Jan van Boendale, Lekenspiegel

Lekenspiegel Beoordeling: 4 sterren

Omdat men in de Middeleeuwen geloofde dat God deze wereld en al wat er op leeft had geschapen, beschouwde men de kosmos en natuur als een spiegel van God. Door het bestuderen van dieren, planten en stenen kon men te weten komen wat Hij met zijn Schepping voor ogen had gehad. Die kennis werd te boek gesteld en overgeleverd in een soort encyclopedische naslagwerken.Rond 1330 stelde de Antwerpenaar Jan van Boendale zijn Lekenspiegel samen op basis van geleerde en dus Latijnse bronnen. Hij schreef in de volkstaal, opdat leken (dat wil zeggen niet-priesters die het Latijn niet machtig waren) kennis konden nemen van hoe de wereld in elkaar zat. In de vier delen poogde hij de heilsgeschiedenis te beschrijven, te beginnen met de schepping en eindigend met visioenen van de Jongste Dag. Regelmatig laat hij de historische rode draad liggen om uit te weiden over ethische en esthetische kwesties, zoals ‘Waarom is het schrift zo belangrijk?’, ‘Aan welke eisen moet een dichter voldoen?’ en ‘Hoe dienen stadsbestuurders zich te gedragen?’*

Deze vertaling van Lekenspiegel uit de Griffioenreeks is een goede prozabewerking van de originele tekst. Wat opvalt als je deze tekst leest, zijn de vele literaire verwijzingen: Boendale noemt diverse bronnen voor zijn kennis. Daarnaast is veel van deze kennis verouderd, maar ook opvallend veel kennis is nog steeds waardevol en onveranderd. Als lezer krijg je een goed beeld van wat met wist, dacht en vond in de 14e eeuw. Het wereldbeeld van de middeleeuwer wordt je op deze manier goed duidelijk. Ook de normen van mensen zijn in die ruim 600 jaar niet veranderd: de etiquetteboekjes van nu sommen nagenoeg dezelfde regels op als de Lekenspiegel van toen.
Voor de literairhistorisch wat ingevoerder lezer is het interessant om te zien dat de vermenging van christendom en kennis uit de klassieke oudheid niet geproblematiseerd is, waar deze dat wel was, na de polemiek over ‘Socrates in de hemel‘ in de 18e eeuw.
Ik raad dit boek echt aan iedereen aan: geoefender lezers en mensen die zonder voorkennis kennis willen maken met de Middeleeuwen.

*Bron: Bol.com

Willem Bilderdijk, De kunst der poëzy

De kunst der poezy Beoordeling: 4 sterren

In de discussie over Bilderdijks dichterschap spitsen de rehabilitatiepogingen zich toe op de vraag in hoeverre Bilderdijk al dan niet te beschouwen is als een volwaardig representant van Europese Romantiek. Bilderdijks meest uitgesproken poëtisch manifest, de kunst der poëzy, is in dit debat een vaak geciteerde tekst. Van dit belangwekkende gedicht verschijnt nu, na honderd jaar, weer een complete, geannoteerde editie. Hieraan vooraf gaat een uitvoerige inleiding, waarin de bezorgers hun eigen positie in het debat bepalen.*

De kunst der poëzy is een zeer mooi geschreven poëtica, waarin Bilderdijk met prachtige beeldspraken en rijkelijk strooiend met stijlfiguren zijn visie op de poëzie uiteen zet. Zijn gedicht is niet heel toegankelijk, maar de geannoteerde uitgave uit de reeks Nederlandse Klassieken maakt het lange gedicht toch nog steeds zeer leesbaar. Een mooie tekst om gelezen te hebben voor ik aan de gedichten van Bilderdijk ga beginnen.

*Bron: Bol.com

Jan van der Meer, Enkeltje Nijmegen

Beoordeling: 2 sterren

Enkeltje Nijmegen is het openhartige dagboek van een roze-groen raadslid. Jan van der meer geeft een inkijkje in het politieke bedrijf vanuit een zeer persoonlijk perspectief. Politiek en het volle leven – drank, seks, intriges en ambitie: het zijn de ideale bouwstenen voor een klassieke tragedie. Gelukkig heeft Jan van der Meer naast humor en relativeringsvermogen ook de moed zichzelf niet te ontzien. Dat maakt dit dagboek tot een authentiek document, tot meer dan een lokaal-politieke aangelegenheid ent tot een vermakelijke zedenschets.*

De flaptekst van het dagboek van Jan van der Meer doet veel vermoeden, maar Enkeltje Nijmegen is helaas niet meer dan een lokaal-politieke aangelegenheid. Voor een ex-fractievolger uit Nijmegen is het leuk te lezen wat er in 2000 gebeurde: het biedt inzicht in de verhoudingen in 2010. Voor een raadslid is Jan van der Meer een leuke schrijver, maar hij is geen literator. Het is een grappig boekje, maar voor de doorsnee lezer niet interessant genoeg helaas.

*Bron: flaptekst Enkeltje Nijmegen

Rint Sybesma, Het Chinees en het Nederlands zijn eigenlijk hetzelfde

Het Chinees en het Nederlands zijn eigenlijk hetzelfde Beoordeling: 1 ster

Op het eerste gezicht hebben het Chinees en het Nederlands nauwelijks iets met elkaar gemeen. Zo heeft het Chinees – afgezien van de sterk verschillende klanken – geen meervoud, geen tegenwoordige en verleden tijd en geen lidwoorden (de, het).Bij nadere beschouwing blijken de talen echter allerlei overeenkomsten te hebben. Het Chinees is een toontaal. Het Limburgs is dat ook. De Chinezen zeggen blij-blij. Wij zeggen druk-druk-druk. In het Chinees zet je achter iedere zin een klein woordje om de zin wat bij te kleuren. In het Nederlands doen we dat ook hoor!Dit boek biedt inzicht in de verrassende overeenkomsten tussen twee talen die ogenschijnlijk hemelsbreed van elkaar verschillen.*

Toen ik Het Chinees en het Nederlands zijn eigenlijk hetzelfde van Sinterklaas kreeg, was ik best enthousiast: een grappig boekje, waarvan ik een opvallende invalshoek op het Nederlands verwachtte en waarin ik met plezier begon te lezen. De enige vragen die mij na (gedeeltelijke) lezing nog resten, zijn: waarom heeft Sybesma zich de moeite getroost dit boekje te schrijven? Wat moet ik ermee? Wat moet de mensheid met dit boekje? Wat is het nut? Wat is de lol? Waarom? Waaróm? WAAROM?

Dit boekje kenmerkt zich door nutteloosheid, de samenvatting van dit boekje kan in 15 bulletpoints geschieden (één per hoofdstuk), de toon is af en toe zo kleuterlijk dat je je kapot ergert als door het onderwijssysteem geworstelde lezer en van de opvallende invalshoek op het Nederlands is weinig over. Ik wens Sybesma veel succes met de verkoop van zijn boekje, want ik hoop dat niemand na lezing van deze recensie het nog in zijn hoofd haalt dit ding te kopen.

*Bron: flaptekst

Tom Lanoye, Maten en gewichten

Maten en gewichten Beoordeling:4 sterren

In deze bundel columns uit Humo van Lanoye uit de periode 1992-1994 bespreekt Lanoye met name de Antwerpse politiek. Daarnaast staat in de bundel ook zijn lezing Janus in Sarajevo.

Het is als niet-Vlaming even wennen als je aan deze bundel begint. Je mist de sociaal-culturele context waarin deze teksten zijn geschreven en vooral de vele namen van politieke figuren roepen geen beeld op. Wel leer je de mensen, doordat ze in meerdere columns terugkeren, langzaam beter kennen. De bundel moet je echter vooral lezen voor de lezing Janus in Sarajevo en de reeks Kaap de goede hoop. Lanoyes stijl is onovertroffen en hij is naast een zeer getallenteerd fictieschrijver, ook een zeer getallenteerd columnist/polemist. Bovendien geeft lezing van de columns na meer dan 15 jaar soms een destijds niet bedoeld humoristisch effect. Jean Marie Pfaffs plaatsing in een rijtje met onder andere Ghandi wordt na de real-life soap nog grappiger en de onmogelijkheid van een zwarte president van de Verenigde Staten leest na 2009 ook anders dan voorheen. Zeker een aanrader, maar wel voor de stilistisch ingestelde lezer.

PPC D66, Vertrouw op de eigen kracht van mensen

Beoordeling: 4 sterren

De permanente programmacommissie van D66 heeft in het afgelopen jaar gewerkt aan het essay Vertrouw op de eigen kracht van mensen, sociaal-liberale grensverkenningen. Dit 52 pagina’s tellende boekje verwoordt het basale mens- en maatschappijbeeld van de sociaal-liberaal en alle grenzen, vragen en kanttekeningen die daar bij te maken zijn.

Het boekje is een interessante zoektocht naar een gezamenlijke grond. En zoals in de epiloog gezegd moet dit boek niet leiden tot eindeloos gebakkelei binnen de gelederen over die punt of komma in de tekst die anders had gemoeten. Het moet een basis zijn voor het politiek handelen, een visie achter het oplossen van concrete maatschappelijke problemen. In dit doel is het boekje in elk geval goed geslaagd.
Wel heb ik twee kanttekeningen: ten eerste is het boekje erg wetenschappelijk/elitair van taalgebruik. De gemiddelde Nederlander kan niets met deze tekst en dat lijkt mij een gemiste kans. Daarnaast vind ik de balans in het boekje tussen wat ouders aan opvoeding moeten doen en wat er van het onderwijs wordt verwacht te ver doorslaan naar het onderwijs. Van de mogelijkheden van het onderwijs moeten geen wonderen worden verwacht.

Kortom: een mooi uitgangspunt voor discussie binnen en buiten D66 over de mens en maatschappij, een goed handvat voor praktisch politiek handelen in elitair geschreven Nederlands.

M. van der Land, Tussen ideaal en illusie

Tussen ideaal en illusie Beoordeling: 3 sterren

Op 14 oktober 1966 wordt in Amsterdam de Politieke Partij Democraten ’66 opgericht. In de loop der jaren ontwikkelt de partij zich van een radicaal-democratische vernieuwingsbeweging tot een gevestigde politieke partij. De geschiedenis van D66 kent sterk wisselende successen, maar bijna 37 jaar na haar oprichting laat het vaak voorspelde verdwijnen van de partij nog steeds op zich wachten. Maar hoe is D66 gedurende haar bestaan omgegaan met haar oorspronkelijke doelstellingen: radicale democratisering van politiek en samenleving, het doorbreken van de partijpolitieke verhoudingen en pragmatische, niet-ideologische politiek?
In dit eerste boek over de roemrijke geschiedenis van D66 komen alle hoogte- en dieptepunten van bijna 37 jaar van de partij aan de orde: het Initiatiefcomité, het Appèl en de glorieuze entree in de Nederlandse politiek, de kabinetsdeelnames in de jaren zeventig en tachtig, de historische verkiezingsoverwinning in 1994 en de vorming van het paarse kabinet. Maar ook de crisis in 1974, toen de partij op sterven na dood was, het verlies na de deelname aan de kabinetten-Van Agt II en III , het (tweevoudig) vertrek van partijleider Van Mierlo en de verkiezingsnederlaag van 2002 passeren de revue.*

Het proefschrift van Van der Land is zeer leesbaar en geeft een mooi beeld van D66. Bovendien levert het voor iemand die van na 1966 is een interessante inkijk in de historie van de partij.

De hoofdstukken twee t/m zeven beschrijven de geschiedenis van D66 in chronologische volgorde. Doorgaans weet Van der Land in stijl en inhoud een goede mix te maken van het overbrengen van de sfeer in de partij en het politieke landschap en wetenschappelijke distantie. Een wat minder hoofdstuk vormt hoofdstuk drie. Hierin worden veel parallelle gebeurtenissen beschreven die deels ook uit elkaar voortvloeien en deze worden pas door de samenvatting in de laatste paragraaf in een duidelijk kader geplaatst.
In het vierde hoofdstuk, op bladzijde 223 komt vervolgens een onvergeeflijke fout voor in het boek. Zonder enige voetnoot, onderbouwing of argumentatie schrijft Van der Land: ” […] en het duidelijk maken dat D’66 het beste van het liberalisme en het beste va de sociaal-democratie in zich verenigt.” Een zeer subjectieve opmerking die niets te maken heeft met de inhoud van het hoofdstuk en die mijns inziens in een proefschrift absoluut niet kan, zonder daar een opmerking bij of over te maken.
Wat de chronologische beschrijving van de geschiedenis met zich meebrengt is dat je als lezer meer en meer behoefte krijgt aan het trekken van conclusies, het leggen van verbanden, een hypothese, overtuiging van het gelijk van de historicus. Omdat Van der Land in de inleiding geen stelling(en) heeft geponeerd, is het erg wachten op het moment waarop hij wat gaat doen met de beschreven geschiedenis en dat is erg jammer. Het boek laat tijdens het lezen daardoor een wat ‘Reader’s Digest-achtige vluchtigheid indruk achter. Deze wordt in het achtste hoofdstuk wel degelijk goed gemaakt met enkele goede bespiegelingen en duidelijke conclusies, maar het zwaartepunt ligt wat mij betreft wat te veel bij het beschrijvende en wat te weinig op het laten zien van wat dat betekent**.
De beschouwing in het laatste hoofdstuk is een leuke toevoeging waarin we het meest van de schrijver te zien krijgen en hij op een veel ontspannener manier schrijft dan in de voorgaande vierhonderd bladzijden.

Erg storend zijn de vele taalfoutjes die over het hele boek verspreid voorkomen. Vaak zijn deze ontstaan bij wijzigingen in de formulering, maar ook doodeenvoudige typfouten die elke spellingchecker herkent, komen veelvuldig voor. Een van de opvallendste voorbeelden: een foto met vijf oud-fractievoorzitters van D66 met daaronder “vier fractievoorzitters”.

Een leuk boek, een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in D66 en zeker voor iedereen die binnen het partijkader van D66 actief is. Maar dit boek vormt voor mij geen sluitsteen in onderzoek rond D66, maar pas het begin.

* Bron: Bol.com
**Dit is precies de reden dat voor mij een wetenschappelijke carrière niet in het verschiet ligt en mijn masterscriptie niet leidde tot cu

Guy Verhofstadt, Jeremy Rifkin e.a., “Eigenlijk bent u een Europeaan”

 Beoordeling: 4 sterren

‘Eigenlijk bent u een Europeaan’ is een bundel met 27 essays over de kansen die Europa biedt: de relevantie voor Nederland en de noodzaak voor de wereld. Het gaat om de oplossingsmacht van Europa; om wat ons bindt met de rest van Europa en om wat ons onderscheidt. Dit kun je volgens ons het best laten zien door zowel de ‘Grote verhalen’ ruimte te bieden, als ook in te gaan op de details.
Zo kun je lezen over de grensoverschrijdende aanpak van criminaliteit – die werkt! Of over de vermeende 80% van de wetgeving die uit Brussel zou komen – een sprookje! Maar ook over duurzaamheid, mensenrechten en de humaniserende werking van handel, wat een breder begrip geeft van het Europese project.
Europa is meer dan een technocratische machine. Het is een droom, een ideaal; een die te verwezenlijken is. En na het lezen van dit boek zou jij wel eens kunnen uitroepen: Eigenlijk ben ik een Europeaan!*

Nadat de eerste paar essays elkaar deels overlappen en een beetje in algemeenheden blijven hangen, wordt verderop de diepgang gezocht. Diverse ‘details’ van Europa worden behandeld en er worden veel interessante zaken besproken die je kennis over Europa vergroten. Het leukste van dit boek is de positieve toon waarmee over Europa wordt gesproken, zonder dat het enkel gejubel en gejuich is. Een beetje de toon die ook Perron E heeft. Een leuk boek dat iedereen, pro- of contra-Europa, zou moeten lezen.

*Bron: www.eigenlijkbentueeneuropeaan.nl

Mr. J.W.P. Verheugt, “Inleiding in het Nederlandse recht” (13e druk)

 Beoordeling: 4 sterren

Deze inleiding in het Nederlandse recht is reeds sinds de jaren tachtig een toonaangevend handboek, dat vooral op universiteiten en in het hoger beroepsonderwijs wordt voorgeschreven. In dit boek nemen rechtsvorming en rechtshandhaving een centrale plaats in. De eerste vijf hoofdstukken vormen een inleiding in het systeem van het Nederlandse recht en in de hoofdstukken 6 tot en met 14 worden de belangrijkste rechtsgebieden besproken, zoals het vermogensrecht, burgerlijk procesrecht, ondernemingsrecht, arbeidsrecht en het straf(proces)recht.

Naast een literair hoog- (of laag-) standje, heb ik ook altijd een secundair werk op mijn nachtkastje liggen. Puur om mijn eeuwige honger naar het weten van ‘dingetjes’ te stillen. Hoewel ik nooit de intentie heb gehad, en nog steeds niet heb, om rechten te gaan studeren, vind ik het wel leuk om ook daar wat meer van te weten. Het boek van Verheugt is daar een prima middel voor. Dit zeer leesbare boek maakt de rechtswetenschap zeer toegankelijk en veel dingen die je al wel wist of een beetje of nog niet wist worden in Inleiding in het Nederlands recht gestructureerd en samenhangend aangeboden. Niet elk hoofdstuk is even interessant, maar dat heeft vooral te maken met een persoonlijke voorkeur voor bepaalde segmenten in de samenleving (bestuur, politie en justitie, vermogen). Een prima boek en een aanrader voor iedereen die wat meer wil weten over de inrichting van onze samenleving.

Hugo Brems, “Altijd weer vogels die nesten beginnen”

 Beoordeling: 3 sterren

Voor het eerst in ruim vijftig jaar verschijnt er nu een nieuwe, complete, chronologische geschiedenis van de Nederlandse literatuur, geschreven als een doorlopend verhaal dat alle recente vondsten en de nieuwste wetenschappelijke inzichten bevat. Deze indrukwekkende reeks iaat zien hoe elke periode op een eigen manier de literaire traditie van Nederland en Vlaanderen heeft gevormd, ontwikkeld en verrijkt.

In dit negende deel beschrijft Hugo Brems de periode 1945-2005. Hiervoor heeft hij deze periode verdeeld in periodes van 10 jaar (1945-1955, 1955-1965 enzovoort), afgewisseld met een hoofdstuk waarin de diverse contemporaine ontwikkelingen in één jaar worden beschreven. Dit om aan te geven dat meerdere ontwikkelingen gelijktijdig plaatsvinden.

Die ‘éénjarige’ hoofdstukken zijn erg leuk en geven een goed beeld van wat zich op een moment in de tijd afspeelde. De opzet van het boek vind ik dan ook zeer geslaagd. Bovendien is de combinatie van Vlaamse en Nederlandse informatie erg plezierig. Wel moet worden aangetekend dat Vlaanderen het er af en toe bekaaid vanaf brengt en de ‘klaagzangen’ waar Brems op pagina 420 over spreekt ‘waarbij Nederland steevast het begeerde en beschimpte ijkpunt was’ laten ook de benadering van Vlaanderen in Brems’ boek hun sporen na. Het geeft de verbondenheid en de verschillen tussen deze culturen goed aan; waardevolle kennis wanneer men het heeft over het samenvoegen Vlaanderen en Nederland.

1945-1950
Het eerste hoofdstuk vind ik zeer interessant. Niet alleen veel informatie over de periode 1945-1950, waar ik weinig van weet, maar ook een rijker beeld van de periode rond 1950. Met name de aanleidingen, de voorgangers en de Vlaamse dimensie component in deze ontwikkeling waren nieuw of goede opfrissers voor me.

1955-1965
Het hieropvolgende hoofdstuk was wat traag, maar opnieuw zeer interessant. Dit is niet echt mijn periode, dus veel informatie was diep weggezakt. Leuk, maar traag.

1965-1975
Hoe dit hoofdstuk ooit door de eindredactie is gerold zal ik nooit begrijpen. Er gebeurde in deze periode erg veel in de literatuur, zonder dat er een leidende stroming was. De taak van de literatuuronderzoeker is het echter om eenheid in die diversiteit te scheppen. Daar is Brems helaas niet in geslaagd: het is een beetje een warboel en het hoofdstuk waarin de gelijktijdige ontwikkelingen in 1975 worden beschreven is dan ook een verademing: eindelijk begrijp je waar de afgelopen honderd pagina’s over gingen.

1975-1985
Die verademing zet zich goed door in het hoofdstuk dat de periode 1975-1985 behandelt. De diverse kampen binnen literaire discussies in Nederland en Vlaanderen worden helder en hier zie je eindelijk weer iets terug van de eerste hoofdstukkken (1945-1965) waarin ook helder wordt geabstraheerd, uiteen wordt gezet welke personen eeen rol spelen, buitenliteraire instanties en processen een plaats krijgen en het geheel wordt gelardeerd met voorbeelden en citaten.

1985-1995
En ook het op-een-na-laatste hoofdstuk van Brems deel uit deze nieuwe literatuurgeschiedenis leest prima. Helder zet hij de verschillende tendensen uit deze periode naast elkaar. Maar dan gebeuren er twee rare dingen:
Ineens worden de jeugdliteratuur (in het periodehoofdstuk) en toneel en Afrikaanse literatuur (in het jaaroverzicht) besproken. Tot op dat moment is daar nog geen sprake van geweest en Brems moet dan ook bij alle drie deze onderwerpen een historisch aanloopje nemen om het aan de periode of het jaar 1995 te koppelen.
Bovendien lijkt het jaaroverzicht meer op een opsomming, dan een gestructureerde dwarsdoorsnede. Het lijkt erop of Brems moeite krijgt lijnen in de geschiedenis te zien.

Aspecten van de literatuur rond de eeuwwisseling
Het beste is in Altijd weer vogels die nesten beginnen voor het laatst bewaard. In dit zeer overzichtelijke hoofdstuk worden enkele tendensen in de literatuur van de laatste jaren aangegeven. Voor het eerst is er sprake van hoofdlijnen in het verhaal van Brems. Wel komt Vlaanderen er zéér bekaaid vanaf in dit hoofdstuk.

Altijd weer vogels die nesten beginnen is een mooie literatuurgeschiedenis met veel boeiende feiten en een verfrissende aanpak. Toch leest het boek regelmatig erg stug en wordt de historie warrig gepresenteerd. Zeker een waardevol boek, maar ik hoop dat de andere acht delen ‘lekkerder’ lezen.