Benjamin Kunkel, “Besluiteloos”

Beoordeling: 3 sterren

Ik kan maar moeilijk besluiten wat ik van deze roman van Benjamin Kunkel vind. Het is leuk, maar niet érg leuk. Het is goed geschreven, maar er kan ook nog het een en ander verbeterd worden. Het is vermakelijk, al kan ik me totaal niet inleven. Ik weet het niet.

Dwight Wilmerding is pas achtentwintig jaar oud, maar zit al midden in een midlife crisis. Op zich niet vreemd: hij woont met wat vage vrienden in een klein appartement en zijn baan als helpdesk-medewerker bij de farmaceutische gigant Pfizer is niet bepaald sfeerverhogend. Daarbovenop lijdt hij ook nog eens aan aboulie, chronische besluiteloosheid die zo ver gaat dat hij enkel een besluit kan nemen door erom te tossen. Aangemoedigd door een van zijn kamergenoten onderwerpt hij zich aan een farmaceutisch experiment dat hem van zijn besluiteloosheid moet genezen. Wanneer hij ‘pfired’ wordt door Pfizer en uitgenodigd door een middelbareschoolvriendinnetje om naar Ecuador te komen, reist hij abrupt af naar Zuid-Amerika. Probleem is alleen dat Dwight maar niet kan besluiten of de pillen die hij slikt werken of niet. Diep in de jungle van de Amazone wordt zijn romantische ontsnapping een hilarische reis, op zoek naar verantwoordelijkheid, kennis en liefde.

Kunkel is bejubeld om zijn roman en de de grappige stapjes die hij buiten het verhaal zet om zijn lezer laat zien dat het slechts een boek is, vond ik zeer vermakelijk. Een voorbeeld:

“Nu wil ik met uw goedvinden even een montagetrucje toepassen dat ze altijd in films gebruiken om de eerste twee dagen in het oerwoud samen te vatten en u, op de manier waarop ze dat in films doen, een indruk te geven van de opwinding en de emotionele bijna-eensgezindheid van de twee hoofdpersonen terwijl ze van locatie naar locatie dartelen, want toen we eenmaal goed en wel op weg waren (en Edwin samen tweehonderd dollar in contanten hadden betaald), stortte zij zich net als ik met volle overgave in deze onverwachte excursie.” (blz. 153) [1 zin!]

Wat mij stoorde in de roman is dat er op bepaalde punten, meestal aan het eind van één van de drie delen, geen spanningsboog meer is. Deze is afgelopen op zo’n 80 tot 90% van het deel, maar ja…dan moet je die laatste 10% tot 20% nog. Bovendien kon ik me totaal niet inleven in Dwight en had ik eerder de neiging hem wat peper in zijn hol te willen stoppen dan dat ik met hem meeleefde. Bovendien was al vrij snel duidelijk dat meneer aan de placebo’s zat. Kortom: het boek had wat mij betreft spannender, puntiger en korter gekund en dan had ik de hekel aan de hoofdpersoon kunnen waarderen.

Kunkel is een goede schrijver, hij schrijft mooie zinnen, maar zit nog absoluut niet aan de toppen van zijn kunnen.

Jacques Vriens, “Ik doe niet meer mee en andere verhalen”

Beoordeling: 3 sterren

Deze verhalenbundel van Jacques Vriens bevat negen eerder gepubliceerde verhalen, waarin een persoonlijk of ‘maatschappelijk’ probleem dat jongeren betreft aan de orde komt. De verhalen zijn Ik doe niet meer mee, Een oud schrift, Wanneer doe je eens wat terug jandoedel?, Het podium, Krielkip en Giraf, Spijbelen, Hoogtevrees, De god van opa en Leukemie.

De verhalen van Jacques Vriens zijn herkenbaar en grappig, maar ze missen naar mijn gevoel een zekere ‘beleving’. Je ziet wat er gebeurt, maar bent er niet echt bij. Dit kan enerzijds komen door de stijl van Vriens, anderzijds doordat ik door mijn leeservaring niet verrast wordt door wat er gebeurt.

Voor jongeren (ik lees het eerste verhaal aan mijn beide brugklassen voor op dit moment) spreken de verhalen zeer aan, maar voor een wat gerijptere lezer zijn de verhalen helaas minder boeiend.

Kees van Kooten, “Annie”

 Beoordeling: 3 sterren

In dit boekje beschrijft Kees van Kooten de laatste maanden van Annie, de moeder van de ik-figuur, die niet los is te zien van de schrijver. Na het overlijden van zijn moeder denkt hij terug aan de laatste periode, waarin zij steeds dementer is geworden, in een verzorgingshuis is gaan wonen en uiteindelijk overlijdt als gevolg van trauma door een val van een trap en euthanasie.

Het boekje straalt trots en liefde voor zijn moeder uit. Het droevige verhaal over haar laatste jaren is gelardeerd met gedichten van de hand van Annie en grappige alzheimeranekdotes, zoals:

‘En dat is ook veel beter voor de spijsvertering ’s middags warm eten.’
‘Als ik maar eenmaal weer uit de war ben.’
In de zak van haar schort vind ik drie gebruikte wattenstaafjes, een theelichtkaarsje zonder pit, vier tot harde proppen gesnoten zakdoekjes, een doosje met hoorapparaatbatterijtjes, de nieuwe dubbelfocus bril waarvoor we uitgebreid naar de oogarts en de opticiën zijn geweest, maar die na één dag alweer kwijt was, een paar handen ongekookte rijst voor de duiven en drie ondersteboven opengescheurde enveloppen met bedelbrieven.

Een liefdevol en leuk boekje dat een glimlach op je gezicht brengt.

Boris van der Ham, “Voortrekkers & Baanbrekers”

Beoordeling: 3 sterren

Tweede Kamerlid Boris van der Ham zet in Voortrekker & Baanbrekers helder uiteen op welke manier sinds het referendum over de Europese Grondwet is omgegaan met het onderwerp Europa. Diverse argumenten van eurosceptici worden behandeld en met enkele rake voorbeelden of tegenargumenten genuanceerd of van tafel geveegd.

Hoewel ik het een goed boekje vind, met name vanwege het geluid dat hij hiermee laat horen, mis ik een wat concretere invulling van ‘wat nu?’. Hoe moet het nieuwe verdrag er in Boris’ ogen wel uit zien? Op welke terreinen samenwerking en op welke niet? De toekomst is voor eenieder onbekend en Nederland als Voortrekker en Baanbreker is een aanlokkelijk vooruitzicht, maar: hoe?

Het boekje is zeer leesbaar en duidelijk geschreven. Enige aanmerking die ik op de vorm nog heb is het feit dat het in zo’n rap tempo is geproduceerd dat er enkele zeer storende spel-, schrijf- en zetfouten zijn blijven staan, die met één keer extra lezen makkelijk te verhelpen waren geweest.

Het was minder dan ik ervan gehoopt had, maar wel een leuk, leerzaam en goed boekje om het anti-Europasentiment dat heden ten dage heerst te doorbreken.

Marga Minco, “De glazen brug” (Boekenweekgeschenk 1986)

 Beoordeling: 3 sterren

Zoals vele boeken van Marga Minco speelt ook dit verhaal in de Tweede Wereldoorlog. De Joodse Stella zit ondergedoken, maar wordt gedwongen diverse keren te verhuizen. Wanneer zij via het verzet de identiteit van de Zeeuws-Vlaamse Maria Rosellier kan aannemen en met hulp van ‘Carlo’ op een zolder de laatste jaren van de oorlog kan doorkomen, komt er rust in haar leven.
Zo’n twee decennia na de oorlog, na een huwelijk met en de scheiding van een Nederlandse geallieerde soldaat, Reinier, gaat Stella op zoek naar de identiteit van haar schuilnaam. In Avezeel krijgt zij van de huisarts de toedracht van Maria’s overlijden te horen. Tevens lezen we in het tweede deel hoe de jaren na de oorlog voor Stella zijn verlopen.

De vorm is traditioneel en kent als opvallend kenmerk de breuk tussen het ik-perspectief in het eerste deel en het personale perspectief in het tweede. Hierdoor lijkt het erop dat Stella dichter bij haar oorlogsverleden staat dan bij haar (recentere) huwelijk en scheiding en daardoor dichter bij Maria dan bij zichzelf.

De novelle van Minco is aardig, maar geen bijzonder boek. Het verhaal kent leuke elementen en is zeker vermakelijk, maar is zowel qua vorm als inhoud niet uitdagend. Een lekker tussendoortje.

Khalid Boudou, “Het schnitzelparadijs”

 Beoordeling: 3 sterren

De negentienjarige Marokkaan en drop-out Nordip maakt een einde aan zijn lusteloze bestaan en gaat aan de slag als afwasser in de keuken van het oer-Hollandse restaurant De Blauwe Gier. Met leeftijdsgenoten van allerlei afkomst en totaal verschillend karakter overleeft hij de dagelijkse hel van smurrie en stank omdat hij wil deelnemen aan het leven. Uiteindelijk weet hij zich een positie te verwerven in het restaurant en vindt hij zichzelf.

Hoewel het debuut van Boudou wat stug begint, is het vanaf het tweede deel een leuke en vermakelijke roman die talig zeer rijk is. Dit belooft veel goeds voor De President, zijn tweede boek.

Senger Diengotgaf, “Tprieel van Troyen”

Beoordeling: 3 sterren

Dit is een hoofse roman in zijn meest zuivere vorm. Het centrale thema is de hoofse liefde. Tijdens een wapenstilstand in de Troyaanse oorlog houdt het Troyaanse hof een maaltijd in het prieel van de titel. Dan volgen vier gesprekken tussen ridders en de door hun aanbeden dame. De minne is de eigenlijke hoofdpersoon, waar mee wordt gespeeld, die wordt bekend en afgewezen.*

Een interessant boek, dat veel kan vertellen over de tijd waarin het geschreven is, maar het is zeker geen ontspanningsliteratuur. Het is een soort Max Havelaar: het is een belangrijk boek en kan je veel leren, maar ík kruip er in ieder geval niet mee voor de open haard.

*Bron: Voorwoord versie in het Laurens Janszoon Costerproject

[Anoniem], “Lanceloet en ’t hert met de witte

 Beoordeling: 3 sterren

Een jonkvrouw arriveert op Camelot, Arturs hof. Ze vertelt een verhaal over een woud waar zich een hert met een wit voetje bevindt. Het hert wordt bewaakt door zeven leeuwen. De vorstin van de jonkvrouw zal alleen trouwen met de man die haar het witte voetje brengt. Lanceloet neemt de uitdaging aan, raakt gewond, maar vindt het hert. Een onbekende ridder heeft echter kwalijke bedoelingen: hij geeft Lanceloet een houw met z’n zwaard, laat hem voor dood achter en neemt de witte voet mee. De vorstin is ontzet wanneer de ridder een huwelijk met haar claimt. De man is namelijk foeilelijk. Op advies van haar getrouwen wordt het huwelijk voorlopig uitgesteld.

Intussen is Walewein ongerust geworden om zijn vriend Lanceloet. Hij reist hem daarom achterna en hoort wat hem is overkomen. Walewein laat zijn vriend achter bij een arts, en gaat naar het hof van de vorstin. De ruzie die ontstaat over de beschuldiging wordt beslist in een tweekamp. Met één slag klieft Walewein het hoofd van de ridder, die dood neervalt. Walewein vertelt aan de vorstin dat Lanceloet de echte overwinnaar van de leeuwen is, en haalt Lanceloet op. De vorstin wil maar al te graag met Lanceloet trouwen. Deze moet dat echter afwijzen, omdat zijn hart aan Guinevere, zijn koningin, toebehoort. Daarom keren Walewein en Lanceloet weer terug naar Camelot.

Leuk plot, een vermakelijk verhaal en het is goed geschreven. Prima boekje, maar wel voor een select gezelschap (uitgezonderd lezers van vertalingen).

Hafid Bouazza, “Paravion”

 Beoordeling: 3 sterren

Paravion draait om drie generaties Baba Baloek: grootvader, vader en zoon. Deze laatste blijft alleen achter in een klein gehucht waarvan alle mannen zijn vertrokken met achterlating van hun vrouwen.
Op een dag wordt de jongste Baba Baloek, een herder, bezocht door een mysterieus meisje dat hem inwijdt in de liefde. De ontdekking van lichamelijke behoeften gaat gepaard met het ontwaken van zijn bewustzijn. Zo komt hij er aan de hand van de verhalen die het meisje vertelt achter dat hij meer deelt met zijn voorouders dan de naam alleen.
De jongens die overgebleven zijn in het dorp en die Baba Baloek dagelijks treiteren verdwijnen. Hij blijft alleen over met de achtergebleven vrouwen, met wie hij ook zijn erotische lessen deelt Maar ook zij verdwijnen. Naar Paravion. Deze naam is een misvatting van de personages, die het opschrift par avion lezen als de naam van Amsterdam, de sta die elke middag zichtbaar wordt in de mirage.*

Bij lezing van Bouazza’s Paravion is er voor mij een duidelijk onderscheid tussen de taal, de vorm en het verhaal, de inhoud. Talig is het een zeer goed geschreven en mooie roman waarin de oosterse manier van schrijven duidelijk doorschijnt. Het verhaal spreekt mij echter minder aan en hoewel de taal veel vermaak biedt, doet het verhaal dat voor mij minder. Ik blijf in mijn beoordeling hinken op twee gedachten en vind het jammer dat ik geen 3,5 sterren kan geven…

*Bron: www.bol.com

[Anoniem], “Mariken van Nieumeghen”

 Beoordeling: 3 sterren

Mariken woont in de buurt van Nijmegen bij haar oom Gijsbrecht. Op een dag moet ze naar de markt in Nijmegen, waar ze bij haar tante zou blijven overnachten. De tante, door een ruzie buiten zinnen geraakt, schold haar de huid vol, waardoor Mariken helemaal van streek en gekrenkt wegging.
Mariken gaat wanhopig op weg naar huis. Ze bidt om hulp, maar is zo wanhopig dat het haar niets uitmaakt of God of de duivel haar komt helpen. De duivel hoort dit en verschijnt in de vorm van Moenen met het ene oog. Moenen belooft haar alle talen en de zeven vrije kunsten te leren, maar niet de nigromantie (zwarte kunst).
In Antwerpen leiden ze een zondig leven. Na zeven jaar keer Mariken terug naar Nijmegen waar ze op de markt een wagenspel ziet. In dit spel vraagt Masscheroen, een onderduivel, aan God waarom hij de mensen vergeeft. Mariken krijgt berouw en doet beroep op Gods barmhartigheid. Hierdoor wordt Moenen kwaad. Hij voert Mariken hoog de lucht in en gooit haar van grote hoogte naar beneden. Maar ze overleeft de val doordat haar oom, die tussen de toeschouwers staat, voor haar gebeden heeft. Gijsbrecht weet Moenen te verdrijven door het uitspreken van een bijbelpassage.
Mariken wil vergeven worden van haar zonden en moet daarom naar de Paus. Deze geeft haar als straf drie ijzeren ringen om hals en armen. Deze zullen pas afvallen als het zondig leven haar vergeven is. Mariken trekt zich terug in het Witte Vrouwenklooster (gesloopt in 1796) in Maastricht, waar na jaren van boetedoening de ringen afvallen. Daarna leeft Mariken nog twee jaar en sterft vredig omsteeks 1500. Na haar overlijden werden de drie ringen boven haar graf gehangen.

Al jaren loop ik langs het standbeeld van Mariken van Nimwegen op de Grote Markt in Nijmegen, maar het boek had ik (tot mijn grote schande) nog nooit gelezen. En eigenlijk is dat ontzettend jammer, want het is zowel inhoudelijk als qua vorm een leuk verhaal, vooral wanneer je de originele Middelnederlandse tekst leest (Prisma Pocket, Utrecht 1984).
Het wordt wel pas echt leuk, wanneer je (enigszins) bekend bent met de Middeleeuwse zeden en gewoonten. Een aanradertje.