PPC D66, Vertrouw op de eigen kracht van mensen

Beoordeling: 4 sterren

De permanente programmacommissie van D66 heeft in het afgelopen jaar gewerkt aan het essay Vertrouw op de eigen kracht van mensen, sociaal-liberale grensverkenningen. Dit 52 pagina’s tellende boekje verwoordt het basale mens- en maatschappijbeeld van de sociaal-liberaal en alle grenzen, vragen en kanttekeningen die daar bij te maken zijn.

Het boekje is een interessante zoektocht naar een gezamenlijke grond. En zoals in de epiloog gezegd moet dit boek niet leiden tot eindeloos gebakkelei binnen de gelederen over die punt of komma in de tekst die anders had gemoeten. Het moet een basis zijn voor het politiek handelen, een visie achter het oplossen van concrete maatschappelijke problemen. In dit doel is het boekje in elk geval goed geslaagd.
Wel heb ik twee kanttekeningen: ten eerste is het boekje erg wetenschappelijk/elitair van taalgebruik. De gemiddelde Nederlander kan niets met deze tekst en dat lijkt mij een gemiste kans. Daarnaast vind ik de balans in het boekje tussen wat ouders aan opvoeding moeten doen en wat er van het onderwijs wordt verwacht te ver doorslaan naar het onderwijs. Van de mogelijkheden van het onderwijs moeten geen wonderen worden verwacht.

Kortom: een mooi uitgangspunt voor discussie binnen en buiten D66 over de mens en maatschappij, een goed handvat voor praktisch politiek handelen in elitair geschreven Nederlands.

M. van der Land, Tussen ideaal en illusie

Tussen ideaal en illusie Beoordeling: 3 sterren

Op 14 oktober 1966 wordt in Amsterdam de Politieke Partij Democraten ’66 opgericht. In de loop der jaren ontwikkelt de partij zich van een radicaal-democratische vernieuwingsbeweging tot een gevestigde politieke partij. De geschiedenis van D66 kent sterk wisselende successen, maar bijna 37 jaar na haar oprichting laat het vaak voorspelde verdwijnen van de partij nog steeds op zich wachten. Maar hoe is D66 gedurende haar bestaan omgegaan met haar oorspronkelijke doelstellingen: radicale democratisering van politiek en samenleving, het doorbreken van de partijpolitieke verhoudingen en pragmatische, niet-ideologische politiek?
In dit eerste boek over de roemrijke geschiedenis van D66 komen alle hoogte- en dieptepunten van bijna 37 jaar van de partij aan de orde: het Initiatiefcomité, het Appèl en de glorieuze entree in de Nederlandse politiek, de kabinetsdeelnames in de jaren zeventig en tachtig, de historische verkiezingsoverwinning in 1994 en de vorming van het paarse kabinet. Maar ook de crisis in 1974, toen de partij op sterven na dood was, het verlies na de deelname aan de kabinetten-Van Agt II en III , het (tweevoudig) vertrek van partijleider Van Mierlo en de verkiezingsnederlaag van 2002 passeren de revue.*

Het proefschrift van Van der Land is zeer leesbaar en geeft een mooi beeld van D66. Bovendien levert het voor iemand die van na 1966 is een interessante inkijk in de historie van de partij.

De hoofdstukken twee t/m zeven beschrijven de geschiedenis van D66 in chronologische volgorde. Doorgaans weet Van der Land in stijl en inhoud een goede mix te maken van het overbrengen van de sfeer in de partij en het politieke landschap en wetenschappelijke distantie. Een wat minder hoofdstuk vormt hoofdstuk drie. Hierin worden veel parallelle gebeurtenissen beschreven die deels ook uit elkaar voortvloeien en deze worden pas door de samenvatting in de laatste paragraaf in een duidelijk kader geplaatst.
In het vierde hoofdstuk, op bladzijde 223 komt vervolgens een onvergeeflijke fout voor in het boek. Zonder enige voetnoot, onderbouwing of argumentatie schrijft Van der Land: ” […] en het duidelijk maken dat D’66 het beste van het liberalisme en het beste va de sociaal-democratie in zich verenigt.” Een zeer subjectieve opmerking die niets te maken heeft met de inhoud van het hoofdstuk en die mijns inziens in een proefschrift absoluut niet kan, zonder daar een opmerking bij of over te maken.
Wat de chronologische beschrijving van de geschiedenis met zich meebrengt is dat je als lezer meer en meer behoefte krijgt aan het trekken van conclusies, het leggen van verbanden, een hypothese, overtuiging van het gelijk van de historicus. Omdat Van der Land in de inleiding geen stelling(en) heeft geponeerd, is het erg wachten op het moment waarop hij wat gaat doen met de beschreven geschiedenis en dat is erg jammer. Het boek laat tijdens het lezen daardoor een wat ‘Reader’s Digest-achtige vluchtigheid indruk achter. Deze wordt in het achtste hoofdstuk wel degelijk goed gemaakt met enkele goede bespiegelingen en duidelijke conclusies, maar het zwaartepunt ligt wat mij betreft wat te veel bij het beschrijvende en wat te weinig op het laten zien van wat dat betekent**.
De beschouwing in het laatste hoofdstuk is een leuke toevoeging waarin we het meest van de schrijver te zien krijgen en hij op een veel ontspannener manier schrijft dan in de voorgaande vierhonderd bladzijden.

Erg storend zijn de vele taalfoutjes die over het hele boek verspreid voorkomen. Vaak zijn deze ontstaan bij wijzigingen in de formulering, maar ook doodeenvoudige typfouten die elke spellingchecker herkent, komen veelvuldig voor. Een van de opvallendste voorbeelden: een foto met vijf oud-fractievoorzitters van D66 met daaronder “vier fractievoorzitters”.

Een leuk boek, een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in D66 en zeker voor iedereen die binnen het partijkader van D66 actief is. Maar dit boek vormt voor mij geen sluitsteen in onderzoek rond D66, maar pas het begin.

* Bron: Bol.com
**Dit is precies de reden dat voor mij een wetenschappelijke carrière niet in het verschiet ligt en mijn masterscriptie niet leidde tot cu

Guy Verhofstadt, Jeremy Rifkin e.a., “Eigenlijk bent u een Europeaan”

 Beoordeling: 4 sterren

‘Eigenlijk bent u een Europeaan’ is een bundel met 27 essays over de kansen die Europa biedt: de relevantie voor Nederland en de noodzaak voor de wereld. Het gaat om de oplossingsmacht van Europa; om wat ons bindt met de rest van Europa en om wat ons onderscheidt. Dit kun je volgens ons het best laten zien door zowel de ‘Grote verhalen’ ruimte te bieden, als ook in te gaan op de details.
Zo kun je lezen over de grensoverschrijdende aanpak van criminaliteit – die werkt! Of over de vermeende 80% van de wetgeving die uit Brussel zou komen – een sprookje! Maar ook over duurzaamheid, mensenrechten en de humaniserende werking van handel, wat een breder begrip geeft van het Europese project.
Europa is meer dan een technocratische machine. Het is een droom, een ideaal; een die te verwezenlijken is. En na het lezen van dit boek zou jij wel eens kunnen uitroepen: Eigenlijk ben ik een Europeaan!*

Nadat de eerste paar essays elkaar deels overlappen en een beetje in algemeenheden blijven hangen, wordt verderop de diepgang gezocht. Diverse ‘details’ van Europa worden behandeld en er worden veel interessante zaken besproken die je kennis over Europa vergroten. Het leukste van dit boek is de positieve toon waarmee over Europa wordt gesproken, zonder dat het enkel gejubel en gejuich is. Een beetje de toon die ook Perron E heeft. Een leuk boek dat iedereen, pro- of contra-Europa, zou moeten lezen.

*Bron: www.eigenlijkbentueeneuropeaan.nl

Mr. J.W.P. Verheugt, “Inleiding in het Nederlandse recht” (13e druk)

 Beoordeling: 4 sterren

Deze inleiding in het Nederlandse recht is reeds sinds de jaren tachtig een toonaangevend handboek, dat vooral op universiteiten en in het hoger beroepsonderwijs wordt voorgeschreven. In dit boek nemen rechtsvorming en rechtshandhaving een centrale plaats in. De eerste vijf hoofdstukken vormen een inleiding in het systeem van het Nederlandse recht en in de hoofdstukken 6 tot en met 14 worden de belangrijkste rechtsgebieden besproken, zoals het vermogensrecht, burgerlijk procesrecht, ondernemingsrecht, arbeidsrecht en het straf(proces)recht.

Naast een literair hoog- (of laag-) standje, heb ik ook altijd een secundair werk op mijn nachtkastje liggen. Puur om mijn eeuwige honger naar het weten van ‘dingetjes’ te stillen. Hoewel ik nooit de intentie heb gehad, en nog steeds niet heb, om rechten te gaan studeren, vind ik het wel leuk om ook daar wat meer van te weten. Het boek van Verheugt is daar een prima middel voor. Dit zeer leesbare boek maakt de rechtswetenschap zeer toegankelijk en veel dingen die je al wel wist of een beetje of nog niet wist worden in Inleiding in het Nederlands recht gestructureerd en samenhangend aangeboden. Niet elk hoofdstuk is even interessant, maar dat heeft vooral te maken met een persoonlijke voorkeur voor bepaalde segmenten in de samenleving (bestuur, politie en justitie, vermogen). Een prima boek en een aanrader voor iedereen die wat meer wil weten over de inrichting van onze samenleving.

Hugo Brems, “Altijd weer vogels die nesten beginnen”

 Beoordeling: 3 sterren

Voor het eerst in ruim vijftig jaar verschijnt er nu een nieuwe, complete, chronologische geschiedenis van de Nederlandse literatuur, geschreven als een doorlopend verhaal dat alle recente vondsten en de nieuwste wetenschappelijke inzichten bevat. Deze indrukwekkende reeks iaat zien hoe elke periode op een eigen manier de literaire traditie van Nederland en Vlaanderen heeft gevormd, ontwikkeld en verrijkt.

In dit negende deel beschrijft Hugo Brems de periode 1945-2005. Hiervoor heeft hij deze periode verdeeld in periodes van 10 jaar (1945-1955, 1955-1965 enzovoort), afgewisseld met een hoofdstuk waarin de diverse contemporaine ontwikkelingen in één jaar worden beschreven. Dit om aan te geven dat meerdere ontwikkelingen gelijktijdig plaatsvinden.

Die ‘éénjarige’ hoofdstukken zijn erg leuk en geven een goed beeld van wat zich op een moment in de tijd afspeelde. De opzet van het boek vind ik dan ook zeer geslaagd. Bovendien is de combinatie van Vlaamse en Nederlandse informatie erg plezierig. Wel moet worden aangetekend dat Vlaanderen het er af en toe bekaaid vanaf brengt en de ‘klaagzangen’ waar Brems op pagina 420 over spreekt ‘waarbij Nederland steevast het begeerde en beschimpte ijkpunt was’ laten ook de benadering van Vlaanderen in Brems’ boek hun sporen na. Het geeft de verbondenheid en de verschillen tussen deze culturen goed aan; waardevolle kennis wanneer men het heeft over het samenvoegen Vlaanderen en Nederland.

1945-1950
Het eerste hoofdstuk vind ik zeer interessant. Niet alleen veel informatie over de periode 1945-1950, waar ik weinig van weet, maar ook een rijker beeld van de periode rond 1950. Met name de aanleidingen, de voorgangers en de Vlaamse dimensie component in deze ontwikkeling waren nieuw of goede opfrissers voor me.

1955-1965
Het hieropvolgende hoofdstuk was wat traag, maar opnieuw zeer interessant. Dit is niet echt mijn periode, dus veel informatie was diep weggezakt. Leuk, maar traag.

1965-1975
Hoe dit hoofdstuk ooit door de eindredactie is gerold zal ik nooit begrijpen. Er gebeurde in deze periode erg veel in de literatuur, zonder dat er een leidende stroming was. De taak van de literatuuronderzoeker is het echter om eenheid in die diversiteit te scheppen. Daar is Brems helaas niet in geslaagd: het is een beetje een warboel en het hoofdstuk waarin de gelijktijdige ontwikkelingen in 1975 worden beschreven is dan ook een verademing: eindelijk begrijp je waar de afgelopen honderd pagina’s over gingen.

1975-1985
Die verademing zet zich goed door in het hoofdstuk dat de periode 1975-1985 behandelt. De diverse kampen binnen literaire discussies in Nederland en Vlaanderen worden helder en hier zie je eindelijk weer iets terug van de eerste hoofdstukkken (1945-1965) waarin ook helder wordt geabstraheerd, uiteen wordt gezet welke personen eeen rol spelen, buitenliteraire instanties en processen een plaats krijgen en het geheel wordt gelardeerd met voorbeelden en citaten.

1985-1995
En ook het op-een-na-laatste hoofdstuk van Brems deel uit deze nieuwe literatuurgeschiedenis leest prima. Helder zet hij de verschillende tendensen uit deze periode naast elkaar. Maar dan gebeuren er twee rare dingen:
Ineens worden de jeugdliteratuur (in het periodehoofdstuk) en toneel en Afrikaanse literatuur (in het jaaroverzicht) besproken. Tot op dat moment is daar nog geen sprake van geweest en Brems moet dan ook bij alle drie deze onderwerpen een historisch aanloopje nemen om het aan de periode of het jaar 1995 te koppelen.
Bovendien lijkt het jaaroverzicht meer op een opsomming, dan een gestructureerde dwarsdoorsnede. Het lijkt erop of Brems moeite krijgt lijnen in de geschiedenis te zien.

Aspecten van de literatuur rond de eeuwwisseling
Het beste is in Altijd weer vogels die nesten beginnen voor het laatst bewaard. In dit zeer overzichtelijke hoofdstuk worden enkele tendensen in de literatuur van de laatste jaren aangegeven. Voor het eerst is er sprake van hoofdlijnen in het verhaal van Brems. Wel komt Vlaanderen er zéér bekaaid vanaf in dit hoofdstuk.

Altijd weer vogels die nesten beginnen is een mooie literatuurgeschiedenis met veel boeiende feiten en een verfrissende aanpak. Toch leest het boek regelmatig erg stug en wordt de historie warrig gepresenteerd. Zeker een waardevol boek, maar ik hoop dat de andere acht delen ‘lekkerder’ lezen.

S. Gillis en A. Schaerlaekens (redactie), “Kindertaalverwerving; een handboek voor het Nederlands”

 Beoordeling: 5 sterren

In Kindertaalverwerving; een handboek voor het Nederlands wordt een overzicht gegeven van de manier waarop de verwerving van taal (in bijzonder het Nederlands) door kinderen verloopt. Niet alleen worden de fonologische, semantische, syntactische en pragmatische verwerving beschreven, ook komen onderwerpen als taalpathologie, de onderliggende theorieën over taalverwerving en tweede-taalverwerving aan bod.

Het boek van Gillis en Schaerlaekens is bijzonder leesbaar en bovendien zeer leerzaam. Enige taalkundige basiskennis is prettig en maakt het lezen van dit kloeke boekwerk gemakkelijker, maar aan de hand van de bijlage achterin, waar kort maar krachtig de belangrijkste basisbegrippen van de fonologie uiteengezet worden, kan dit boek ook voor mensen zonder grote voorkennis een bron van ‘lering ende vermaeck’ vormen.

Ieder hoofdstuk in het boek is door een of meerdere specialisten op dat onderdeel van de taalverwerving geschreven, waardoor een verschil in stijl en soms ook in leesbaarheid ontstaat. Dit is echter geenszins storend en geeft het boek in mijn ogen zelfs een bepaalde charme.

Voor eenieder die kennis wil maken met de taalverwerving van het Nederlands of zijn kennis op dit gebied wil verfrissen is dit een absolute aanrader!

Geert Mak, “De brug” (boekenweekgeschenk 2007)

Beoordeling: 2 sterren

Op de Galatabrug in Istanbul (Turkije) werken diverse markante figuren die door Mak in dit boekenweekgeschenk worden beschreven. Deze beschrijvingen zijn vervlochten met stukken historie en enkele hedendaagse maatschappelijke issues die de figuren op de brug bezig houden.

Het geschenk van dit jaar viel me erg tegen. Ik vond het taai en weinig boeiend. De verschillende verhalen en de historie interesseren mij in principe wel, maar het duurt me te lang en zonder plot, clou of bedoeling raak ik al snel het spoor bijster… Helaas. Volgend jaar beter!

Jan de Cock, “Hotel Prison”

Beoordeling: 3 sterren

Een prachtig autobiografisch “reisboek”, waarin Jan de Cock enkele verhalen van gevangenen en zijn eigen impressies van het verblijf in bijna zestig gevangenissen over de gehele wereld heeft opgetekend. Van Afrika tot Zuid-Amerika, van Europa tot Azië, overal zijn gevangenissen anders, maar ook erg hetzelfde.

Jan de Cock (ooit gast in LateLetterenLive) is een inspirerende man en Hotel Prison is een inspirerend boek. De schrijfstijl is wat journalistiek en vereist daardoor wel een oprechte interesse in andere culturen om het boek boeiend te blijven vinden. Het is mij daarom ook nog niet gelukt het in één keer uit te krijgen. Toch vind ik het boek zeker de moeite waard.