Harry Paape, De Geuzen (boekenweekgeschenk 1965)

Beoordeling: 2 sterren

De geuzen bleek verrassend genoeg een historisch relaas, geen fictiewerk. Hoewel er ander non-fictie als boekenweekgeschenk is verschenen, was dit historische relaas toch wel het minst literair van wat ik tot nu toe gelezen heb. Ik vond het niet echt een boekenweekgeschenk. Wellicht dat je dat in de tijd moet zien, dit onderwerp is inmiddels niet actueel meer en dit detail uit de geschiedenis alleen voor historici  nog interessant. Probleem is echter dat het niet zo spannend is opgeschreven: vrij droog worden de historische bronnen aan elkaar geregen. Wat me wel opviel is de grote nuance in het werk: het verzet wordt niet verheerlijkt, ook de fouten en gebreken worden getoond. Maar als boekenweekgeschenk verdient het helaas niet meer dan 2 sterren.

Kader Abdolah, De Koran

Nadat ik mij een paar jaar geleden op het herlezen van de Bijbel stortte, vond ik het ook tijd om de Koran weer eens te herlezen. Tijdens mijn studie, het zal omstreeks 2005 zijn geweest, las ik de vertaling van de Koran uit 1953. Een moeilijk te doorgronden boek, waar ik een en ander wel uit heb gehaald. Kader Abdolah heeft met zijn vertaling van de Koran getracht deze leesbaarder te maken. Een lovenswaardig doel waar Abdolah deels in is geslaagd. Zijn tekst is inderdaad leesbaarder, maar de tekst bevat nog steeds veel herhaling en moeilijk te doorgronden filosofische bespiegelingen.

In combinatie met De boodschapper is deze vertaling van de Koran een mooie combinatie. De parallellen worden door de volgorde waarin Abdolah de soera’s heeft geplaatst helder en je ziet de ontwikkelingen in het karakter en de boodschap van Mohammed goed terug. In het eerste deel van het boek zie je een onzekere man die tegen de klippen op zijn waarheid verspreidt en zichzelf moed inpraat door zich te spiegelen aan de oude profeten; ook zij hadden gelijk, zonder grote schare volgelingen. De omslag naar gewelddadige verspreiding van zijn boodschap zie je ook in De Koran terug.

De citaten en leesaanwijzingen van Abdolah helpen de lezer door de tekst, maar al met al blijft de Bijbel gemiddeld genomen een concreter en leesbaarder boek dan de Koran.

Denk en handel internationaal

Beoordeling: 4 sterren

De eerdere twee delen van de reeks richtingwijzers van D66, Vertrouw op de eigen kracht van mensen en Streef naar een harmonieuze en duurzame samenleving, heb ik reeds besproken op mijn website. Waar ik bij de vorige twee boekjes al als kritiek had dat het taalgebruik erg wetenschappelijk/elitair is, is dat bij dit boekje nog veel sterker het geval. Inhoudelijk heb ik weinig aan te merken op het boek. Dit is minder mijn terrein dan de thema’s besproken bij de vorige twee richtingwijzers, maar ook is de structuur van de tekst en zijn de voorbeelden heel helder. Ik kijk al uit naar Beloon prestaties en deel de welvaart en Koester grondrechten en gedeelde waarden.

Jacob van Lennep, Vermakelijke anekdoten en historische herinneringen

Beoordeling: 4 sterren

Jacob van Lennep is een van de beste schrijvers die de negentiende eeuw heeft voortgebracht. Klaasje Zevenster was erg leuk en zelfs deze wat onsamenhangende verzameling historische ‘feitjes’ is interessant. Je moet het boek niet van kaft tot kaft door gaan ploegen, maar af en toe in grasduinen.

Wel is het de vraag hoe accuraat en kloppend alle informatie is. De literaire bronnen die genoemd worden zijn controleerbaar, maar er zijn genoeg anekdoten die weinig grond lijken te hebben.

Bart Ongering, Meester Bart

Beoordeling: 3 sterren

Ik heb het boekje van Meester Bart gekregen en ik ben wel blij dat dat het geval is, want ik zou het zonde hebben gevonden hier zelf geld aan uit te geven. De uitspraken van zijn leerlingen zijn vermakelijk en herkenbaar. Maar een geprint Tumblr-blog is wel een wat goedkope manier om geld te verdienen. Drie sterren voor dit aardige boekje, maar dat is vooral aan de leerlingen te danken.

Streef naar een duurzame en harmonieuze samenleving

Streef naar een duurzame en harmonieuze samenlevingBeoordeling: 4 sterren

Het tweede essay van de Mr. Hans van Mierlostichting over de richtingwijzers van D66, is een goed stuk. Hoewel ik mijn kritiek op Vertrouw op de eigen kracht van mensen hier kan herhalen, dat het taalgebruik erg wetenschappelijk/elitair is, is dat deels goedgemaakt met goedgekozen voorbeelden en met de praktische thema’s achter in het boekje.

Opvallend vond ik dat het woord ‘harmonieus’ in dit essay totaal anders is opgevat, dan ik het altijd heb begrepen. In dit essay wordt enkel uitgegaan van thema’s als milieu en leefomgeving, waarop deze richtingwijzer van toepassing is. De korte beschrijving bij de richtingwijzer op de website en in verkiezingsprogramma’s, laat ook ruimte om harmonieus op te vatten als een intermenselijk begrip: “Wij willen de wereld om ons heen tegemoet treden met respect en mededogen. Dat geldt voor de mensen om ons heen en voor onze omgeving.” Ik vind dat een gemiste kans.

Als aanvulling bij dit boekje, of als wijze van invulling geven in de dagelijkse politiek, verwijs ik ten slotte nog maar eens naar een filmpje waar ik eerder eens over berichtte, dat uitgaat van het Brutto Nationaal Geluk, in plaats van het Bruto Nationaal Product.

Frits van Oostrom, Wereld in woorden

Wereld in woordenBeoordeling: 5 sterren

Nadat ik drie jaar geleden Stemmen op schrift van Frits van Oostrom besprak, is dit jaar het daaropvolgende deel  Wereld in woorden verschenen. En ik kan veel van wat ik over het vorige deel schreef herhalen: het boek kent een zeer brede opzet, van politiek en cultuur tot specifieke teksten en schrijvers. Het is zeer leesbaar geschreven, met Stemmen op schrift de leesbaarste van alle delen tot nu toe (hoewel voor een hoger opgeleid publiek). En wat ook in dit deel stoort is het overdreven nationalisme en bijkomend Van Oostroms Maerlant-voorliefde.

Van dat laatste diverse voorbeelden door het boek heen: “zoals geen enkele andere Europese vertaler hem heeft nagedaan” (blz. 354), de naam van prinses Beatrix die afgeleid zou zijn van het verhaal van Beatrijs (vergelijk dit met de betwiste Zeeuwse Marlaent in Maerlants wereld) en continue Maerlant-vergelijkingen tussen haakjes op irrelevante plaatsen zoals “Alleen Maerlants encyclopedische werk, en in bijzonder zijn Spiegel Historiael, steekt daar overtuigend bovenuit – maar die laatste had dan ook meer dan een eeuw lang het rijk alleen als Nederlandstalige wereldencyclopedie” op blz. 492. Ook is dit te horen in Van Oostroms manier van spreken bij Pauw en Witteman bij het verschijnen van zijn boek:

Daarnaast vallen nog een paar dingen op aan dit deel. Ik ben de eerste overduidelijke zetfout tegengekomen in de inmiddels vijf door mij gelezen delen (blz. 201 privatie in plaats van private). Verder kent dit boek meer bladzijdes die gewijd zijn aan enkele grote namen of teksten ten opzichte van het vorige deel. Logisch wellicht, omdat de individuele schrijver opkomt in de veertiende eeuw, maar wel opvallend anders.

Bovendien is dit deel samen met het vorige zeer uitgebreid: het beslaat 200 jaar (meer dan Het gevleugde woord van Herman Pleij), maar wordt nergens saai, traag of vervelend. Er staat wat er moet staan, in tegenstelling tot Een nieuw vaderland voor de muzen van Porteman en Smits-Veldt dat 140 jaar beslaat, 210 pagina’s minder dik is, maar leest alsof het 420 pagina’s meer bevat.

Het opvallendste niet-wetenschappelijke in het boek vond ik de vergelijking die Van Oostrom probeert te maken tussen de Moderne Devotie en de Nederlandse volksaard. Zoals hij het beschrijft, zie ik de parallellen ook, maar om nu te zeggen dat de Moderne Devotie daarom dus zo typisch Nederlands is. Ik weet niet zo goed wat ik daarvan denken moet.

Zoals ik bij mijn eerste recensie over deze literatuurgeschiedenis begon, sluit ik ook nu weer af met nog enkele losse opmerkingen per hoofdstuk.
De inleiding, Profiel van een eeuw, begint met Jan van Mandeville, een interessante man en mooie opener richting de rest van het boek. Van Oostrom laat bovendien zien in deze inleiding dat ook hij de kunst verstaat een wereld te scheppen in woorden. Het decor wordt geschetst voor de spelers die nog zullen opkomen. Bovendien worden hier de negen besten uitgelegd, iets wat bij Porteman en Smits-Veldt duidelijk ontbrak!
Het is vervolgens mooi te zien dat Van Oostrom in De wereld begint met het non-fictiewerk. Waar de literatuur tegenwoordig toch vaak verengt is tot poëzie en proza, is dat in het onderzoek naar de middeleeuwen alles behalve het geval. Wel wordt hier soms iets te overdreven een relatie gelegd met de huidige tijd (op het anachronistische af).
Het religieuze hoofdstuk Het heil leunt mijns inziens wat te sterk op de drie grote schrijvers die hier te berde worden gebracht. De Bijbelvertaler van 1360 wordt wel erg lang op doorgegaan en door zwaar op deze vertaler en vervolgens Ruusbroec in te zetten, wordt dit hoofdstuk wat zwaar. De schrik die neerlandici om het hart sloeg bij De Nederlandse literatuur: een geschiedenis uit 1993 hoeven deze mensen niet opnieuw te beleven: de Beatrijs staat erin!
Het hoof dstuk De verbeelding is een prima en weinig verrassend hoofdstuk, waar het laatste hoofdstuk Drie milieus dat juist wel is: de opzet is interessant en het geeft een zeer rijk beeld van wat zich op één plek allemaal tegelijkertijd afspeelde. Bovendien vond ik de informatie over de Moderne Devotie interessant, omdat ik niet alleen een bijzondere band met Deventer heb, ook kan ik mij dit vaag herinneren van mijn eerste studiejaar, dus vormde dit hoofdstuk een mooie opfrisser.

Ik heb mij zeer vermaakt met dit deel en ben erg benieuwd naar wat ik volgende zomer kan lezen. Verschijnt Ritselende revolutie dat dit jaar wordt verwacht over de Verlichting? Of ga ik naar ‘mijn’ negentiende eeuw met Alles is taal geworden?

Niccoló Machiavelli, Il principe (De heerser)

Beoordeling: 4 sterren

Il principe (De heerser) is een interessant boek en de uitgave in de Perpetua-reeks van Athenaeum, Polak en Van Gennep is een heel toegankelijke. Dat toegankelijke zit hem in eerste instantie in de tekst zelf. Machiavelli schrijft op een heel moderne wijze: weinig opsmuk, korte zinnen, helder en inhoudelijk.

En dat in een tijd dat er ook anders werd geschreven. Je kunt het vergelijken met Bordewijk in de tijd van Slauerhoff: Bordewijk de beknopte, toegankelijke, naast de barokke Slauerhoff. In de 16e eeuw heb je de beknopte, toegankelijke Machiavelli naast de meer barokke (klassieke) Erasmus met o.a. zijn Lof der zotheid.

Il principe leest als een literair managementboek voor de 16e-eeuwse leidinggevende. Wat dat betreft staat dit boek in een langere traditie van instructieboeken voor leiders, die heden ten dage uitgekomen zijn bij prachtwerken als Socratisch coachen voor leidinggevende en hrm.

Maar waar de moderne boeken vaak oude wijn in nieuwe zakken verkopen, weet Machiavelli voor die tijd, met compleet nieuwe wijn aan te komen. Dat zie je echter pas wanneer je de erg goede inleiding van Frans van Dooren bij de tekst hebt gelezen. Vertaling en inleiding zorgen samen voor een zeer interessant boek voor de liefhebber.

Boris van der Ham (@borisham), De vrije moraal

De vrije moraalBeoordeling: 4 sterren

Het boek De vrije moraal dat ex-Tweede Kamerlid Boris van der Ham schreef is een erg leuk boekje: de historische schets van Van der Ham is mooi en geeft veel waardevolle achtergronden bij de wereldvisie van D66 en aanverwante vrijdenkende partijen.

Ook het essay dat in het tweede deel van het boekje volgt is een mooi ideaal om voor te strijden, het laat je nadenken en dat de passie van Van der Ham voor de vrije moraal laat zien.

Enige kritiekpuntje op het boek is de soms erg uitgebreide uitleg. Voor wie politiek geïnteresseerd is of voor wie bij geschiedenis op de middelbare school goed heeft opgelet, kan dat soms storend zijn.

De vrije moraal is een ideaal sinterklaas- of kerstcadeau, dus koop het boek via Bol.com!

K. Porteman en M. Smits-Veldt, Een nieuw vaderland voor de muzen

Een nieuw vaderland voor de muzenBeoordeling: 3 sterren

Dit is het vierde deel uit de negendelige (vier delen moeten nog verschijnen in 2013) Geschiedenis van de Nederlandse literatuur. De afgelopen jaren lees ik elke zomer een deel. Over dit deel ben ik helaas een stuk minder enthousiast dan over de vorige. Het is nog niet zo erg dat ik maar één of twee sterren wil geven, want ik heb er opnieuw veel van geleerd.

Mijn kritiek richt zich vooral op de vorm: de schrijfwijze en stijl van dit deel. Waar Frits van Oostrom zich een bevlogen middelbare schoolleraar betoond, Herman Pleij de erudiete professor is die we kennen uit de media en Hugo Brems is in zijn deel een visionair met een duidelijke structuur voor zijn deel. Porteman en Smits-Veldt komen niet verder dan de titel ‘samensteller’ of nog negatiever gesteld: ‘opsommers’.

De chronologische opzet van Een nieuw vaderland voor de muzen werkt lang niet altijd even goed en langere lijnen in de  beschreven periode (1560-1700) gaan verloren in de verschillende hoofdstukken. Bovendien wordt er zowel veel parate voorkennis verondersteld van politiek en geschiedenis, als het bijhouden van informatie uit voorgaande hoofdstukken die eveneens als bekend wordt verondersteld. Het boek is veel meer gericht op de vakman dan op de gewone geïnteresseerde lezer en dat was wel het doel van de reeks!

Wat het lezen verder vervelend maakt zijn de opsommingen die regelmatig volgen bij bepaalde schrijvers: welke titels wanneer zijn uitgekomen en dat soms gedurende anderhalve pagina. Bovendien raak je door dit soort details de rode draad van het verhaal soms kwijt: geen mens leest een pil van ruim 880 pagina’s in één keer.

Een laatste algemeen kritiekpunt is de aandacht die vooral uitgaat naar enkele thema’s: de elite, de toppers in de literatuur, religie en educatieve literatuur. Is er niets meer? Is er geen volkskunst? Hoe werkte toneel in de praktijk? En in kleinere theaters? Op straat? Wie zong al die gedrukte liederen? Dat ontbreekt in dit erg dikke boek. Langer is niet altijd beter, details zijn niet altijd verhelderend, selecteren is een kunst.

Tot slot nog enkele opmerkingen bij de verschillende hoofdstukken:

Het eerste hoofdstuk overlapt voor een deel met het vorige deel van Herman Pleij. Je moet er wel even inkomen: zowel qua taalgebruik als inhoudelijk: het noordelijke deel is daarin beter dan het zuidelijke. Het tweede hoofdstuk biedt wat veel aandacht voor individuen, wat zich meer leent voor dieptestudie dan voor een algemene literatuurgeschiedenis. Dit hoofdstuk is wel een van de leesbaarste.

Het vierde hoofdstuk biedt een mooie context aan bij de grote schrijvers als Hooft en Bredero. Zowel bij deze schrijvers als bij de kleinere thema’s in het daaropvolgende hoofdstuk wordt er wel erg diep op zaken ingezoomd. Dat leest in dit geval niet plezierig.

Het laatste (zesde) hoofdstuk is het leesbaarste uit het boek: het lijkt wel door een andere schrijver geschreven. Het mooiste woord in dit hoofdstuk is ‘saucijzenstructuur’ ( het aaneenrijgen van losse verhalen via bijvoorbeeld één centrale hoofdpersoon). Van het nawoord vraag ik me af waarom dit is toegevoegd. De informatie is leuk, maar wat draagt het bij aan het geheel van Een nieuw vaderland voor de muzen?