Weg met de vierde taak van het onderwijs!

LeraarToen ik op mijn 18e moest kiezen wat ik wilde gaan studeren, had ik een heel duidelijk beeld van wat ik wilde: ik wilde voor de klas. Ik wilde met leerlingen gaan werken. Mijn reden daarvoor was dat ik graag jongeren wilde helpen bij hun ontwikkeling. Ik heb mezelf tussen mijn 12e en 22e ook sterk ontwikkeld, ontdekt wie ik ben en mijn weg in het leven gevonden, ook al weet ik nog steeds niet waar me die gaat brengen. Kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van anderen (naast mijn liefde voor de literatuur) is mijn drijfveer als docent.

Dat die fase in je leven, waarin je loskomt van je ouders, je eigen weg moet gaan, een belangrijke is, laat het onderstaande TED-filmpje zien. Lisa Damour gaat in op het verschil tussen groter worden en volwassen worden. Als docent kun je dus bijdragen (vooral wanneer leerlingen niet meer naar hun ouders (willen) luisteren) aan het volwassen denken, aan het uitstijgen boven het puberale denken.

De taken van het onderwijs

Het helpen volwassen worden en volwassen denken, komt naast alle andere taken die het onderwijsveld al heeft. Een paar jaar geleden schreef ik al over de steeds striktere eisen die aan leerlingen worden gesteld, de vele lespakketten die worden uitgebracht en de roep om op school aandacht te besteden aan elk maatschappelijk probleem dat een mediahype is geworden. En dat terwijl het onderwijs maar drie kerntaken heeft, zo beschrijft de Onderwijsvisie van D66 waaraan ik meeschreef ook al:

  1. Mensen kwalificeren (individueel en maatschappelijk)
  2. Mensen socialiseren
  3. Mensen selecteren en alloceren (‘bepalen wat jou toekomt’)

Lang niet alles wat er op dit moment van het onderwijs wordt gevraagd, behoort het onderwijs toe. De socialisatiefunctie wordt de laatste decennia steeds breder uitgelegd (burgerschapsvorming) en de mondige consument, die per slot van rekening betaalt voor het onderwijs, zit lang niet altijd op de uitkomst van selectie en allocatie te wachten.

Met iedereen die meedenkt over het onderwijs, alle onderzoeken die op onderwijskundig gebied worden gedaan en alle onderwijsvernieuwingen, zou je verwachten dat we toch wel wat zijn opgeschoten de laatste decennia. Het lijkt echter steeds minder goed te gaan. Er is echter één belangrijk feit dat ons tegenhoudt beter onderwijs te geven en dat is de stiekeme vierde taak van het onderwijs: De bewaarfunctie van het onderwijs.

Weg met de bewaarfunctie

Bewaarfunctie van het onderwijsVeel scholen wereldwijd, maar zeker ook in Nederland zijn opgebouwd zoals dat in de negentiende en begin twintigste eeuw is ontstaan: maximaal 32 kinderen (in Nederland) zitten in één ruimte met 1 docent die hen uitlegt wat ze moeten doen en onderwijst in één of meer schoolvakken. Daarmee houden we kinderen van de straat, weten we precies waar ze zijn en kunnen we ze veiligheid bieden wanneer ouders werken of zich met andere taken bezighouden.

Die bewaarfunctie van het onderwijs wordt niet expliciet  benoemd en is ook zeker niet als voorwaarde voor leren uit onderwijskundig onderzoek naar voren is gekomen. Die functie remt ons zelfs in het hervormen, verbeteren en effectiever maken van ons onderwijssysteem. Enkele TED-talks die recentelijk verschenen op het web laten dat zien.

Een school in de VS heeft geëxperimenteert met onderwijs geven aan de hand van de vorderingen van het kind, in plaats van een rangschikking naar leeftijd. In het onderstaande filmpje wordt getoond hoe dit systeem werkt.

En wat weten we eigenlijk van effectief onderwijs en leren? Uit mijn eigen ervaring weet ik dat veel docenten voortbouwen op bestaande tradities, binnen de kaders van wat ze gewend zijn van het onderwijs uit hun eigen jeugd. Lerarenopleidingen helpen die ontwikkeling wel, maar de kwaliteit van die opleidingen wordt bediscussieerd. Bovendien wordt er relatief zeer weinig geld aan onderzoek en ontwikkeling gespendeerd in het onderwijsveld. In de onderstaande TED-talk laat Jim Shelton zien dat in de VS slechts 0,2% van het geld dat aan onderwijs wordt besteed wordt gestoken in onderzoek en ontwikkeling, tegenover bijvoorbeeld 12% in de gezondheidszorg en 4% in de auto-industrie. Hoe kan het onderwijs dan beter worden?

Bovendien kunnen we als we de leeftijdsgroepen en bewaarplicht loslaten eindelijk leerlingen voor hun motivatie belonen. In die zin sluiten we dan veel beter aan bij wat we al lang weten uit bijvoorbeeld de game-industrie. Die slagen erin om mensen te betrekken bij complete online werelden (soms op het ongezonde af) en te motiveren door te spelen. Hierover John Riccitiello:

Zeker in deze tijd, waarbij de onderwijsinspectie zich gaat bemoeien met het pedagogisch-didactisch klimaat op scholen en dus de inhoud van het onderwijs gaat beoordelen, moeten we als docenten zelf met goede ideeën komen en tegenwicht bieden aan de niet-professional die zich met het onderwijs bemoeit. En ideeën zijn er genoeg, zelfs ideeën die in de praktijk al getest zijn en passen binnen een brede visie op het onderwijs. We moeten het dogma van de 30 leerlingen in één ruimte, de bewaarfunctie van het onderwijs, loslaten om verder te komen dan waar we nu staan.

De katholieke kerk en @pontifex

Sinds ik zelf de kerk verliet in 2006, heb ik nooit de katholieke kerk ‘gebasht’, zoals types als Ehsan Jami dat wel met hun voormalige geloof hebben gedaan. Ik gun ieder zijn geloof en ik heb daarin míjn keuze gemaakt om als humanist/pantheïst mijn leven in te richten.

Waarom dan dit bericht? Irritatie. De nieuwsberichten rondom paus Benedictus, die mij zeer tegen de borst stuiten, stapelen zich de laatste week aardig op: abortus, euthenasie en het homohuwelijk zijn een gevaar voor de vrede, de paus heeft de zegen gegeven aan één van de ontwerpers van de anti-homowetgeving in Uganda en de homo’s vernietigen de essentie van het menselijk wezen:

Op dat soort momenten ben ik blij dat deze man niet meer namens mij spreekt. Bovendien vraag ik mij af wat de katholieke kerk wil bereiken. Op deze manier sluit je de kern van je aanhang verder in, maar stoot je heel veel anderen die je ‘de blijde boodschap‘ wil brengen van je af.

Bovendien druipt de hypocrisie van deze boodschap er vanaf: monogame getrouwde homoseksuelen die een gezin stichten zijn een gevaar voor de wereldvrede, maar katholieke priesters die binnen instellingen jonge kinderen misbruiken worden ‘herplaatst’ of het probleem wordt ‘doodgezwegen’. Ieder zijn geloof, ieder zijn visie op de mensheid, maar dit soort berichten bevestigen mij in mijn overtuiging dat de katholieke kerk mijn kerk zeker niet meer is.

Onmoog’lijk Vers: Eliza Laurillard

Binnenkort is de 10e editie van Onbederf’lijk Vers in Nijmegen. Op hun site heb ik een bijdrage mogen leveren in de categorie Onmoog’lijk Vers. Daarin antwoord op de vraag welke overleden dichter je nog eens op Onbederf’lijk Vers had willen zien. Mijn voorstel: Eliza Laurillard (1830-1908).

Voor mij zou het geweldig zijn als Eliza Laurillard op Onbederf’lijk Vers had kunnen staan. Deze negentiende-eeuwse dichter, dominee, schrijver, samensteller van scheurkalenders, amateurwetenschapper en vader van een gezin was een typische dominee-dichter en genoot grote bekendheid in Nederland. De Rutger Kopland, Joost Zwagerman of Anna Enquist van zijn tijd.

Hij zou zeker naar Nijmegen gekomen zijn voor een voordracht: hij reisde vanuit de gemeente waar hij predikant was heel Nederland door en hield zelf ook uitgebreid bij waar hij geweest was. Van kleine dorpen tot grotere steden: hij kwam overal.

Bovendien was het een begenadigd spreker die zelfs Vincent van Gogh wist te bekoren:
Ds Laurillard hoorde ik driemaal, die zou U ook bevallen, want Hij schildert als het ware, en zijn werk is te gelijk hooge en edele kunst, Hij heeft het gevoel van een kunstenaar in den waren zin van het woord, zoo als een Anderssen dat had als hij b.v. (Brief van Vincent van Gogh aan Theo van Gogh. Amsterdam, maandag 9 juli 1877)

Uit het (naar eigen zeggen) 1769 gedichten tellende oeuvre, verschenen in bundels als Heidebloei, Sprokkelhout of Uit ’s levens ernst en kluchten zou hij vast een mooie selectie hebben kunnen samenstellen. Zijn ‘evergreen’, Een gedicht dat als een nachtkaars uitgaat, die zelfs in de jaren ’70 van de 20e eeuw nog in verzamelbundels werd opgenomen, zou er zeker bij zijn geweest.

Waarom fictie goed voor je is

Al tijden geleden heb ik het artikel Why fiction is good for you in mijn ‘nog te lezen’-mapje gezet, omdat ik er toen geen tijd voor had. Het is een goedgeschreven, bondig artikel waarin diverse onderzoeken worden besproken waaruit blijkt wat het nut is en wat de positieve effecten zijn van het lezen van fictie.

De vraag naar het nut van het lezen van fictie (maar dit onderzoek geldt ook voor film, theater, tv en andere vormen van fictie) wordt door leerlingen en mensen die een bèta- of gammastudie volgen namelijk vaak gesteld. Wat heb je er nu aan om boeken en poëzie te lezen?

Allereerst blijkt dat mensen door fictie sneller overtuigd kunnen worden van een standpunt dan door het gebruik van non-fictie. We lezen minder sceptisch en staan meer open voor nieuwe informatie. Bovendien worden we empatischer van het lezen van fictie en gedragen mensen die veel fictie tot zich nemen zich socialer. Het helpt ook de samenleving doordat mensen ervan uitgaan dat het goede het slecht overwint; met andere woorden: we geloven sterker in rechtvaardigheid.

In het verleden is vaak beweerd dat fictie gevaarlijk is voor de mens en de samenleving. Dit artikel geeft mensen die dit standpunt huldigen gelijk:

So those who are concerned about the messages in fiction — whether they are conservative or progressive — have a point. Fiction is dangerous because it has the power to modify the principles of individuals and whole societies.

Mijn voorkeur voor het Kieskompas

Van alle Stemwijzers, Stementrackers, Kieswijzers en andere stemhulpen, blijf ik het Kieskompas toch het beste hulpmiddel vinden. Het grote voordeel van het Kieskompas is dat je niet één antwoord krijgt, maar een beeld van waar je staat. Zo kwam er bij mij bij de Stemwijzer GroenLinks uit op basis van één stelling verschil met D66 op nummer twee.

Uiteindelijk gaat het niet om één of twee concrete voorstellen, maar gaat politiek om de richting waarin je wil als land. Wil je progressief links of conservatief links? Wil je progressief rechts of conservatief rechts? Al die concrete voorstellen zijn mooi, maar niets meer waard als de omstandigheden veranderen (zie hoe het CDA opereert).

Mijn grafiek ziet er als volgt uit:

Kieskompas

ietsje linkser dan D66, maar mijn keuze staat vast: progressief, vrijzinnig en sociaal-liberaal gaat het zijn op 12 september!

 

Getrouwd!

Getrouwd!

Deze afbeelding mag niet gedownload, opgeslagen, doorgestuurd of bewerkt worden. Wel is het toegestaan een link naar deze pagina door te sturen.

Stilstaan

Kaarsen

In ieder mensenleven zijn er momenten dat je even stil moet staan. Vandaag is zo’n moment, een moment dat je afscheid moet nemen.

Le Pèlerin van René Magritte

Soms wil je alleen een afbeelding delen. Ik ben al jaren fan van René Magritte, en als hij dan een schilderij gemaakt blijkt te hebben dat Le Pèlerin (De Pelgrim) heet, is dat uiteraard het vermelden waard.

 

Vrolijke kerstdagen en een heel mooi 2012

Vrolijk kerstfeest!

Iedereen heel vrolijke kerstdagen gewenst en alle goeds voor 2012.
Dat het volgende jaar veel wijsheid, geluk en plezier mag kennen!

(dat is niet een kleine Wim op de foto…)

Topicc – (niet gepubliceerd)

Kleine docentjes

Als mentor van een brugklas ben je in de eerste periode vooral druk met het laten wennen van leerlingen aan de nieuwe schoolomgeving. Leerlingen groeien daardoor ontzettend hard: de eerste keer iets doen is soms eng, maar als je het eenmaal hebt gedaan wen je er snel aan en binnen de kortste keren voel je je thuis.

Eigenlijk geldt hetzelfde voor nieuwe docenten. Toen ik een paar jaar geleden begon te werken op het Canisius College moest ik ook veel zaken voor het eerst doen: toetsen maken, mondelinge betogen beoordelen en examens nakijken. Bovendien ben je nog sterk op zoek naar je rol: wat voor soort docent wil je graag zijn? Met die achtergrond keek ik dus op van de manier waarop mijn brugklasleerlingen tijdens de projectdagen hun rol als ‘workshopleider’ vervulenden op basisschool Het talent.

Met de brugklassen bezoeken we al jaren basisschool Het Talent in Lent. De leerlingen van het Canisius College bereiden een workshop voor over een thema en gaan samen met de leerlingen van Het Talent aan de slag om iets in te studeren, te knutselen of te bouwen. Daarnaast lopen ze een ochtend mee met de leerlingen van Het Talent om te zien hoe er op die basisschool gewerkt wordt.

Met mijn mentorklas, 1D, waren wij te gast bij unit Groen, groep 1/2 en 3/4. De leerlingen van groep 3/4 gingen na het voorstelrondje aan de slag met leeswerk en de kleuters verdeelden zich over de zandtafel, de poppenhoek, kralenplank, bouwhoek en LEGO. Daarna werd gestart met de workshops. Bijna direct wisten de leerlingen van het CC de 4- tot 8-jarigen te instrueren en te ondersteunen bij het uitvoeren van de workshop.

Ikzelf liep rond tussen mijn mentorleerlingen en ging, net als de andere brugklasmentoren, rondkijken in de andere units. Bijna anderhalf uur werd er gewerkt aan tekeningen, knutselwerken en liedjes. De mentoren hoefden maar weinig te doen: de leerlingen namen de rol van docent volledig op zich. Vanaf twee uur ’s middags presenteerden de leerlingen hun werk voor ouders en medeleerlingen. Prachtige resultaten werden in optochten aan iedereen getoond.

Leerlingen van 13 jaar wennen snel, zo blijkt, en zitten blijkbaar mooi in het midden: ze kunnen nog makkelijk mee de poppenhoek of LEGO-doos induiken, maar zijn ook al zo volwassen dat ze zich kunnen gedragen als kleine docentjes. De bedenkers van het spreekwoord “Te groot voor het servet, maar te klein voor het tafellaken” hebben ongelijk gehad. 13-jarigen zijn precies groot genoeg om met beiden te kunnen omgaan.