[Anoniem], “Mariken van Nieumeghen”

 Beoordeling: 3 sterren

Mariken woont in de buurt van Nijmegen bij haar oom Gijsbrecht. Op een dag moet ze naar de markt in Nijmegen, waar ze bij haar tante zou blijven overnachten. De tante, door een ruzie buiten zinnen geraakt, schold haar de huid vol, waardoor Mariken helemaal van streek en gekrenkt wegging.
Mariken gaat wanhopig op weg naar huis. Ze bidt om hulp, maar is zo wanhopig dat het haar niets uitmaakt of God of de duivel haar komt helpen. De duivel hoort dit en verschijnt in de vorm van Moenen met het ene oog. Moenen belooft haar alle talen en de zeven vrije kunsten te leren, maar niet de nigromantie (zwarte kunst).
In Antwerpen leiden ze een zondig leven. Na zeven jaar keer Mariken terug naar Nijmegen waar ze op de markt een wagenspel ziet. In dit spel vraagt Masscheroen, een onderduivel, aan God waarom hij de mensen vergeeft. Mariken krijgt berouw en doet beroep op Gods barmhartigheid. Hierdoor wordt Moenen kwaad. Hij voert Mariken hoog de lucht in en gooit haar van grote hoogte naar beneden. Maar ze overleeft de val doordat haar oom, die tussen de toeschouwers staat, voor haar gebeden heeft. Gijsbrecht weet Moenen te verdrijven door het uitspreken van een bijbelpassage.
Mariken wil vergeven worden van haar zonden en moet daarom naar de Paus. Deze geeft haar als straf drie ijzeren ringen om hals en armen. Deze zullen pas afvallen als het zondig leven haar vergeven is. Mariken trekt zich terug in het Witte Vrouwenklooster (gesloopt in 1796) in Maastricht, waar na jaren van boetedoening de ringen afvallen. Daarna leeft Mariken nog twee jaar en sterft vredig omsteeks 1500. Na haar overlijden werden de drie ringen boven haar graf gehangen.

Al jaren loop ik langs het standbeeld van Mariken van Nimwegen op de Grote Markt in Nijmegen, maar het boek had ik (tot mijn grote schande) nog nooit gelezen. En eigenlijk is dat ontzettend jammer, want het is zowel inhoudelijk als qua vorm een leuk verhaal, vooral wanneer je de originele Middelnederlandse tekst leest (Prisma Pocket, Utrecht 1984).
Het wordt wel pas echt leuk, wanneer je (enigszins) bekend bent met de Middeleeuwse zeden en gewoonten. Een aanradertje.

Toon Tellegen, “Raafvogels”

 Beoordeling: 3 sterren

Deze dichtbundel van Toon Tellegen is mooi, maar blijft voor mij wat in de schaduw van zijn geweldige dierenverhalen staan. De gedichten in deze bundel beginnen allemaal met “Mijn vader” en doordat ik slechts één gedicht heb kunnen vinden dat ik zou kunnen verbinden aan míjn vader, doen de gedichten me niet veel, hoewel ze stilistisch wel de verfijnde hand van Tellegen laten zien. Mooi en in zekere zin een emotievolle bundel, maar niet briljant.

Connie Palmen, “I.M.”

I.M.<br>Connie Palmen Beoordeling: 3 sterren

Connie Palmen en Ischa Meijer zijn voor elkaar bestemd, dat is vanaf hun eerste ontmoeting duidelijk. I.M. beschrijft hun liefdesrelatie door de ogen van Connie Palmen, de wijze waarop zij het overlijden van Ischa heeft beleefd en de rouwperiode die volgde.

Het is best een aardig boek, geschreven in de leuke schrijfstijl die Connie Palmen eigen is, maar het boek kan me niet boeien. Er zit geen lijn, geen plot in en de filosofische bespiegelingen die je vaker in boeken van Palmen aantreft, zijn hier ook niet zo veel aanwezig. Aardig, maar niet geweldig…

Harry Mulisch, “Het zwarte licht”

Het zwarte licht<br>Harry Mulisch Beoordeling: 3 sterren

Het zwarte licht is het relaas van één dag uit het leven van de klokkenspeler Maurits Akelei. Het is zijn verjaardag, en toevallig ook de dag dat sommige beweren dat de wereld zal vergaan, en Akelei heeft zich voorgenomen om een feestje te organiseren. Hij is een klein volstrekt eenzaam mannetje, dat eens zijn hart heeft verloren aan de grote blonde Marjolein (die hij echter eens met een ‘echte neger’ heeft aangetroffen), en alleen iedere dag zijn beiaard bespeelt, zó dat alle mensen naar hem moeten luisteren. Als hij een (dodelijk saai) feestje viert, verschijnt er een zwarte zon aan de hemel; mensen verzamelen zich in de straten en Maurits sluit zich bij hen aan. Voor het eerst in lange tijd voelt hij zich weer bij de wereld horen.

Het Zwarte licht is en echte Mulisch: rijk van taal, vol verwijzingen en haast ondoorgrondelijk. Het is een puzzel waarvan de stukjes nog eens doormidden zijn geknipt. Een leuk boek, maar ik vind het geen aanrader. Een meer ervaren literatuurlezer kan er, denk ik, plezier aan beleven, maar het is zeker geen boek voor het grote publiek.

Gerrit Komrij, “De ontzetting van de kraaivanger”

Beoordeling: 3 sterren

Dit kleine boekje, waar slechts 300 exemplaren van verschenen zijn en er 100 zijn genummerd en gesigneerd is een bijzonder boekje. Het verhaal is leuk, maar niet heel bijzonder. Het boekje zelf des te meer en staat als curiositeit leuk in de boekenkast.

Willem Elsschot, “Villa des roses”

 Beoordeling: 3 sterren

Deze roman van Willem Elsschot speelt zich volledig af in het Parijse pension “Villa des Roses”. Het pension is oud en verlopen en de bewoners kenmerken zich door mislukking in het leven. De aandacht van de mannen wordt echter getrokken door het nieuwe dienstmeisje Louise. Er ontstaat een relatie tussen Grünewald (één van de mannen) en Louise wat achtereenvolgens leidt tot een zwangerschap, een abortus en, nadat Grünewald achter een rijke Amerikaanse dame aan is gegaan, het einde van deze relatie. Louise vertrekt uit de Villa en als ook de eigenaresse overlijdt betekent dat het einde van het pension en het vertrek van alle kostgangers.

Het is een leuk boek met de traditionele humor van Willem Elsschot, maar ik vind het boek minder leuk dan bijvoorbeeld Kaas. Het boek is wat traag en geeft vooral voor de liefhebber van wat oudere literatuur voldoening.

Adriaan van Dis, “Indische Duinen”

 Beoordeling: 3 sterren

Indische Duinen vertelt het verhaal van een gezin dat terugkeert uit Nederlands-Indië. De indrukken uit de Jappenkampen en de oorlog hebben grote invloed gehad op het gezin en berooid zetten ze voet aan wal in Nederland. Ze gaan in een koloniehuis in de duinen wonen waar de jongste zoon wordt geboren. Deze zoon zal nooit echt bij het gezin gaan horen en hij krijgt van zijn vader een harde opvoeding. Deze sterft wanneer de ik 11 jaar oud is.
Jaren later, bij de dood van zijn zus Ada, vindt hij haar dagboeken waardoor hij gaat nadenken over het Indische verleden van zijn ouders en de band die hij had met zijn vader. Hij begint het Indische verleden van zijn familie te onderzoeken, het Indische verleden waar hij geen deel aan had, en ontdekt dat zijn vader toch niet (alleen) de tiran was die hij zich herinnert.

Indische Duinen is een mooi boek over de zoektocht naar je wortels, je oorsprong, naar hoe je geworden bent wie je bent. Hoewel het verhaal niet verschrikkelijk snel leest, is het wel een erg mooi boek.

Jan de Cock, “Hotel Prison”

Beoordeling: 3 sterren

Een prachtig autobiografisch “reisboek”, waarin Jan de Cock enkele verhalen van gevangenen en zijn eigen impressies van het verblijf in bijna zestig gevangenissen over de gehele wereld heeft opgetekend. Van Afrika tot Zuid-Amerika, van Europa tot Azië, overal zijn gevangenissen anders, maar ook erg hetzelfde.

Jan de Cock (ooit gast in LateLetterenLive) is een inspirerende man en Hotel Prison is een inspirerend boek. De schrijfstijl is wat journalistiek en vereist daardoor wel een oprechte interesse in andere culturen om het boek boeiend te blijven vinden. Het is mij daarom ook nog niet gelukt het in één keer uit te krijgen. Toch vind ik het boek zeker de moeite waard.