Tom Lanoye, Maten en gewichten

Maten en gewichten Beoordeling:4 sterren

In deze bundel columns uit Humo van Lanoye uit de periode 1992-1994 bespreekt Lanoye met name de Antwerpse politiek. Daarnaast staat in de bundel ook zijn lezing Janus in Sarajevo.

Het is als niet-Vlaming even wennen als je aan deze bundel begint. Je mist de sociaal-culturele context waarin deze teksten zijn geschreven en vooral de vele namen van politieke figuren roepen geen beeld op. Wel leer je de mensen, doordat ze in meerdere columns terugkeren, langzaam beter kennen. De bundel moet je echter vooral lezen voor de lezing Janus in Sarajevo en de reeks Kaap de goede hoop. Lanoyes stijl is onovertroffen en hij is naast een zeer getallenteerd fictieschrijver, ook een zeer getallenteerd columnist/polemist. Bovendien geeft lezing van de columns na meer dan 15 jaar soms een destijds niet bedoeld humoristisch effect. Jean Marie Pfaffs plaatsing in een rijtje met onder andere Ghandi wordt na de real-life soap nog grappiger en de onmogelijkheid van een zwarte president van de Verenigde Staten leest na 2009 ook anders dan voorheen. Zeker een aanrader, maar wel voor de stilistisch ingestelde lezer.

Mooie zinnenboek – Uit: Tom Lanoye, Maten en gewichten

Over jongeren: “Het lijkt wel of ze niet beseffen wat er gebeurd is de afgelopen veertig, zelfs niet de afgelopen tien jaar. Ze wéten het wel, hoor. Maar het behoort, wat hun betreft, tot het verleden. En het verleden is niet hun zaak. Dat is nu eenmaal het privilege van wie jonger denkt te zijn dan de geschiedenis.”

Uit: Tom Lanoye, Maten en gewichten, p. 201

Mooie zinnenboek – Uit: Tom Lanoye, Maten en gewichten

Het onderstaande citaat uit Tom Lanoyes Maten en gewichten is geschreven in 1993, maar is erg actueel in het Nederlandse politieke landschap. Bovendien vind ik de vergelijking die hij trekt een boeiende.

“Aan de buitenkant tooit het Blok zich met racisme, xenofobie en een autoritair machtsdenken, inlcusief minachting voor de parlementaire democratie. Doch dat zijn, mijns inziens, slechts de accessoires van een veel fundamentelere, romantische constructie die met het wildste der kunstwerken alvast een ongeremde verbeelding gemeen heeft. […] uit deze humus en compost heeft het Zwart Blok zich ind e loop der jaren een geheel eigen Vlaanderen verzonnen. […]
Het Vlaanderen van Claus is een doelbewust subjectief beeld, in het leven geroepen door de meester – dat weet niet alleen Claus zelf, ook al zijn lezers geven zich daarvan bij het lezen rekenschap. Het Vlaams Blok-Vlaanderen daarentegen, bedacht door een collectief van anonieme kunstenaars, is voor de adepten ervan in de plaats gekomen van de werkelijkheid. Hier is echter geen sprake van cultuurloosheid, eerder een aanval van artistieke hysterie. Het is alsof de hardliners van het Blok zitten te kijken naar een toneelstuk waarvan ze uit het oog zijn verloren dat het een toneelstuk is. […] Zo zag hun glorieuze Vlaanderen er dus in het verleden uit! Machtig en monopolistisch, rein en zuiver, rijk en proper.
Als dat beeld niet klopt met de werkelijkheid van nu, bewijst dat volgens hen des te meer de hedendaagse verloedering. Waarna het Blok meteen het morele recht opeist om, met alle mogelijke middelen, te streven naar het herstel van dat vroegere, maar tegelijk nooit bestaand hebbende Vlaanderen. Een steeds doller draaiende carrousel van een op zijn kop gezette moraal en een averechts werkende, maar in essentie uiterst creatieve energie.
Het is na een dodelijke rit in ditzelfde carrousel dat Karadzic en de Serviërs vonden dat het bestaan van Bosnië-Hercegovina, en vooral het samenleven van verschillende culturen, een bedreiging vormde voor hun eigen voortbestaan. Precies daarom, zo zegden ze, zetten ze de aanval in: om zich te beschermen. Agressie die zich voordoet als defensie. Het is niets nieuws, natuurlijk. ‘Uit zelfverdediging’, zo luidde niet toevallig de titel van het laatste hoofdstuk van Mein Kampf. En zo luidde, evenmin toevallig, de slogan waarmee het Blok op 24 november ’91, Zwarte Zondag, de parlementaire verkiezingen won in Vlaanderen en België.”

Bron: Tom Lanoye, “Janus in Sarajevo” uit Maten en gewichten