Khalid Boudou, “Het schnitzelparadijs”

 Beoordeling: 3 sterren

De negentienjarige Marokkaan en drop-out Nordip maakt een einde aan zijn lusteloze bestaan en gaat aan de slag als afwasser in de keuken van het oer-Hollandse restaurant De Blauwe Gier. Met leeftijdsgenoten van allerlei afkomst en totaal verschillend karakter overleeft hij de dagelijkse hel van smurrie en stank omdat hij wil deelnemen aan het leven. Uiteindelijk weet hij zich een positie te verwerven in het restaurant en vindt hij zichzelf.

Hoewel het debuut van Boudou wat stug begint, is het vanaf het tweede deel een leuke en vermakelijke roman die talig zeer rijk is. Dit belooft veel goeds voor De President, zijn tweede boek.

Senger Diengotgaf, “Tprieel van Troyen”

Beoordeling: 3 sterren

Dit is een hoofse roman in zijn meest zuivere vorm. Het centrale thema is de hoofse liefde. Tijdens een wapenstilstand in de Troyaanse oorlog houdt het Troyaanse hof een maaltijd in het prieel van de titel. Dan volgen vier gesprekken tussen ridders en de door hun aanbeden dame. De minne is de eigenlijke hoofdpersoon, waar mee wordt gespeeld, die wordt bekend en afgewezen.*

Een interessant boek, dat veel kan vertellen over de tijd waarin het geschreven is, maar het is zeker geen ontspanningsliteratuur. Het is een soort Max Havelaar: het is een belangrijk boek en kan je veel leren, maar ík kruip er in ieder geval niet mee voor de open haard.

*Bron: Voorwoord versie in het Laurens Janszoon Costerproject

[Anoniem], “Lanceloet en ’t hert met de witte

 Beoordeling: 3 sterren

Een jonkvrouw arriveert op Camelot, Arturs hof. Ze vertelt een verhaal over een woud waar zich een hert met een wit voetje bevindt. Het hert wordt bewaakt door zeven leeuwen. De vorstin van de jonkvrouw zal alleen trouwen met de man die haar het witte voetje brengt. Lanceloet neemt de uitdaging aan, raakt gewond, maar vindt het hert. Een onbekende ridder heeft echter kwalijke bedoelingen: hij geeft Lanceloet een houw met z’n zwaard, laat hem voor dood achter en neemt de witte voet mee. De vorstin is ontzet wanneer de ridder een huwelijk met haar claimt. De man is namelijk foeilelijk. Op advies van haar getrouwen wordt het huwelijk voorlopig uitgesteld.

Intussen is Walewein ongerust geworden om zijn vriend Lanceloet. Hij reist hem daarom achterna en hoort wat hem is overkomen. Walewein laat zijn vriend achter bij een arts, en gaat naar het hof van de vorstin. De ruzie die ontstaat over de beschuldiging wordt beslist in een tweekamp. Met één slag klieft Walewein het hoofd van de ridder, die dood neervalt. Walewein vertelt aan de vorstin dat Lanceloet de echte overwinnaar van de leeuwen is, en haalt Lanceloet op. De vorstin wil maar al te graag met Lanceloet trouwen. Deze moet dat echter afwijzen, omdat zijn hart aan Guinevere, zijn koningin, toebehoort. Daarom keren Walewein en Lanceloet weer terug naar Camelot.

Leuk plot, een vermakelijk verhaal en het is goed geschreven. Prima boekje, maar wel voor een select gezelschap (uitgezonderd lezers van vertalingen).

Hafid Bouazza, “Paravion”

 Beoordeling: 3 sterren

Paravion draait om drie generaties Baba Baloek: grootvader, vader en zoon. Deze laatste blijft alleen achter in een klein gehucht waarvan alle mannen zijn vertrokken met achterlating van hun vrouwen.
Op een dag wordt de jongste Baba Baloek, een herder, bezocht door een mysterieus meisje dat hem inwijdt in de liefde. De ontdekking van lichamelijke behoeften gaat gepaard met het ontwaken van zijn bewustzijn. Zo komt hij er aan de hand van de verhalen die het meisje vertelt achter dat hij meer deelt met zijn voorouders dan de naam alleen.
De jongens die overgebleven zijn in het dorp en die Baba Baloek dagelijks treiteren verdwijnen. Hij blijft alleen over met de achtergebleven vrouwen, met wie hij ook zijn erotische lessen deelt Maar ook zij verdwijnen. Naar Paravion. Deze naam is een misvatting van de personages, die het opschrift par avion lezen als de naam van Amsterdam, de sta die elke middag zichtbaar wordt in de mirage.*

Bij lezing van Bouazza’s Paravion is er voor mij een duidelijk onderscheid tussen de taal, de vorm en het verhaal, de inhoud. Talig is het een zeer goed geschreven en mooie roman waarin de oosterse manier van schrijven duidelijk doorschijnt. Het verhaal spreekt mij echter minder aan en hoewel de taal veel vermaak biedt, doet het verhaal dat voor mij minder. Ik blijf in mijn beoordeling hinken op twee gedachten en vind het jammer dat ik geen 3,5 sterren kan geven…

*Bron: www.bol.com

[Anoniem], “Mariken van Nieumeghen”

 Beoordeling: 3 sterren

Mariken woont in de buurt van Nijmegen bij haar oom Gijsbrecht. Op een dag moet ze naar de markt in Nijmegen, waar ze bij haar tante zou blijven overnachten. De tante, door een ruzie buiten zinnen geraakt, schold haar de huid vol, waardoor Mariken helemaal van streek en gekrenkt wegging.
Mariken gaat wanhopig op weg naar huis. Ze bidt om hulp, maar is zo wanhopig dat het haar niets uitmaakt of God of de duivel haar komt helpen. De duivel hoort dit en verschijnt in de vorm van Moenen met het ene oog. Moenen belooft haar alle talen en de zeven vrije kunsten te leren, maar niet de nigromantie (zwarte kunst).
In Antwerpen leiden ze een zondig leven. Na zeven jaar keer Mariken terug naar Nijmegen waar ze op de markt een wagenspel ziet. In dit spel vraagt Masscheroen, een onderduivel, aan God waarom hij de mensen vergeeft. Mariken krijgt berouw en doet beroep op Gods barmhartigheid. Hierdoor wordt Moenen kwaad. Hij voert Mariken hoog de lucht in en gooit haar van grote hoogte naar beneden. Maar ze overleeft de val doordat haar oom, die tussen de toeschouwers staat, voor haar gebeden heeft. Gijsbrecht weet Moenen te verdrijven door het uitspreken van een bijbelpassage.
Mariken wil vergeven worden van haar zonden en moet daarom naar de Paus. Deze geeft haar als straf drie ijzeren ringen om hals en armen. Deze zullen pas afvallen als het zondig leven haar vergeven is. Mariken trekt zich terug in het Witte Vrouwenklooster (gesloopt in 1796) in Maastricht, waar na jaren van boetedoening de ringen afvallen. Daarna leeft Mariken nog twee jaar en sterft vredig omsteeks 1500. Na haar overlijden werden de drie ringen boven haar graf gehangen.

Al jaren loop ik langs het standbeeld van Mariken van Nimwegen op de Grote Markt in Nijmegen, maar het boek had ik (tot mijn grote schande) nog nooit gelezen. En eigenlijk is dat ontzettend jammer, want het is zowel inhoudelijk als qua vorm een leuk verhaal, vooral wanneer je de originele Middelnederlandse tekst leest (Prisma Pocket, Utrecht 1984).
Het wordt wel pas echt leuk, wanneer je (enigszins) bekend bent met de Middeleeuwse zeden en gewoonten. Een aanradertje.

Toon Tellegen, “Raafvogels”

 Beoordeling: 3 sterren

Deze dichtbundel van Toon Tellegen is mooi, maar blijft voor mij wat in de schaduw van zijn geweldige dierenverhalen staan. De gedichten in deze bundel beginnen allemaal met “Mijn vader” en doordat ik slechts één gedicht heb kunnen vinden dat ik zou kunnen verbinden aan míjn vader, doen de gedichten me niet veel, hoewel ze stilistisch wel de verfijnde hand van Tellegen laten zien. Mooi en in zekere zin een emotievolle bundel, maar niet briljant.

Connie Palmen, “I.M.”

I.M.<br>Connie Palmen Beoordeling: 3 sterren

Connie Palmen en Ischa Meijer zijn voor elkaar bestemd, dat is vanaf hun eerste ontmoeting duidelijk. I.M. beschrijft hun liefdesrelatie door de ogen van Connie Palmen, de wijze waarop zij het overlijden van Ischa heeft beleefd en de rouwperiode die volgde.

Het is best een aardig boek, geschreven in de leuke schrijfstijl die Connie Palmen eigen is, maar het boek kan me niet boeien. Er zit geen lijn, geen plot in en de filosofische bespiegelingen die je vaker in boeken van Palmen aantreft, zijn hier ook niet zo veel aanwezig. Aardig, maar niet geweldig…

Harry Mulisch, “Het zwarte licht”

Het zwarte licht<br>Harry Mulisch Beoordeling: 3 sterren

Het zwarte licht is het relaas van één dag uit het leven van de klokkenspeler Maurits Akelei. Het is zijn verjaardag, en toevallig ook de dag dat sommige beweren dat de wereld zal vergaan, en Akelei heeft zich voorgenomen om een feestje te organiseren. Hij is een klein volstrekt eenzaam mannetje, dat eens zijn hart heeft verloren aan de grote blonde Marjolein (die hij echter eens met een ‘echte neger’ heeft aangetroffen), en alleen iedere dag zijn beiaard bespeelt, zó dat alle mensen naar hem moeten luisteren. Als hij een (dodelijk saai) feestje viert, verschijnt er een zwarte zon aan de hemel; mensen verzamelen zich in de straten en Maurits sluit zich bij hen aan. Voor het eerst in lange tijd voelt hij zich weer bij de wereld horen.

Het Zwarte licht is en echte Mulisch: rijk van taal, vol verwijzingen en haast ondoorgrondelijk. Het is een puzzel waarvan de stukjes nog eens doormidden zijn geknipt. Een leuk boek, maar ik vind het geen aanrader. Een meer ervaren literatuurlezer kan er, denk ik, plezier aan beleven, maar het is zeker geen boek voor het grote publiek.

Gerrit Komrij, “De ontzetting van de kraaivanger”

Beoordeling: 3 sterren

Dit kleine boekje, waar slechts 300 exemplaren van verschenen zijn en er 100 zijn genummerd en gesigneerd is een bijzonder boekje. Het verhaal is leuk, maar niet heel bijzonder. Het boekje zelf des te meer en staat als curiositeit leuk in de boekenkast.

Willem Elsschot, “Villa des roses”

 Beoordeling: 3 sterren

Deze roman van Willem Elsschot speelt zich volledig af in het Parijse pension “Villa des Roses”. Het pension is oud en verlopen en de bewoners kenmerken zich door mislukking in het leven. De aandacht van de mannen wordt echter getrokken door het nieuwe dienstmeisje Louise. Er ontstaat een relatie tussen Grünewald (één van de mannen) en Louise wat achtereenvolgens leidt tot een zwangerschap, een abortus en, nadat Grünewald achter een rijke Amerikaanse dame aan is gegaan, het einde van deze relatie. Louise vertrekt uit de Villa en als ook de eigenaresse overlijdt betekent dat het einde van het pension en het vertrek van alle kostgangers.

Het is een leuk boek met de traditionele humor van Willem Elsschot, maar ik vind het boek minder leuk dan bijvoorbeeld Kaas. Het boek is wat traag en geeft vooral voor de liefhebber van wat oudere literatuur voldoening.