Uit: Menno Wigman, Zwart als kaviaar.

Mooie zinnenboek – Uit: Joost Zwagerman, Roeshoofd hemelt

De in retrospectief wrange woorden van Joost Zwagerman in Roeshoofd Hemelt (p. 16)

wie lijkt verstikking een prettig gevoel
wie knoopt zelfs zijn schoenveter tot een strop
wie kiest er voor de elektrische stoel
wie loopt de zee in en duikt nooit meer op

wie hunkert naar de aanstormende trein
wie danst op het dak van de torenflat
wie druppelt arsenicum in zijn wijn
wie heeft de gaskraan al opengezet

ik bid voor het volmaakte zelfverlies
het herhaald gebed blijft onverhoord
ik weet niet welke manier ik verkies

uit zoveel verlokkingen van zelfmoord
ik denk dat ik mij voorlopig invries
en wacht tot god zich verhangt aan zijn woord

Mooie Zinnenboek: Martin Bril, Realistisch gedicht

Realistisch gedicht

Wat niet
Kan worden
Opgelost
Is geen
Probleem

Uit: Bril, M. (2011). Minder is meer. Amsterdam: Prometheus.