Mooie zinnenboek: de gedichten van Charivarius

Afbeeldingsresultaat voor charivariusVandaag enkele gedichten van Charivarius die mij erg aanspraken. Alle zijn afkomstig uit zijn bundel “Ruize-rijmen”.

LEVENSWIJSHEID.
Opwekkend woord aan een knaap, die door zijn eindexamen is.

Hartelijk geluk, mijn jongen!
’t eindexamen is voorbij!
En zoo treed je vol verwachting
in de bonte maatschappij.
Nu geef ik j’ in deze reeglen
een kwartiertje „Levensles,”
Volg mijn raad — dit Vademecum
voert u verder naar ’t succes.
Zorg de menschen nooit te hindren,
zachtheid leer je nooit te vroeg,
Want er is, geloof me, jongen,
heusch al narigheid genoeg.
Zeg geen mensch ooit cru de waarheid,
ook al heeft hij het verdiend;
Als ie ’r eens ’n keer niet bij is,
ku’ j’ t’ eens „hebben over” ’n vriend.
Dan begin je zóó b.v.:
„’t Is ’n héél geschikte vent,
Maar……” en dan ku’ j’ alles zeggen,
zonder dat j’ onhartlijk bent.
Schrijf wat ieder graag wil lezen,
zeg wat ieder hooren wil;
Als je ’t harte dringt tot spreken,
wees dan wijs, en houd je stil.
Kom je op een ministerie,
in het leger, op ’t kantoor,
Wees beminnelijk voor je meerdren,
daar zijn ze je meerdren voor.
Tapt de kapitein een mopje,
ook al hoorde je t’ al meer,
Zet dan een gezicht als was het
voor de allereerste keer.
Is ’t niet aardig, — en je weet niet
waar je eiglijk lachen moet,
Dan begin je maar te schaatren
als je ziet dat ’n ander ’t doet.
Ga je in den handel, wees dan
eerlijk; dat ’s, zooals je weet,
Wat in ’t algemeen gesproken
in den handel eerlijk heet.
God krijgt nu weer wat te zeggen,
ook op politiek gebied;
Doe dus wat aan Godsdienst (Zondags —
door de week dan hoeft het niet).
Zorg ook dat je met „vooruitgang”
en „sociale nooden” schwärmt,
Maar je stemt (doe ’t maar wat stiekum)
wie je duiten ’t best beschermt.
Scheld geweldig op de Joden;
dat strijdt niet met je fatsoen;
Doe ze na, of zoo — dat ku’ j’ in
ieder net gezelschap doen.
Hoor je van ’n louche zaakje,
zeg dan — dat klinkt altijd goed —
Dat je vindt „dat ieder zoo iets
voor zichzelf maar weten moet.”
Heb je geld, wees dan liefdadig,
dat maakt j’ algemeen bemind;
Maar geef nimmer zooveel, dat je ’r
zelf den last van ondervindt.
Laat je kiezen in bestuurtjes
op ’t gebied van Kunst of Staat;
Veel hoef j’ er niet van te weten,
als j’ er maar wat veel van praat.
De gemeenplaats moet je eeren,
streef niet naar oorspronkelijkheid;
In je termen, in je beeldspraak,
volg de mode van je tijd.
Volg angstvallig iedre mode,
imiteer de „upper ten,”
Doe wat „men doet,” zeg wat „men zegt,”
buig het hoofd voor Koning MEN.
Wor je humorist, bedenk dan,
dat je duidlijk, „dik” moet zijn;
Geef de menschen niet te denken,
werk is werk, en gijn is gijn.
Eer — met vrouwlief — reine zeden,
spot thuis nooit met overspel,
Breng haar, als ze er ’s om wil lachen,
naar den schouwburg; daar mag ’t wèl.
Wees niet maklijk in je oordeel,
doe gerust wat aan kritiek,
Als je maar bij ’t kritiseeren
de kritiek volgt van ’t publiek.
Doe niet wat je zelf het best vindt,
daarin schuilt een groot gevaar;
Wat de menschen zullen zeggen,
richt je daar uitsluitend naar.
Wees een man van ’t juiste midden,
dan wor j’ algemeen geacht,
Menschen van karakter, jongen,
hebben ’t nooit heel ver gebracht……
Zie, hier heb j’ ’n handvol lessen,
leer ze en breng ze in praktijk,
Eenmaal zal je — vrees ik — zeggen:
Charivarius had gelijk.WAT MOET MIJN ZOON WORDEN?
Leiddraad bij de keuze van een ambt of betrekking.De liberale zoon spreekt:
„De schoonste vinding van den tijd is — niet ’t blanco artikel,
Noch d’auto, noch d’electrisch’, in ’t geheel zelfs geen vehikel,
Noch vliegmachine, of bioscoop-met-grammophoon-er-bij,
Die vinding is… de Christelijk-historische partij.
’t Zit zoo. Wanneer ik een of ander baantje in ’t verschiet zie,
Dan denk ik dad’lijk aan d’ onmisb’ren steun der coalitie.
Ik word niet Roomsch. Dat gaat me wel een beetje àl te ver.
En ’k word ook niet, dat snap je, antirevolutionair.
Dat is zoo boersch, zoo „witte dasch”. Dan kan ik niet meer meegaan,
Wanneer mijn vrienden naar de Schouwburg, Flora, of Carré gaan,
Dan mag ik ’s Zondags niet meer voetbal, bridge of hockey spelen,
Dan moet ik tweemaal in de kerk me zitten te vervelen.
Neen. ’k Leen een bijbel van een vriend; die lees ’k zoo wat cursorisch,
’k Ga eens per maand ter kerk. Dan ben ik Christelijk-historisch.
Ik ben niet fel, ik kom niet in de hitte des gevechts,
Ik zorg dat ’k niemand aanstoot geef: ik word „gematigd rechts.”
Ik mag dan alles blijven doen, wat ’k deed in het verleden.
Mijn vrienden lachen mij niet uit. Ik blijf me netjes kleeden,
En ’t is zoo erg niet, als ’k ’s een ondeugend mopje tap.
Ik houd niet van muziek, en daarom steun ’k door lidmaatschap:
(Ik was nu lid van Toonkunst, waar ik toch nooit hene ging)
De Christelijke-Oratorium-Vereeniging.
’k Behoef niet door afwezigheid op ’t voetbalveld te schitteren,
Ik mag naar bals gaan, ’s Zondags tenn’sen, bridgen zelfs, en bitteren.
En ’k ben vol hoop op goed succes. De toekomst lacht mij tegen:
Nu kan ’k weer soll-citeeren met gegronde hoop op zegen!
„Wat moet mijn jongen worden?” vraagt een vader, categorisch,
Het antwoord is eenvoudig, dunkt me: „Christelijk-historisch.”

DE TREINEN ZIJN OP TIJD.
Jubelzang, ter tijdelijke vervanging van het Volkslied.

„Een forens schrijft ons: De stroom van ingezonden stukken is gestremd, de golf van boosheid is gezakt. De treinen vertrekken weer op tijd. Ze komen weer op tijd aan.” — Hbl.
Wien Neerlandsch bloed door d’ aadren vloeit,
Van vreemde smetten vrij,
Wie ’t eeuwige gezeur verfoeit
Der Spoorwegmaatschappij,
Hij stemm’, met mij vereend van zin,
Vervuld van dankbaarheid,
Geestdriftig dezen juichkreet in:
De treinen zijn op tijd! (bis)
Geen ingezonden stukken meer,
Sarcastisch, fel en bits,
Wij hebben het vertrouwen weer
In onzen spoorweggids.
De cijfertjes, zij liegen niet,
Maar geven zekerheid,
oo klinke dan ons daavrend lied:
De treinen zijn op tijd! (bis)
Wanneer de slaperige forens,
Uit ’t zoele bed gejaagd,
(Er is waarschijnlijk wel geen mensch,
Die d’ arme niet beklaagt!)
Niet langer uren op ’t station
Moet wachten, bleek van nijd,
Dan juicht hij, dansend op ’t perron:
De treinen zijn op tijd! (bis)
En wie j’ ook met den trein verwacht,
Wanneer j’ aan d’ „Uitgang” staat,
Je vrouw, naar wie je hunkrend smacht,
Je bruid, je broer, je maat,
Je partner, je patroon, je klant,
Je goedgezinde meid……
J’ hebt geen minuut te wachten, want
De treinen zijn op tijd! (bis)
Het reizen wordt weer een genot,
’t Is niet meer als voorheen,
Toen iedre „sneltrein” — bitt’re spot! —
Een sloome boemel scheen.
Wij komen aan op ’t juiste uur,
Het treinwee zijn we kwijt,
Hiep, hiep, hoera! voor ’t spoorbestuur,
De treinen zijn op tijd! (bis)

Ocean’s eight (regie: Gary Ross)

[ OCEAN'S 8 POSTER ]

Beoordeling: 4 sterren

Met Jessie naar de film, dan wordt het wat mij betreft geen Mama Mia 2. Dus wordt het Ocean’s 8. En na Ocean’s 11 en Ocean’s 12 is dit de derde keer dat ik een Ocean’s-film bespreek. En eigenlijk de vierde, omdat ik stiekem ook al een keer meldde dat ik Ocean’s 13 heb gezien. En ik heb zo een duidelijke top-4 ontwikkeld: 13, 8, 11 en 12. En zoals je ziet ben ik over Ocean’s 8 vrij enthousiast.

De film met een volledig vrouwelijk dieventeam (de reactie van deze franchise op de feministische discussie in Hollywood), is grappig en spannend. De film lijkt in eerste instantie wat voorspelbaar, maar op driekwart zit een erg goede twist, die de film het kijken meer dan waard maakt. Het enige wat de film tot vier sterren maakt, is dat ik 13 nog net iets beter vond. En die plastische chirurgie…

Laatste anekdote bij deze film: het was de eerste film die ik in Kinepolis ‘s-Hertogenbosch zag. Een mooie nieuwe bioscoop waar ik zeker nog een keer ga terugkomen.

Inferno (regie: Ron Howard)

The DaVinci Code:  Inferno PosterBeoordeling: 4 sterren

Na The Da Vinci Code en  Angels and demons (naar Het Bernini Mysterie) is dit de derde film naar een boek Dan Brown die ik heb gezien. Over de eerste twee was ik lyrisch, deze film is ook goed, maar voor mijn gevoel net iets minder dan de vorige. Het zou kunnen zijn dat ik wen aan de Langdon-films, maar ik denk dat er ook een aantal zaken in de film zit die dit veroorzaakt.

Ten eerste is de spanning tussen de verschillende perspectieven in de film minder groot dan in de vorige films. Waar bij The Da Vinci code Silas’ verhaallijn bijdraagt aan de spanning en bij Angels and demons de sfeer rond het Vaticaan bijdraagt, ontbreekt een dergelijke lijn wat mij betreft. Bovendien gaan de verhoudingen in Browns verhalen je opvallen: je weet al vrij snel dat de mensen die je in het begin het meest vertrouwt, aan het einde de grootste tegenstanders blijken te zijn.

En toch, ondanks dit alles blijft het een mooie film: mooie beelden uit Florence, spannende whodunit-elementen, symbolische kunstgeschiedenis uiteraard en een mooie sfeer door de beelden en muziek. Zeker kijken.

Evert Hartman, De vloek van Polyfemos

Afbeeldingsresultaat voor `de vloek van polyfemos

Beoordeling: 3 sterren

Evert Hartman heeft een aantal briljante kinderboeken geschreven. Maar De vloek van Polyfemos mist net dat tempo en die spanning die onder andere Oorlog zonder vrienden zo goed maakt.

Het begin van het boek is veelbelovend: Odysseus zwerft over de zeeën en maakt allerhande zaken mee. Maar het probleem is dat Hartman het origineel in De vloek van Polyfemos wel erg trouw blijft. Het tempo zakt na zijn terugkeer in Ithaka te veel en hoewel de wisseling met Telemachus qua perspectief wel leuk is, kan dit het verhaal helaas niet helemaal redden. Leuk boek, maar niet zo heel erg spannend.

P.H. Ritter jr., Ontmoetingen met schrijvers (boekenweekgeschenk 1956)

Ritter, Dr. P.H. jr. - Ontmoetingen met schrijvers Beoordeling: 2 sterren

Hoewel Ontmoetingen met schrijvers een mooi beeld geeft van het tijdperk 1900-1950, is dit Boekenweekgeschenk van 1956 toch echt te lang geleden verschenen. Het is gedateerd en slechts enkele fragmenten zijn nog echt interessant.

Daarom kom ik ook niet verder dan twee sterren, want ik kan wel veel positieve zaken nog verder noemen: de mooie anekdotes, de levensecht beschreven auteurs die daardoor erg menselijk worden, de vele vergeten namen waar je kennis mee kunt maken. Maar die vergeten namen, de gedateerdheid inhoudelijk dus, en de langdradige stijl (gedateerde stijl) maken het boekje niet aanbevelenswaardig. Maar wel leuk om een keer in handen gehad te hebben.