Maarten ’t Hart, “De zonnewijzer”

 Beoordeling: 3 sterren

De zonnewijzer is een zelfstandig te lezen vervolg op De kroongetuige. De vrouwelijke hoofdpersoon daaruit, Leonie Kuyper, is inmiddels gescheiden. Haar beste vriendin overlijdt aan een zonnesteek. Zij laat alles na aan Leonie, met als enige voorwaarde dat Leonie zo goed mogelijk voor haar drie poezen zal zorgen. Daartoe moet Leonie zelfs in het van haar vriendin geërfde appartement gaan wonen zodat er in het leven van de katten zo weinig mogelijk verandert. Leonie kruipt, aanvankelijk terwille van de poezen, in de huid van haar overleden vriendin en gaat daar zo in op dat ze zich ten slotte volledig met haar identificeert. Doordat ze als het ware het leven van haar vriendin gaat leiden, komt Leonie er gaandeweg achter dat er veel meer aan de hand is geweest dan een zonnesteek.* Het wordt een zoektocht naar de doodsoorzaak van haar beste vriendin die ze uiteindleijk tot een goed einde weet te brengen.

Vermakelijk en best een spannend boek, maar ook wat teleurstellend. De thriller over de mysterieuze dood van Roos is als thriller zeer geslaagd, maar in de thrillerauteur ’t Hart mis ik zinnen als “In deze ruimte heb ik de zomer gevangen. Insecten zoemen loom in de vochtige warmte. De tijd verstrijkt in hun vleugelslag. Buiten valt het loof, daar zouden deze hommels en zweefvliegen al lang zijn omgekomen in de koude nacht.” (Uit: Een vlucht regenwulpen).

Toch laat ’t Hart in deze roman zien dat hij een begenadigd schrijver is en ook hier zie je sporen van zijn elegante manier van met taal omgaan.
Een thrillerschrijver is meer bezig met inhoud dan vorm, maar juist bij ’t Hart verwacht ik en zoek ik naar die vorm, naar de manier waarop hij de taal zacht golvend boetseert tot een roman. Dat gemis weegt in mijn oordeel zwaarder dan het spannende verhaal en vandaar drie sterren.

*Bron: www.bol.com

“De kikker die zichzelf opblies en andere Middelnederlandse fabels”

 Beoordeling: 4 sterren

Leuk en vermakelijk inkijkje in de Middelnederlandse fabels en volksverhalen. De verhalen zijn over het algemeen geschreven rond een niet mis te verstane boodschap, maar deze is vaak op een zeer amusante wijze vorm gegeven.

[Anoniem], “Het Roelantslied”

 Beoordeling: 2 sterren

Karel de Grote is in oorlog met de Saracenen, maar na jarenlange strijd zal de vrede worden getekend. Karel keert daarop aan het hoofd van zijn leger uit Spanje terug naar Frankrijk, waarbij de ridder Roelant en zijn manschappen de achterhoede vormen. Dan komt het verraad. Roelant wordt in een hinderlaag gelokt in het dal van Roncevaux. Een van zijn ridders adviseert hem op zijn hoorn Oliphant te blazen, opdat Karel zal terugkeren om hem bij te staan. Roelant weigert dit uit “heldhaftige dwaasheid”. Ten slotte blijft in de ongelijke strijd alleen Roelant over met twee van zijn medestanders. Pas dan blaast Roelant op zijn hoorn, en Karel keert terug om hem bij te staan. Het is te laat: hij treft de ontzielde lichamen van de krijgers aan, dat van Roelant ter aarde liggend, de hoorn onder het lichaam, het gezicht naar Spanje gewend.

Deze Arthurroman is niet echt spannend en ook niet zo mooi geschreven. Het is in cultureel opzicht (als navolging van het Franse Chanson de Roland) een must, maar geen aanrader.

Arnon Grunberg, “De Joodse messias”

 Beoordeling: 5 sterren

Het boek De Joodse Messias is te uitgebreid en complex om even kort samen te vatten. Een poging*: Xavier Radek is een Zwitser van bijna zeventien, die zichzelf de taak heeft toebedeeld om de joden te troosten. Hij wil een begin maken door een Mein Kampf in het jiddisj te vertalen. Xavier sluit vriendschap met de orthodoxe jood Awromele, zoon van een rabbijn, en hun vriendschap ontwikkelt zich tot een liefdesrelatie. Het paar komt vrijwel aan het eind van het boek in Israël terecht, waar Xavier zich ontpopt als hardliner politicus.

Een overweldigende roman die prachtig in elkaar valt. Het verhaal over Xavier Radek grenst aan het onmogelijke, maar is toch niet ongeloofwaardig door de manier waarop Grunberg het verhaal vertelt. Van begin tot eind een pageturner en een echte aanrader!

*Bron van deze poging: Nu.nl

Hella Haasse, “Oeroeg” (boekenweekgeschenk 1948)

 Beoordeling: 4 sterren

Het verhaal gaat over de vriendschap tussen de ik-figuur en Oeroeg. De ik-figuur is een zoon van een Nederlandse plantersfamilie, Oeroeg is een echte inlandse jongen. Ze waren onafscheidelijk, tot de ik-figuur onderwijs begint te krijgen. Oeroeg mag hier niet aan deelnemen, maar hij mag wel staan te luisteren. Oeroeg blijkt hier al erg leergierig.
Tijdens een bezoek van gasten uit Batavia wordt er besloten om ’s avonds een bezoek te brengen naar Telaga Hideung, het Zwarte Meer, een meer waar over geheimzinnige verhalen de ronde doen. De ik-figuur mag mee en ook Deppoh is een van de begeleiders. Men gebruikt een oud vlot om over het meer te varen. De groep is echter veel te wild, waardoor er een stuk van het vlot afbreekt. De vader van de ik-figuur sterft bij dit ongeluk.
Oeroeg en de ik-figuur gaan vanaf dat moment samen naar school. Als de ik-figuur naar de HBS en Oeroeg naar de MULO in Batavia gaat beginnen de jongens uit elkaar te groeien. Hun vriendenkringen veranderen en zeker wanneer de Tweede Wereldoorlog en de politionele acties plaatsvinden worden hun wortels een belangrijk breekpunt.

Het debuut van Hella Haasse, dat verscheen als boekenweekgeschenk in 1948, start traag en nadat de hele situatie is geschetst en alle personages geïntroduceerd, begint een interessant spel tussen Oeroeg en de ik waarbij de gelijkwaardigheid uit het begin niet bestand blijkt tegen rassenverschillen. Een mooi boek en een leuke kennismaking met Haasse.

[Anoniem], “Mariken van Nieumeghen”

 Beoordeling: 3 sterren

Mariken woont in de buurt van Nijmegen bij haar oom Gijsbrecht. Op een dag moet ze naar de markt in Nijmegen, waar ze bij haar tante zou blijven overnachten. De tante, door een ruzie buiten zinnen geraakt, schold haar de huid vol, waardoor Mariken helemaal van streek en gekrenkt wegging.
Mariken gaat wanhopig op weg naar huis. Ze bidt om hulp, maar is zo wanhopig dat het haar niets uitmaakt of God of de duivel haar komt helpen. De duivel hoort dit en verschijnt in de vorm van Moenen met het ene oog. Moenen belooft haar alle talen en de zeven vrije kunsten te leren, maar niet de nigromantie (zwarte kunst).
In Antwerpen leiden ze een zondig leven. Na zeven jaar keer Mariken terug naar Nijmegen waar ze op de markt een wagenspel ziet. In dit spel vraagt Masscheroen, een onderduivel, aan God waarom hij de mensen vergeeft. Mariken krijgt berouw en doet beroep op Gods barmhartigheid. Hierdoor wordt Moenen kwaad. Hij voert Mariken hoog de lucht in en gooit haar van grote hoogte naar beneden. Maar ze overleeft de val doordat haar oom, die tussen de toeschouwers staat, voor haar gebeden heeft. Gijsbrecht weet Moenen te verdrijven door het uitspreken van een bijbelpassage.
Mariken wil vergeven worden van haar zonden en moet daarom naar de Paus. Deze geeft haar als straf drie ijzeren ringen om hals en armen. Deze zullen pas afvallen als het zondig leven haar vergeven is. Mariken trekt zich terug in het Witte Vrouwenklooster (gesloopt in 1796) in Maastricht, waar na jaren van boetedoening de ringen afvallen. Daarna leeft Mariken nog twee jaar en sterft vredig omsteeks 1500. Na haar overlijden werden de drie ringen boven haar graf gehangen.

Al jaren loop ik langs het standbeeld van Mariken van Nimwegen op de Grote Markt in Nijmegen, maar het boek had ik (tot mijn grote schande) nog nooit gelezen. En eigenlijk is dat ontzettend jammer, want het is zowel inhoudelijk als qua vorm een leuk verhaal, vooral wanneer je de originele Middelnederlandse tekst leest (Prisma Pocket, Utrecht 1984).
Het wordt wel pas echt leuk, wanneer je (enigszins) bekend bent met de Middeleeuwse zeden en gewoonten. Een aanradertje.

Kader Abdolah, “De koffer”

 Beoordeling: 5 sterren

In een droom laten de grootouders en vader van Kader Abdolah een koffer vol oude geschriften achter langs een dijk bij Wilsum. In een daarop volgend essay van Janet Luis wordt ingegaan op de autobiografische aspecten in het werk van Abdollah. Reinjan Mulder geeft ten slotte een levensbeschrijving van deze interessante auteur.

Het verhaal van Abdolah is zeer vermakelijk en het blijft zowel bij de eerste keer lezen als na langer nadenken mooi en wordt zelfs mooier. Een absolute aanrader!

Willam, “Madoc” (redactie: H.W.J. Vekeman)

Beoordeling: 4 sterren

Leuk en interessant boek waarin H.W.J. Vekeman een prozavertaling geeft van het door hem ‘teruggevonden’ manuscript van de Madock van Willem (auteur van Van den Vos Reynaerde). Het is een raamvertelling waarin diverse reizigers op een schip hun verhaal vertellen. Ondertussen voert het schip naar allerlei wonderlijke oorden.
Hoewel ik het artikel niet meer terug kan vinden, bleek al snel dat het hele verhaal door Vekeman verzonnen is. Ondanks dat is het verhaal zeer vermakelijk en doet het zeer middeleeuws aan. Prachtig hoe je met wat vindingrijkheid en fantasie de hele neerlandistiek op z’n kop kan zetten.

Toon Tellegen, “Raafvogels”

 Beoordeling: 3 sterren

Deze dichtbundel van Toon Tellegen is mooi, maar blijft voor mij wat in de schaduw van zijn geweldige dierenverhalen staan. De gedichten in deze bundel beginnen allemaal met “Mijn vader” en doordat ik slechts één gedicht heb kunnen vinden dat ik zou kunnen verbinden aan míjn vader, doen de gedichten me niet veel, hoewel ze stilistisch wel de verfijnde hand van Tellegen laten zien. Mooi en in zekere zin een emotievolle bundel, maar niet briljant.

Alice Walker, “The color purple”

 Beoordeling:  4 sterren

Het veel bejubelde The color purple gaat over twee negerzusjes, Celie en Nettie. Celie wordt tot haar 14e seksueel misbruikt door haar stiefvader, waarvan ze twee kinderen krijgt, die na de geboorte zijn afgestaan. Als hun moeder is gestorven wordt Celie uitgehuwelijkt aan een weduwnaar waar ze opnieuw jarenlang slecht wordt behandeld.
Als de blueszangeres Shug in haar leven komt, krijgt Celie de moed om te leven.
Nettie was in huis genomen door een dominee en zijn vrouw en twee kinderen (Celies kinderen). Ze gaat dan met de familie mee naar Afrika en schrijft brieven aan Celie. Ze vertelde over het leven in Afrika en de positie van vrouwen daar.
Uiteindelijk lukt het Shug om Celie te laten vluchten en Nettie trouwt met de dominee (nadat diens vrouw is gestorven).

The color purple is een zeer interessant boek. Niet alleen krijg je inzicht in de problematiek van de zwarte Amerikaanse bevolking aan het begin van de twintigste eeuw, het boek is ook zeer leesbaar. Hoewel de Nederlandse vertaling (Rainbow pocket) die ik heb gelezen voldoet, had ik toch liever de Engelse editie gelezen.  Het begin vond ik wat traag en ook het einde vond ik niet briljant; vooral het middenstuk sprak me erg aan (de brieven van Nettie en Celie).
Dit boek is een must-read voor iedereen die compassie heeft met onderdrukten, of nee: die compassie heeft met mensen.