Mooie zinnenboek – John Irving, “The world according to Garp”

Ze vond het maar vreemd dat ze [haar familie] haar als kind met zoveel aandacht hadden overladen en dat ze daarna, op een vaststaand en vooraf bepaald tijdstip, de stroom van genegenheid had dichtgedraaid en was overgeschakeld op verwachtingen – alsof je verondersteld werd gedurende korte tijd almaar liefde op te zuigen (en wel in voldoende mate) om daarna, tijdens een veel langere en zwaarwegende periode, aan allerlei verplichtingen te gaan voldoen.

Mooie zinnenboek – John Berger, “Van A tot X”

Alleen mensen met macht hebben behoefte aan grenzen.

Mooie zinnenboek – Constantijn Huygens, “Wetten onnut”

Wetten onnut

De boose blyven boos, geen’ Keuren en geen’ Wetten
en konnen haer versetten:

De vrome en hoeven geen: indien mer dan op lett,
Waer toe dient Keur of Wett?

(8 februari 1669)

Nutteloze wetten
De slechten blijven slecht, geen bepaling of wet
konden hen vergoeden
De vromen hebben ze niet nodig: wanneer je er dan op let,
waartoe dienen bepalingen of wetten?

Mooie zinnenboek – Karel de Gucht

Ik ben geen liberaal omdat ik geloof dat de markt alle problemen kan oplossen. Ik ben liberaal omdat ik weet dat de overheid dat evenmin kan.

Mooie zinnenboek – John Stuart Mill

Individuele vrijheid moet in zoverre zijn grenzen kennen: het individu mag niet tot overlast voor anderen zijn.

(On liberty, 1859)

Mooie zinnenboek – Eliza Laurillard

Het geloof een stok is om op te leunen, niet om anderen mee te slaan.

Mooie zinnenboek – Nicolaas Beets

Een mens lijdt dikwijls het meest,
door het lijden dat hij vreest,
doch dat nooit op zal dagen,
zo heeft men meer te dragen,
dan God te dragen geeft.

Mooie zinnenboek – Arthur Japin

Groepsvorming is een vorm van gemakzucht en zwakte: iets waartoe mensen hun toevlucht nemen die niet sterk genoeg zijn om alleen te staan, maar die het veiliger vinden met zijn allen bij elkaar allemaal hetzelfde te vinden.

(Boek magazine, jrg.5, nr. 4, p. 62)

Herman Gorter

Ach er stonden veel zich dood
te dromen, tot met hem hun leven vlood,
En ’t al voorbij was

(Mei, 1889)

Rutger Kopland

Gesprek

Ze kijkt me vragend aan
je zwijgt zegt ze en waarover

inderdaad waarover zwijg ik
en ik begin te zoeken naar
een antwoord

ik kijk voorbij haar gezicht
naar de muur en van de muur
naar het raam en van het raam
naar mijn handen in mijn schoot
en weer terug naar haar gezicht

ze kijkt mij nog steeds aan
ik hoor de stilte in haar kamer

ik zou haar willen zeggen dat ik zwijg
over mijzelf want ik weet niet
wie dat is