‘Niemand vindt literatuur nog belangrijk’ – Aleid Truijens – VK

Een column naar mijn hart! ‘Niemand vindt literatuur nog belangrijk’ van Aleid Truijens

Webkinderen: relevant onderwijs in tijden van Wikipedia & Google

De basis van mijn visie op onderwijs wordt gevormd door de ideeën die in het artikel Webkinderen: relevant onderwijs in tijden van Wikipedia & Google op de website Frankwatching kernachtig worden samengebracht. Een zeer aan te bevelen artikel voor als je een mening over het onderwijs hebt of denkt te hebben.

Onderwijs zoals het zou moeten zijn!

Al jaren werk ik in het onderwijs en al jaren loop ik aan tegen allerlei manco’s in het huidige onderwijssysteem. Ook de manier waarop er op dit moment door de overheid wordt geprobeerd het onderwijs te verbeteren is dramatisch.

In Amerika bewandelt men al enkele jaren langer het pad waar ook het Nederlandse onderwijs zich op begeeft en daar komen gelukkig sommige mensen nu tot het inzicht dat het echt anders moet. In Connecticut laten enkele schooldirecteuren zien dat het anders kan.

CAPSS

Joep van Deudecolumn

Vandaag sprak Joep van Deudekom zijn wekelijkse Deudecolumn uit bij het programma van Giel. Een column naar mijn hart!

How NOT to reform American education

Hoewel het artikel How NOT to reform American education de situatie in de Verenigde Staten beschrijft, is duidelijk dat het Nederlandse onderwijs hetzelfde pad aan het afwandelen is. Hopelijk komen politici als mevrouw Van Bijsterveld en PPV’er Harm Beertema op hun schreden terug na het lezen van het artikel.

‘Je moet wel gek zijn om als leraar in het voortgezet onderwijs te werken’ – opinie – VK

‘Je moet wel gek zijn om als leraar in het voortgezet onderwijs te werken’  is een gechargeerd, maar wel erg leuke opinie op de website van de Volkskrant vandaag. Hoewel er ook heel veel leuks te beleven valt in het onderwijs, snijdt Anneke Wijma wel een aantal pijnlijke feiten aan die een docent dagelijks tegenkomt in het voortgezet onderwijs. Voor al mijn onderwijscollega’s: ik heb er zin in. U ook, zeker na deze opinie?

Docent school Gennep pleegde examenfraude – Maasland – voorpagina – Gelderlander

Docent school Gennep pleegde examenfraude – Maasland – voorpagina – Gelderlander

Als ik dergelijke berichten lees vraag ik me altijd twee dingen af. Ten eerste: wat brengt iemand ertoe om zijn eigen integriteit en vakbekwaamheid opzij te zetten? En daarnaast: welke druk is er op deze man uitgeoefend om tot dergelijk gedrag te komen?

Met andere woorden: wat zit er in deze man en wat zit er in de omgeving dat dít mogelijk maakt. Ik ben geen boe-roeper, maar in zo’n geval roep ik tot graag: aan de schandpaal!

Cocreatie in het onderwijs: van hype naar realiteit – Frankwatching

In het interessante artikel Cocreatie in het onderwijs: van hype naar realiteit van de website Frankwatching worden een aantal mooie toekomstperspectieven geschetst op het gebied van ICT en onderwijs. Ikzelf draag daar met mijn ‘WimPad’ (Fujitsu Lifebook T730), lessen via de elektronische leeromgeving en het ActivBoard.

Ik geloof bovendien erg in de kracht van uitwisseling. Ook binnen D66 ben ik daar actief bij betrokken via Plein66.

Toch zijn er twee factoren die een dergelijke samenwerking erg moeilijk maken. Ten eerste heb je een stimulerende, gebruikersvriendelijke ict-omgeving nodig die mensen stimuleert om deel te nemen. Vaak zie je dat dergelijke initiatieven verwateren vanwege gebrek aan betrokkenheid en een select clubje actieve deelnemers.

Daarnaast is het bij het onderwijs op dit moment van groot belang dat er geïnvesteerd wordt in de ontwikkelruimte voor onderwijs door docenten. Kortom: klassen naar 20 leerlingen en maximaal 20 uur per week voor een fulltimebaan. Pas dan ontstaat er echt ruimte om onderwijs te cocreëren! Tot die tijd zal het liefdewerk oud papier blijven in de avonduurtjes…

Actie nodig! Nieuw wetsvoorstel urennorm

Staatssecretaris Marja van Bijsterveldt komt binnenkort met een nieuwe wetsvoorstel om de 1040-urennorm aan te passen, na de kritiek die er de afgelopen tijd is geweest. Maar de oplossingen die zij presenteert, zijn geen oplossingen. Het voorstel moet van tafel.

Laat ik voorop stellen dat ik geen principieel tegenstander ben van discussies over het aantal vakantieweken (op dit moment 12) in het middelbaar onderwijs. Ik hoef ’s zomers niet te oogsten, dus zeven weken vrij heb ik echt niet nodig. Maar deze discussie moet worden ingebed in een bredere discussie over de inrichting van het onderwijs en het schooljaar.

Dan nu het voorstel. Van Bijsterveld stelt het volgende voor

  • de 1040-norm wordt teruggeschroefd tot 1000 verplichte lesuren per jaar (examenklassen: 700)
  • Daarbij gaat zij uit van 40 lesweken (weken waarin lessen/proefwerkweken worden ingeroosterd)
  • Naast de 1000 uur wordt 40 uur ‘maatwerk’ (bijles, ondersteuning en dergelijke) door de MR van een school ingevuld.
  • De zomervakantie gaat terug van zeven naar zes weken. Deze vijf werkdagen kunnen door het jaar heen worden ingezet: leerlingen zijn vrij, docenten werken.

Doel van deze wijzigingen is de werkdruk in de sector omlaag te brengen en tegemoet te komen aan de kritiek op de onhaalbaarheid van de vorige norm. Toch bereikt Van Bijsterveld met dit voorstel geen van beide doelen, zij komen zelfs nog verder weg te liggen.

Ten eerste de norm an sich: de onderwijsinspectie heeft in het verleden sommige scholen beoordeeld als zeer goed, terwijl ze niet aan de urennorm voldeden, terwijl scholen die er wel aan voldoen soms als zwak/zeer zwak beoordeeld werden. Er bestaat dus geen causaal verband tussen onderwijstijd en kwaliteit.
Bovendien blijkt uit onderzoek* dat in de bandbreedte 750-1200 lesuren per jaar er geen significant kwaliteitsverschil optreedt. Met andere woorden, zolang je in deze bandbreedte zit als school, hangt de kwaliteit van een boel dingen af, maar niet van het aantal lesuren.

Vervolgens is er geen enkele school die 40 lesweken kán halen: onder andere de wettelijke verplichte overgangsvergaderingen aan het einde van het jaar, feestdagen als tweede paasdag en Hemelvaart die niet in de berekening van het aantal lesweken is meegenomen en dagen die vervallen wegens proefwerkweken maken een maximum van 37 lesweken haalbaar. Dat betekent een werkdrukverhoging om aan de norm te kunnen voldoen.

De verlaging van 1040 naar 1000 blijkt door de 40 uur maatwerk die moet worden ingeroosterd een sigaar uit eigen doos, want via de achterdeur wordt de norm toch weer 1040. Bovendien heeft niet elke leerling behoefte aan maatwerk: sommige leerlingen hebben geen maatwerk nodig, anderen hebben aan 40 uur niet genoeg.

Tot slot de inkorting van de vakantie. Een van de redenen om die vakantie in te korten is de problematiek voor veel ouders rond kinderopvang gedurende zeven weken in de zomer. Met dit voorstel lijkt Van Bijsterveld aan deze kritiek tegemoet te komen, maar schiet daarmee de ouders in de voet. Deze moeten op door de school vastgestelde (onregelmatige) momenten in het jaar voor opvang gaan zorgen.

Voor docenten betekent dit inleveren van vakantiedagen die niet in merkbare werkdrukvermindering zullen worden omgezet. Ook de werkdruk van leerlingen, die op dit moment al erg hoog is, wordt in sommige gevallen verzwaard in plaats van verlicht.
Het aantal uren blijft gelijk op 1040; deze moeten in 37 lesweken worden geroosterd (1040/37 = 28 klokuren per week = 33,7 lesuren per week). Het inroosteren van buitenlesactiviteiten zoals een project of andere extra activiteit wordt moeilijk, omdat dit niet in alle gevallen als lestijd wordt gezien.
Van Bijsterveld maakt het scholen, de inspectie en dus ook zichzelf erg moeilijk met de gekozen definitie van onderwijstijd. Eén van de kenmerken luidt: “het onderwijs moet door een inspirerend en uitdagend karakter bijdragen aan een zinvolle invulling van de totale studielast”. Op welke wijze is dit objectief meetbaar?

Laten we (leerlingen, ouders, docenten en politiek) in actie komen. Dit voorstel moet van tafel en er moet op een zinnige manier over de kwaliteit van onderwijs worden gesproken. Scholen hebben een belangrijke functie in onze maatschappij, maar het zijn geen plaatsen waar kinderen kunnen worden opgeborgen voor een gegarandeerd aantal uren per jaar.

*Helaas kan ik de bron voor deze cijfers niet terugvinden. Aanvullingen zijn welkom.

(bron waar ik mijn betoog op baseer, is de brief van Marja van Bijsterveld-Vliegenthart aan Besturen en scholen voor voortgezet onderwijs van 3 september 2009)

Alles moet op school

Er is een vicieuze cirkel ontstaan in het onderwijs in de afgelopen decennia. Een vicieuze cirkel die er toe leidt dat de eisen die aan het onderwijs, onderwijsinstellingen, docenten en leerlingen worden gesteld steeds hoger worden, terwijl iedereen het idee heeft dat de resultaten alleen maar achteruit gaan.

De leesautobiografie
Ik zal deze vicieuze cirkel allereerst met behulp van een voorbeeld schetsen. Kinderen schrijven op mijn school in de vierde klas een leesautobiografie. Daarin schrijven heel veel kinderen enthousiast over de boeken die hun zijn voorgelezen toen zijn nog niet konden lezen en de boeken die zij zelf verslonden toen zij leerden lezen. Maar dan komt de middelbare school en stoppen heel veel leerlingen met lezen, omdat ze het dan te druk krijgen, onder andere door het huiswerk. De reactie van de overheid op deze verminderde leesbehoefte is geweest het aantal verplicht te lezen boeken op de middelbare school te verhogen.

Waarom lost deze oplossing het probleem niet op? Door meer boeken te laten lezen, ervaren leerlingen een grotere huiswerkdruk, waardoor zij minder uit zichzelf gaan lezen (terwijl die intrinsieke motivatie er wel degelijk is geweest, getuige de leesautobiografieën). Bovendien ervaren leerlingen lezen dan niet meer als een hobby, ontspanning of vermaak, maar als een verplichting, wat de ‘ontlezing’* die men zo vreest versterkt.

De cirkel
De vicieuze cirkel die uit het voorbeeld van de leesautobiografieën naar voren komt is de volgende: er is een maatschappelijk probleem, de overheid vindt dat dit probleem bij de jongeren als eerste moet worden opgelost of worden voorkomen (de jeugd is de toekomst, nietwaar!), het probleem wordt op het bordje van de scholen gelegd, de werkdruk van leerlingen (en docenten) neemt toe, er ontstaat op een ander vlak een probleem of lacune en de overheid begint weer in te grijpen.

Deze pavlovreactie van de overheid werkt niet alleen als katalysator waar het het ‘ontlezen’ betreft. Dat geldt ook voor alle verbredingen van het curriculum in de afgelopen 25 tot 30 jaar. De basisvorming, het vmbo en tweede fase zijn allemaal gericht op een breder aanbod in vakken, kennis en vaardigheden.

Een logisch gevolg daarvan is dat leerlingen minder diep op de stof kunnen ingaan en dus van een heleboel vakken een beetje weten. Onder andere op de pabo komt men er vervolgens achter dat de reken- en spellingsvaardigheid van leerlingen niet van het gewenste niveau is voor aanstaande basisschoolleraren. In het nieuws verschijnen vervolgens berichten dat leerlingen slechter zijn geworden in taal en rekenen en er worden allerlei plannen bedacht zoals een verplichte rekentoets bij het eindexamen en een maximum aantal onvoldoendes bij ‘basisvakken’ als Nederlands en Engels. Dus nu moeten de scholen naast de verbreding ook nog weer verdieping aanbieden.

Een ander voorbeeld van deze pavlovreactie: lespakketten. Veel organisaties ontwikkelen lespakketten over allerhande onderwerpen. Een aantal mooie voorbeelden: ‘Buitenlucht, kom je binnen spelen?’ van de GGD, Flirten via internet van InternetSOA.nl en ‘Archeologie in de klas’ van de Nederlandse Jeugdbond voor Geschiedenis. Vooral als er in de samenleving iets gebeurt waarvan men vindt dat kinderen daarover moeten worden opgevoed wordt er geroepen om een lespakket.

De recente bedreiging van ambulanceverpleegkundigen heeft bijvoorbeeld geleid tot het lespakket ‘Alles over de ambulance’ dat het respect van kinderen voor ambulanceverpleegkundigen. Resultaat: scholen krijgen pakketten opgestuurd waar ze iets mee gaan doen naast het bestaande curriculum (opnieuw verbreding) of ze doen het bij het oud papier en er verdwijnt weet ik hoeveel geld (vaak overheidssubsidie) in een bodemloze put.

Het echte leven
De overheid stimuleert dus dat er steeds meer op school gebeurt en meestal is dit een verbreding van het al bestaande curriculum. Wat nog niet op school werd gedaan, moet nu ook op school, zodat leerlingen op hun 16e, 17e of 18e volledig voorbereid en opgeleid tot modelburgers de samenleving kunnen binnengaan. Maar waar zit nu de foutieve aanname van de overheid? De overheid gaat er van uit dat leerlingen het meeste leren op school. Mis! Leerlingen leren het meeste buiten school: van ouders, van vrienden, vanuit de straat, buurt of sportvereniging.

School is voor de meeste vaardigheden de minst effectieve en efficiënte manier om mensen iets te leren. Laten we dus ophouden alles op school te willen doen. Wat moeten we dan wel doen: het vakkenpakket voor leerlingen moet versmald worden of we moeten accepteren dat we in wat meer dingen iets minder goed zijn

Er moet een grootschalig onderzoek komen naar de effectiviteit en kosten/baten van lespakketten. Vervolgens moeten we de subsidieregelingen voor lespakketten aanpassen op basis van de resultaten hiervan. Een mooie bezuinigingspost lijkt mij.

En laten we jongeren weer laten leven: geef ze de ruimte om een heleboel dingen te leren, zonder dat we dat van overheidswegen toetsen, controleren en beheersen. Leren is een proces en dat valt niet te beheersen of te sturen. En misschien gaan jongeren als ze de ruimte krijgen uit zichzelf wel een boek lezen als ze op de middelbare school zitten.

*Over de vermeende ‘ontlezing’ zou ik met u ook een boom kunnen opzetten, maar dat doen we nu even niet.