Thomas Verbogt, “De verdwijning”

Beoordeling: 4 sterren

De verdwijning speelt zich af in een kleine stad aan een rivier waar een toonaangevende groep mensen zo dicht op elkaar leeft dat men denkt elkaar door en door te kennen. De onderlinge verhoudingen zijn allerminst rimpelloos, maar iedereen doet krampachtig of dat wel zo is. Totdat er iemand uit de groep verdwijnt: een vrouw die door haar eigenzinnige gedrag niet door allen geaccepteerd wordt omdat ze ‘anders’ is. De verdwenen vrouw gaat een prominente rol spelen. Ze ontmaskert de schone schijn en veroorzaakt onverwachte confrontaties. De verdwijning is een spannende en intense roman, waarin liet noodlot onvermoeibaar een koor van kleine zielen dirigeert. Het is een dreigend boek over obsessies en het vergeefse gevecht om geluk vast te houden. De stijl is scherp, geestig en onontkoombaar.*

Verbogts stijl kenmerkt zich door korte zinnen waarin zich het verhaal ontspint, waartussen hij (zijn?) grappige en vreemde gedachtesprongen maakt. Het verhaal met twee lijnen die elkaar aan het slot van het boek ontmoeten, maar via een kwinkslag toch tot een open einde van het boek leiden, leest als een tierelier en is erg leuk.

*Bron: www.bol.com

Marjoleine de Vos, “Nu en altijd: bespiegelingen”

 Beoordeling: 1 ster

Om kort te gaan: de stukken van Marjoleine de Vos zijn saai. Ze is belezen en schrijft op zich prima, maar de stukken zijn telkens hetzelfde en komen neer op het standpunt “wat in het nieuws komt, is in de literatuur reeds eerder beschreven”, met andere woorden: alles komt altijd weer terug… Het spreekt me totaal niet aan. Een afrader helaas.

Marten Toonder, “De andere wereld” (Boekenweekgeschenk 1982)

 Beoordeling: 4 sterren

Na de speelfilm die ik in mijn erg vroege jeugd (ik zal een jaar of vijf/zes geweest zijn) heb gezien, heb ik mijn eerste Bommel gelézen en ik kan alle lof beamen. Talig zeer sterk en humoristisch, uitdrukkingsvolle en fraaie illustraties en in dit boekenweekgeschenk met het onderwerp immigratie ook nog eens zeer vooruitstrevend. Lezen Geert (en iedereen)!

C. Nooteboom, “Het volgende verhaal” (Boekenweekgeschenk 1991)

 Beoordeling: 4 sterren

Het verhaal begint in Portugal als Herman Mussert ergens wakker wordt waar hij niet naar bed is gegaan. Hij denkt dat hij dood is, maar hij heeft altijd geleerd dat de dood niets is. Hij komt tot de conclusie dat hij het echt is die in die kamer wakker werd, en dat diezelfde kamer de kamer was waar hij vroeger met Maria Zeinstra is geweest. Vervolgens denkt hij na over wat er zich tussen hem en Maria Zeinstra heeft afgespeeld.
In het tweede hoofdstuk zit hij opeens in een klein bootje dat hem naar een ander schip zou brengen samen met een jongen, twee mannen van zijn leeftijd en een vrouw. Als ze op het schip zitten vertellen ze allemaal dingen over de zin van het leven. Waarom sommige dingen nu zo zijn, en dat ze nooit hetzelfde blijven. Ook de historie tussen Maria, zijn college Arend en hemzelf komt hier aan de orde en de wijze waarop Maria voor Arend koos.

Nooteboom is een goede schrijver en dat laat hij ook in deze novelle zien. Ik moest even wennen aan zijn stijl en het begin van het boek is omgeven van mist, maar het is een goed verhaal met een mooi einde. Wat ik me echter wel blijf afvragen is waarom het boek twee delen kent, dit was wat mij betreft onnodig.

F. Springer, “Sterremeer” (Boekenweekgeschenk 1990)

Beoordeling: 3 sterren

Nikko leert Felix Sterremeer kennen bij de militaire keuringsdienst in Den Haag(begin 1950). Felix leest, en dat valt op, een gedichtenbundel en Nikko vraagt wat hij aan het lezen is. Dit om te laten zien dat hij ook anders is dan de rest. Later fietsen ze met elkaar naar huis.
Er verstrijken wat jaren en bij ‘toeval’ ontmoeten Nikko en Dorien (diens vrouw) Felix weer. Nu op een schip op weg naar Amerika. Nadat ze gesetteld zijn in Amerika worden ze uitgenodigd om bij de bundelpresentatie van Felix. Weer enkele maanden later krijgen ze opnieuw een uitnodiging: nu voor een verblijf in een vakantiehuis. Daar blijkt Felix poëtische carrière gebaseerd op een financiële stimulance en niet op basis van Felix’ kwaliteiten. Zowel Robie (de financier) als Felix raken hier dusdanig door van streek dat dit hun verdere leven beïnvloedt.

Het is een leuk geschreven goed verhaal, maar doordat op de helft van het boek het einde te voorspellen is, maakt het dit boekje niet briljant. Het einde is toch nét niet 100% de voorspelde spiegeling en stilistisch zo sterk dat je toch het einde zonder grote teleurstelling afleest, maar… toch jammer.

Rutger Kopland, “Herinneringen aan het onbekende: Een keuze uit eigen werk”

Beoordeling: 4 sterren

In de gedichten van Kopland spreekt mij een bepaald gevoel en zijn gebruik van de taal zeer aan. Ze raken me direct, maar zijn ook na wat langer nadenken prachtig. Kopland is een meester, hoewel niet alle gedichten in deze bloemlezing mij even zeer aanspreken. Het onderstaande vond ik (denk ik) de mooiste:

GA NU maar liggen liefst in de tuin
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.

Khalid Boudou, “Het schnitzelparadijs”

 Beoordeling: 3 sterren

De negentienjarige Marokkaan en drop-out Nordip maakt een einde aan zijn lusteloze bestaan en gaat aan de slag als afwasser in de keuken van het oer-Hollandse restaurant De Blauwe Gier. Met leeftijdsgenoten van allerlei afkomst en totaal verschillend karakter overleeft hij de dagelijkse hel van smurrie en stank omdat hij wil deelnemen aan het leven. Uiteindelijk weet hij zich een positie te verwerven in het restaurant en vindt hij zichzelf.

Hoewel het debuut van Boudou wat stug begint, is het vanaf het tweede deel een leuke en vermakelijke roman die talig zeer rijk is. Dit belooft veel goeds voor De President, zijn tweede boek.

De Schoolmeester, “Gedichten van de schoolmeester” (redactie J. van Lennep)

 Beoordeling: 1 ster

De schoolmeester is mij ontzettend tegengevallen. Hij is vormtechnisch zeer onvast, alleen rijm is een constante in zijn poëzie, en kiest leuke onderwerpen, maar weet deze niet op een boeiende manier vorm te geven. In zijn brieven laat hij zien de vormaspecten van de poëzie wel te beheersen, maar hij gebruikt ze niet in zijn overige poëzie en dat vind ik jammer. Ik houd van een kunstenaar die niet alleen kunstvaardigheid maar ook bekwaamheid en bedrevenheid beschikt.

(het Latijnse ars (mv. artes) betekent zowel kunstvaardigheid/kunst als o.a. bedrevenheid en ambacht)

Youp van ’t Hek, “Is Youp leuk?”

 Beoordeling: 4 sterren

Youp blijft leuk hoor, geen twijfel over mogelijk. Ook bij de Dag van de Literatuur was hij briljant leuk en na een wat minder leuk vorig programma (Prachtige Paprika’s) is het nieuwe programma (Schreeuwstorm) weer leuk als vanouds.

Toch is zijn column in boekvorm minder leuk dan zijn overige werk. Een column is zo af en toe (zeg: eens per week) leuk, maar meerdere achter elkaar en helemaal wanneer je zijn boek van kaft tot kaft zou lezen is het too much. Het is leuk de periode 2001-2005 te kunnen overzien met het humoristische commentaar erbij van Youp, maar hoewel zijn stijl prima blijft, laat zo’n boek zien dat Youp een vakman is, of negatiever geformuleerd een leuk trucje weet uit te halen met het nieuws van een week en dat omvormt tot een kolommetje in het NRC. Het is een aardig boek van een goede cabaretier, maar een column per week is leuker!