Tom Lanoye, Maten en gewichten

Maten en gewichten Beoordeling:4 sterren

In deze bundel columns uit Humo van Lanoye uit de periode 1992-1994 bespreekt Lanoye met name de Antwerpse politiek. Daarnaast staat in de bundel ook zijn lezing Janus in Sarajevo.

Het is als niet-Vlaming even wennen als je aan deze bundel begint. Je mist de sociaal-culturele context waarin deze teksten zijn geschreven en vooral de vele namen van politieke figuren roepen geen beeld op. Wel leer je de mensen, doordat ze in meerdere columns terugkeren, langzaam beter kennen. De bundel moet je echter vooral lezen voor de lezing Janus in Sarajevo en de reeks Kaap de goede hoop. Lanoyes stijl is onovertroffen en hij is naast een zeer getallenteerd fictieschrijver, ook een zeer getallenteerd columnist/polemist. Bovendien geeft lezing van de columns na meer dan 15 jaar soms een destijds niet bedoeld humoristisch effect. Jean Marie Pfaffs plaatsing in een rijtje met onder andere Ghandi wordt na de real-life soap nog grappiger en de onmogelijkheid van een zwarte president van de Verenigde Staten leest na 2009 ook anders dan voorheen. Zeker een aanrader, maar wel voor de stilistisch ingestelde lezer.

Tom Lanoye, Spek en bonen

Spek en bonen Beoordeling: 5 sterren

In deze bundel zijn diverse eerder gepubliceerde verhalen van Tom Lanoye samengebracht. De verhalen hebben diverse onderwerpen en zijn gevarieerd van toon. Van het absurdistische Café Zeezicht tot het dramatiche Marlon tu n’es pas un ange.

Hoewel de diverse verhalen en stijlen soms een wat abrupte omslag van de lezer vragen in de manier waarop hij het verhaal benadert, zijn alle verhalen in deze bundel pareltjes van de Nederlandstalige literatuur. De stijl van Tom Lanoye is ijzersterk, hij beheerst alle technieken die schrijvers tot hun beschikking hebben: het spelen met perspectief, chronologie en herhalingen, spanning en opbouw; Lanoye is een meester in de techniek, zonder daarbij de inhoud en de grote lijn te verliezen. Wat deze bundel bovendien literair-historisch interessant maakt is dat onderwerpen als hiv/aids in de bundel meerdere keren voorkomen en deze uitstekend passen in de tijd waarin Lanoye deze verhalen schreef. Een welverdiende vijfsterrenbeoordeling!

Wolf Kielich, Vrouwen op ontdekkingsreis

Vrouwen op ontdekkingsreis Beoordeling: 3 sterren

De negentiende eeuw was vooral de eeuw van de grote ontdekkingsreizen met beroemde namen als Stanley, Livingstone, Speke en Baker. Dat ook vrouwen zich in onbekende gebieden waagden is echter minder bekend. Zo drong de Oostenrijkse Ida Pfeiffer op Sumatra het gebied binnen van de Batakse menseneters, waarin zich nooit Nederlandse militairen en bestuursambtenaren hadden gewaagd. Daisy Bates werd door de Aboriginals als de geest van een voorouder vereerd, en de Nederlandse Alexandrine Tinne wist diep in Afrika door te dringen. Kielich portretteert in Vrouwen op ontdekkingsreis negen bijzondere vrouwen die de Victoriaanse moraal ontvluchtten.*

Het boek Vrouwen op ontdekkingsreis is een interessante verhalenbundel, die een mooi inkijkje geeft in de negentiende-eeuwse wereld. Onontdekte werelddelen, inheemse volken, kolonialisme; het is een wereld die we vandaag de dag nauwelijks nog kennen. Ook leest het boek als een trein, Kielichs stijl is helder en boeiend, zonder te simpeltjes te worden.
Wel simpel werd ik van de inleiding bij de bundel. Het feminisme druipt er vanaf en ook in de verhalen steekt het “wij-vrouwen-tegen-de-wereld-gevoel” soms de kop op. De vrouwen uit de bundel hebben inderdaad een andere levensloop gehad dan de gemiddelde negentiende-eeuwse (of eenentwintigste-eeuwse) vrouw, maar de nadruk die hierop ligt gaat op een gegeven moment storen. Ook is het jammer dat de levensbeschrijvingen en de opbouw van de verhalen zo sterk op elkaar lijken. Achteraf is nauwelijks nog te zeggen welke gebeurtenis bij wie hoort en de verhalen lijken achteraf gezien meer een invulling van een model, dan een literaire uitdaging. Een aanrader voor wie meer over dit onderwerp wil weten, maar geen sterke bundel.

*Bron: Bol.com

Ingmar Heytze, Scooterdagboek

Scooterdagboek Beoordeling: 5 sterren

De Utrechtse dichter Ingmar Heytze lijdt aan hodofonie ofwel reisangst. Als gevolg hiervan verliet hij jarenlang zelden zijn woonplaats. Na tien jaar werd het tijd voor een doorbraak: de dichter nam motorrijles en haalde begin 2005 zijn rijbewijs. Met de mengeling van (zelf)spot en ernst die zijn werk kenmerkt, dot Heytze in ‘Scooterdagboek’ uit de doeken hoe hij zijn reisangst langzaam maar zeker van zich af weet te schudden, soms geholpen door het zingen van gospels in zijn motorhelm. Zijn belevenissen op het asfalt zullen een feest van herkenning zijn voor elke motorrijder, en een uitgestoken hand naar iedereen die zijn angst wil overwinnen.*

Ik ben en blijf fan van Ingmar Heytze. Niet alleen zijn dichtbundels (1, 2) zijn aanraders voor zowel beginnende als gevorderde lezers. Ook Scooterdagboek zou iedereen moeten hebben gelezen. En zoveel werk is dat niet: 105 bladzijdes in A5-formaat. De belevenissen op zijn scooter die hij beschrijft zijn alledaags en niet heel bijzonder, maar zijn natuurlijke omgang met de taal, het slechts sporadisch gebruiken van kunstgrepen en de humor die gedoseerd wordt verwerkt, maken de verhalen een lust om te lezen. Vijf sterren meer dan waard.

*Bron: Bol.com

Anna Enquist, “De kwetsuur”

 Beoordeling: 4 sterren

De kwestuur is een bundeling van tien verhalen. Wat steeds weer opvalt in het werk van Anna Enquist is dat de personages die daarin optreden zich, in een poging houvast te krijgen, mythes vormen van het ongrijpbare dat hun overkomt. Niet zelden mondt die poging uit in een verbeten strijd tegen de elementen. In de tien verhalen waaruit De kwetsuur bestaat is dat vaak niet anders. De verhalen waarmee de bundel opent (het historische relaas van een rampzalig eindigende visvangst) en afsluit (een niet minder rampzalig verlopen boottochtje op het IJsselmeer) zijn daar fraaie voorbeelden van.*

De kwetsuur is een mooie bundel met typische Anna Enquistverhalen. Er gebeurt een heleboel in wat niet op papier staat en personages gaan vaak dieper dan je op het eerste gezicht denkt. het slotverhaal, Een haven, legt een verband met diverse verhalen die eerder in de bundel staan en bindt daardoor de bundel tot een mooi geheel. Alleen het verhaal Daer een seigneur zijn handen wast, het langste uit de bundel, is té lang. Er is te weinig materiaal om de spanning vast te kunnen houden, waardoor het verhaal zich voortsleept. Enquist heeft te veel willen maken van haar verhaal, waardoor het uiteindelijk minder is geworden, dan het had kunnen zijn. Jammer, maar zeker geen reden om deze bundel te laten liggen.

*Bron: flaptekst De kwetsuur

Mies Bouhuys, Herman van Run en Nico Scheepmaker (redactie), “Even geduld aub” (boekenweekgeschenk 1977)

Beoordeling: 4 sterren

Dit boekenweekgeschenk over het thema ’televisie en literatuur’ in het jaar dat de televisie in Nederland 25 jaar bestond, is een aanrader. Diverse schrijvers, dichters en journalisten hebben een stuk geschreven over dit onderwerp, geïllustreerd door een tiental kunstenaars. Het is een prachtig vormgegeven tijdsdocument zowel qua vorm als inhoud. De verhalen en gedichten zijn nog prima leesbaar en soms zelfs nog erg actueel. De leukste constatering vind ik dat Peyton Place (de eerste Amerikaanse soapserie) door één van de auteurs tot de ‘minimal art’beweging en dus tot de kunst wordt gerekend.

Marnix Gijssen, “Overkomst dringend gewenst” (boekenweekgeschenk 1978)

Beoordeling: 1 ster

Deze bundel korte verhalen is saai, slecht en lelijk. Om het in Potgieters termen uit te drukken “Kopijeerlust des dagelijkschen levens”, maar het mist de stijl van bijvoorbeeld Carmiggelt. De tekeningen van Wout van Vliet zijn lachwekkend: geen kunstenaar, maar een kunstenflanser; verschrikkelijk! Voor de enige leuke grap in het hele boekje moet je 85 pagina’s doorworstelen van de 105… niet lezen dus!

Simon Carmiggelt en Peter van Straaten, “Mooi kado” (boekenweekgeschenk 1979)

Beoordeling: 3 sterren

In dit boekje over boeken vind men de op papier gevangen neerslag van Carmiggelts relaties met schrijvers. Een bloemlezing uit Carmiggelts nooit eerder gepubliceerde aandeel in de befaamde correspondentie met Gerard Reve, die de aandachte lezers van ‘De taal der Liefde’ naast Gerards daarin afgedrukte brieven leggen kan. Persoonlijke herinneringen aan A. Roland Holst. Het verslag van twee curieuze ontmoetingen met de hoogst begaafde schrijver Koos Speenhoff. Een navrant verhaal rond het laatste blaadje dat Herman Heijermans ooit schreef. Gegevens over Willem Elsschots schermutselingen met de Duitse censuur van Goebbels. En een reeks Kronkel-achtige kleine vertellingen over lezingenhouders, bibliotheekklanten, boekverkopers, literaire jeugdzonden van Vestdijk en Marsman en de soms komische gevolgen van schrijversroem.
Peter van Straaten, die al in twee, door hem royaal verluchte boeken van Carmiggelt bewees hoe feilloos hij de sfeer van de auteur aanvoelt, heeft ook dit geschenk van cartoons en tekstillustraties voorzien. Het duo speelt lichte muziek, met – zo hier en daar – een wat donkere toets.*

Carmiggelt schrijft alsof hij naast je aan een tafeltje zit en je een verhaal vertelt. Niet moeilijk of experimenteel, maar helaas wel veel te snel weer vergeten. Van grote bekendheid tussen 1950 en 1980 is hij na zijn dood te snel verdwenen.
Dit boekje is een mooi voorbeeld van Carmiggelts werk. De briefwisseling met Reve is minder interessant om te lezen, maar de overige verhalen zijn leuk en nog steeds interessant.

*Bron: gebaseerd op de flaptekst van Mooi kado

[Anoniem], “Esopet”

Beoordeling: 3 sterren

De Esopet is een verzameling van 67 dierenfabels uit de dertiende eeuw. De basis hiervoor ligt in de klassieke oudheid bij Esopus die via diverse vertalingen in de middeleeuwen zijn overgeleverd in het Nederlandse taalgebied.

Het zijn leuke verhalen, niet heel erg bijzonder wat betreft lezerservaring. Bijzonder is wel dat een enkel verhaal uit de Esopet nog steeds bekend is, zoals het verhaal over Reinaert de vos die een kraai te slim af is en zo een kaas bemachtigt.

Herman Pieter de Boer, “De artiestenuitgang”

Beoordeling: 2 sterren

Wat een ontzettend nietszeggend boekje. Allerlei anekdotes en verhaaltjes met als centrale thema ‘het theater’, zonder enige diepgang en echt grappig zijn die anekdotes nu ook weer niet. Niet slecht geschreven, maar inhoudelijk is het niks. Lekker in de kast laten staan.