Zomerhitte (regie: Monique van de Ven)

Zomerhitte Beoordeling: 3 sterren

Fotograaf Bob (Waldemar Torenstra) verliest zijn vriendin, Jara (Jelka van Houten), bij een terroristische aanslag in Afghanistan. Ruim een jaar later maakt hij op Texel een fotoreportage. Op het strand ontmoet hij Kathleen (Sophie Hilbrand), een beeldschone geschiedenisstudente, die in de plaatselijke disco werkt voor een louche, oude man, met de bijnaam ‘De Mummie’ (Johan Leysen). Een man die ook op het eiland vertoeft, een zekere Frederico Federici (Jeroen Willems), waarschuwt Bob voor de Mummie en voor Kathleen. Vanaf het eerste moment dat Bob haar ontmoet is hij in de ban van deze mysterieuze, vrijgevochten vrouw. Ze is ontwapenend en ongrijpbaar tegelijkertijd. Onopvallend probeert Bob haar te volgen. Is zij, net als hij, ook verliefd? Of gebruikt ze hem alleen maar voor haar duistere praktijken met de ongure maffia types die op het eiland rondhangen? Is dit de ware liefde of is het een nachtmerrie?*

Zomerhitte is een typische driesterrenfilm. Het heeft elementen die het een mooie film maken, het heeft echter ook grote afknappers en tja…dan kom je heel gemiddeld uit. Laat ik met de positieve eigenschappen beginnen. Monique van de Ven heeft de focus in de film gelegd op de relatie tussen Kathleen en Bob, waarbij vertrouwen het centrale thema vormt. Een goede keuze voor de film. Ook beeldtechnisch en wat betreft gekozen omgevingen en voorwerpen (bijvoorbeeld de auto’s van de personages) zit de film prima in elkaar. De film boeit en je wilt blijven kijken.
Maar dan de onderdelen waar ik minder blij van wordt. Ten eerste zijn er enkele wonderlijke wijzigingen en toevoegingen in het verhaal: een overleden vriendin in Afghanisatan voor Bob, een zeehondje dat terug de zee in geholpen moet worden (sponsort Lenie ’t Hart deze film?) en dan vooral de eeuwige neiging om het einde van een goed boek aan te passen voor de film. Waarom moet het einde toch altijd anders? Daarnaast ontbreekt de leidende hand van Wolkers in het eerste halve uur van de film. Je moet goed opletten om het verhaal te kunnen volgen en de spanning ontbreekt volledig. Maar dan het toppunt van mijn kritiek: het ontzettend slechte acteerwerk van met name Sophie Hilbrand. Het gemiddelde schooltoneel is nog beter. De gemiddelde schoolklas reageert dan ook met groot gelach op weinig emotioneel en overdreven gearticuleerd uitgesproken zinnen als “Hij heeft zichzelf door zijn kop geschoten!”, waarbij vervolgens het woord “Sapperdeflap” direct bij mij opkomt. Een middenmoter in meerdere opzichten.

*Bron: Bol.com

The whole ten yards (regie: Howard Deutch)

Whole Ten Yards Beoordeling: 2 sterren

Ex-huurmoordenaar Jimmy “The Tulip” (Bruce Willis) heeft zijn eigen dood in scène gezet en leeft nu met zijn vrouw Jill (Amanda Peet) in een bungalow aan de Mexicaanse kust. Hun luie, gelukkige leventje wordt verstoord wanneer hun voormalige buurman, de nerveuze tandarts Oz (Matthew Perry), ineens op de stoep staat met slecht nieuws. Zijn vrouw Cynthia (Natasha Henstridge) is ontvoerd door de Hongaarse maffia. Jimmy en Jill schieten te hulp maar al gauw ontdekken ze dat er meer aan de hand is. Niets is wat het lijkt in dit dolkomische vervolg op de succesvolle komedie The Whole Nine Yards!*

The whole ten yards is een vervolg en eigenlijk weet je dan al genoeg bij dit type films: de eerste is altijd beter. En al heb ik The whole nine yards nooit gezien, aan alles merk je dat dit een opvolger is: het verhaal verwijst naar zaken die eerder zijn gebeurd, maar de manier waarop men voortbreit oogt gezocht. Sowieso is deze film wat over the top op sommige momenten en het verhaal te dun. Als je tijd en een euro of twee overhoudt, zou je deze uit een afprijsbak kunnen plukken voor een filmavondje met vrienden (je kunt namelijk lekker door de film heen kletsen, zonder belangrijke informatie te missen), maar zolang zo’n gelegenheid zich niet voordoet, is er genoeg ander moois.

*Bron: Bol.com

Jan Wolkers, Zomerhitte (boekenweekgeschenk 2005)

Beoordeling: 4 sterren

‘Ineens stond er niet ver van mij af een jonge vrouw die ik nog niet had waargenomen. Ik drukte me zo plat mogelijk in de helm en keek door mijn telelens naar haar. Ik zag de korrels zand op haar billen en rug zitten, alsof ze van wellustig schuurpapier gevouwen was. Toen draaide ze zich om en haalde haar vingers door haar blonde haren omhoog en keek mijn kant op.’*

Zomerhitte is een mooi boek, een echt Wolkersboek. Seksualiteit en liefde worden gecombineerd op een manier die je alleen in zijn boeken ziet. Daarnaast voegt Wolkers in dit boekenweekgeschenk een intrige toe, die minder goed bij zijn oeuvre past. Het boek was mooi en interessant, maar zeker niet het beste boek van Jan Wolkers dat ik heb gelezen. Daarvoor mis ik toch de jaren-’70-elementen als strijd tegen het calvinistische verleden en de burgerlijkheid en de morbide trekjes van van de hoofdpersonen.

*Bron: flaptekst Zommerhitte

Peter Verhelst, Carll Cneut, Het geheim van de keel van de nachtegaal

Het geheim van de keel van de nachtegaal Beoordeling: 5 sterren

In sprookjes kunnen de dromen en wensen van keizers met één vingerknip realiteit worden. In Het geheim van de keel van de nachtegaal droomt een Chinese keizer van een nieuwe Keizerlijke Tuin der Tuinen. Een eenvoudige tuinman slaagt erin om die droom werkelijkheid te maken. Wanneer de keizer een nachtegaal hoort, weet hij dat die muziek ook deel moet uitmaken van zijn tuin. De nachtegaal is gewillig, maar niet willoos. Zijn muziek is uniek, maar niet te vangen. Kan een almachtige keizer leven met de gedachte dat iets aan zijn wil ontsnapt?*

Het geheim van de keel van de nachtegaal is een prachtig boek. Een boek dat je alleen al in de kast wil hebben om af en toe aan te kunnen voelen, in te kunnen kijken en veel uit voor te lezen. Het verhaal is prachtig, de tekeningen sfeervol, een must-have voor iedereen die van boeken houdt!

*Bron: nl.wikipedia.org

Jan van Boendale, Lekenspiegel

Lekenspiegel Beoordeling: 4 sterren

Omdat men in de Middeleeuwen geloofde dat God deze wereld en al wat er op leeft had geschapen, beschouwde men de kosmos en natuur als een spiegel van God. Door het bestuderen van dieren, planten en stenen kon men te weten komen wat Hij met zijn Schepping voor ogen had gehad. Die kennis werd te boek gesteld en overgeleverd in een soort encyclopedische naslagwerken.Rond 1330 stelde de Antwerpenaar Jan van Boendale zijn Lekenspiegel samen op basis van geleerde en dus Latijnse bronnen. Hij schreef in de volkstaal, opdat leken (dat wil zeggen niet-priesters die het Latijn niet machtig waren) kennis konden nemen van hoe de wereld in elkaar zat. In de vier delen poogde hij de heilsgeschiedenis te beschrijven, te beginnen met de schepping en eindigend met visioenen van de Jongste Dag. Regelmatig laat hij de historische rode draad liggen om uit te weiden over ethische en esthetische kwesties, zoals ‘Waarom is het schrift zo belangrijk?’, ‘Aan welke eisen moet een dichter voldoen?’ en ‘Hoe dienen stadsbestuurders zich te gedragen?’*

Deze vertaling van Lekenspiegel uit de Griffioenreeks is een goede prozabewerking van de originele tekst. Wat opvalt als je deze tekst leest, zijn de vele literaire verwijzingen: Boendale noemt diverse bronnen voor zijn kennis. Daarnaast is veel van deze kennis verouderd, maar ook opvallend veel kennis is nog steeds waardevol en onveranderd. Als lezer krijg je een goed beeld van wat met wist, dacht en vond in de 14e eeuw. Het wereldbeeld van de middeleeuwer wordt je op deze manier goed duidelijk. Ook de normen van mensen zijn in die ruim 600 jaar niet veranderd: de etiquetteboekjes van nu sommen nagenoeg dezelfde regels op als de Lekenspiegel van toen.
Voor de literairhistorisch wat ingevoerder lezer is het interessant om te zien dat de vermenging van christendom en kennis uit de klassieke oudheid niet geproblematiseerd is, waar deze dat wel was, na de polemiek over ‘Socrates in de hemel‘ in de 18e eeuw.
Ik raad dit boek echt aan iedereen aan: geoefender lezers en mensen die zonder voorkennis kennis willen maken met de Middeleeuwen.

*Bron: Bol.com

Mooie zinnenboek – Uit: Arthur Japin, De grote wereld

“Als hun kleren te ruim zitten brengen mensen ze bij mij. Ze betalen me om ze te vermaken: hun jassen, hun jurken, broeken, bustehouders, allemaal te groot. Of ik ze wil innemen, omzomen, ophalen. Waarom vragen ze mij dat? Ze zouden dat probleem zelf kunnen oplossen, gratis en voor niks, door veel en vet te eten, net zolang tot ze in de gewenste maat groeien, maar geen zinnig mens doet dat. Het is de omgekeerde wereld. Mijn klanten passen zich niet aan hun kleren aan. Natuurlijk niet. Zit hun iets niet lekker dan laten ze het mij omspelden naar hun eigen model. Wou jij het anders aanpakken? Goed, het leven zit jou niet gegoten. Het zit jou zo ruim, je zou er nog in verdwalen. Is dat een reden om aan jezelf te tornen? Als je mouwen te kort  zijn, hak je dan je handen af zodat je jasje beter zit? Ben jij besodemieterd? Snij het leven op maat, jongen! Is de wereld je te groot, vermaak hem!”

Uit: Arthur Japin, De grote wereld, p. 57