Kinderprentenboeken: je hebt er nooit genoeg

Als je zoveel van lezen houdt als ik, kun je je kinderen natuurlijk geen prentenboeken onthouden. Ik heb er al eerder een paar besproken. Vandaag een reeks boeken waar ik enthousiast over ben.

De eerste twee boeken zijn allebei van Julia Donaldson, die ook de klassieker De Gruffalo schreef. Van haar zijn de boeken De grote grijpmedan en Stap maar op mijn bezemsteel. In het eerste boek proberen vier dieren heldhaftig de grote Grijpmedan uit het hol van konijn te krijgen, in het tweede groeit het aantal reizigers op heks’ bezemsteel al naar gelang ze hulp krijgt bij het zoeken naar alle spullen die ze verliest.

Het mooie van Julia Donaldson (en de vertalingen) is dat ze prachtige verhalen op rijm schrijft, vol humor en zinnetjes die herhaald worden die kinderen kunnen waarderen. Bovendien werkt Donaldson elke keer met tekenaars samen, in dit geval Helen Oxenbury (Wij gaan op berenjacht) en Axel Scheffler (De Gruffalo), die goed passen bij de sfeer en stijl van het verhaal. Bij onze kinderen, maar ook bij onszelf zij deze boeken zeer populair.

Uitgeverij Lemniscaat De Gele Ballon - Charlotte Dematons (karton)Een andere grote tekenares die prachtige boeken maakt is de Nederlandse Charlotte Dematons. Naast een fantastisch sinterklaasboek is ook De gele ballon een erg mooi boek. Het mooie van de boeken van Dematon is dat ze een heel verhaal schept zonder een woord op papier te zetten. En door de vele details in de bird’s-eye view, kun je blijven kijken naar deze prachtige prenten.

Speeltuin - Prentenboek Kinderboekenweek 2015De laatste van deze keer is Speeltuin van Mies van Hout. Een grappig boek waarbij de lezer op avontuur gaat met de hoofdpersonen, op weg naar een speeltuin. Naarmate je door bomen, doolhoven en over rivieren bent gesprongen wordt de climax naar de speeltuin goed opgebouwd. En of die speeltuin zo mooi is als verwacht…

Tommy Wieringa, Joe Speedboot

Joe SpeedbootBeoordeling: 5 sterren

Fransje Hermans, de verteller van het verhaal, is na een ongeluk invalide geraakt en heeft voorgoed zijn spraakvermogen verloren. Hij is de zelfbenoemde chroniqueur van het dorp Lomark. Zijn fascinatie voor de nieuweling Joe Speedboot is grenzeloos: Joe Speedboot, de jongen die zijn eigen naam gekozen heeft en op zijn vijftiende al bommenlegger, vliegtuigbouwer en bewegingsfilosoof is. Nauwgezet observeert Fransje hoe nog een nieuwkomer de natuurlijke orde van het dorp komt verstoren: Joe?s stiefvader Papa Afrika, een zachtaardige Nubiër met gazellenogen die een kleine scheepswerf begint op de oever van de Rijn. Dan verschijnt de geheimzinnige Picolien Jane, een beeldschone Zuid-Afrikaanse, aan wie Fransje zijn kronieken opdraagt en voor wie levenslange vriendschappen op het spel worden gezet. In haar komen alle verhalen samen, met noodlottige gevolgen.*

Joe Speedboot is een ontzettend goede roman, al is het niet de beste roman ooit geschreven in de Nederlandse literatuur zoals Kluun beweert (maar ja, dat zegt dus Kluun…). Wel verheug ik me na het lezen erg op het tweede boek van Wieringa: Centurion. Toen ik net begon met lezen, kreeg ik het idee dat het verhaal zich in een Belgisch dorp afspeelde, maar langzaamaan verschoof het verhaal zich toch naar Nederland, zoals de bedoeling was. Het boek is mooi gecompnoeerd: het heeft een goed verhaal, een mooie onderliggende symboliek, de structuur zit helder en goed in elkaar en het taalgebruik is fris, zonder overdreven modern te doen. Ook weet Wieringa op een genuanceerde manier verwijzingen naar de Bijbel (het messias-motief, maar ook andere) en mooie observaties van menselijk gedrag in het boek te verweven. Een prachtboek dat ik met plezier heb gelezen.

*Bron: Bol.com