Mijn voorkeur voor het Kieskompas

Van alle Stemwijzers, Stementrackers, Kieswijzers en andere stemhulpen, blijf ik het Kieskompas toch het beste hulpmiddel vinden. Het grote voordeel van het Kieskompas is dat je niet één antwoord krijgt, maar een beeld van waar je staat. Zo kwam er bij mij bij de Stemwijzer GroenLinks uit op basis van één stelling verschil met D66 op nummer twee.

Uiteindelijk gaat het niet om één of twee concrete voorstellen, maar gaat politiek om de richting waarin je wil als land. Wil je progressief links of conservatief links? Wil je progressief rechts of conservatief rechts? Al die concrete voorstellen zijn mooi, maar niets meer waard als de omstandigheden veranderen (zie hoe het CDA opereert).

Mijn grafiek ziet er als volgt uit:

Kieskompas

ietsje linkser dan D66, maar mijn keuze staat vast: progressief, vrijzinnig en sociaal-liberaal gaat het zijn op 12 september!

 

Getrouwd!

Getrouwd!

Deze afbeelding mag niet gedownload, opgeslagen, doorgestuurd of bewerkt worden. Wel is het toegestaan een link naar deze pagina door te sturen.

Stilstaan

Kaarsen

In ieder mensenleven zijn er momenten dat je even stil moet staan. Vandaag is zo’n moment, een moment dat je afscheid moet nemen.

Le Pèlerin van René Magritte

Soms wil je alleen een afbeelding delen. Ik ben al jaren fan van René Magritte, en als hij dan een schilderij gemaakt blijkt te hebben dat Le Pèlerin (De Pelgrim) heet, is dat uiteraard het vermelden waard.

 

Vrolijke kerstdagen en een heel mooi 2012

Vrolijk kerstfeest!

Iedereen heel vrolijke kerstdagen gewenst en alle goeds voor 2012.
Dat het volgende jaar veel wijsheid, geluk en plezier mag kennen!

(dat is niet een kleine Wim op de foto…)

Topicc – (niet gepubliceerd)

Kleine docentjes

Als mentor van een brugklas ben je in de eerste periode vooral druk met het laten wennen van leerlingen aan de nieuwe schoolomgeving. Leerlingen groeien daardoor ontzettend hard: de eerste keer iets doen is soms eng, maar als je het eenmaal hebt gedaan wen je er snel aan en binnen de kortste keren voel je je thuis.

Eigenlijk geldt hetzelfde voor nieuwe docenten. Toen ik een paar jaar geleden begon te werken op het Canisius College moest ik ook veel zaken voor het eerst doen: toetsen maken, mondelinge betogen beoordelen en examens nakijken. Bovendien ben je nog sterk op zoek naar je rol: wat voor soort docent wil je graag zijn? Met die achtergrond keek ik dus op van de manier waarop mijn brugklasleerlingen tijdens de projectdagen hun rol als ‘workshopleider’ vervulenden op basisschool Het talent.

Met de brugklassen bezoeken we al jaren basisschool Het Talent in Lent. De leerlingen van het Canisius College bereiden een workshop voor over een thema en gaan samen met de leerlingen van Het Talent aan de slag om iets in te studeren, te knutselen of te bouwen. Daarnaast lopen ze een ochtend mee met de leerlingen van Het Talent om te zien hoe er op die basisschool gewerkt wordt.

Met mijn mentorklas, 1D, waren wij te gast bij unit Groen, groep 1/2 en 3/4. De leerlingen van groep 3/4 gingen na het voorstelrondje aan de slag met leeswerk en de kleuters verdeelden zich over de zandtafel, de poppenhoek, kralenplank, bouwhoek en LEGO. Daarna werd gestart met de workshops. Bijna direct wisten de leerlingen van het CC de 4- tot 8-jarigen te instrueren en te ondersteunen bij het uitvoeren van de workshop.

Ikzelf liep rond tussen mijn mentorleerlingen en ging, net als de andere brugklasmentoren, rondkijken in de andere units. Bijna anderhalf uur werd er gewerkt aan tekeningen, knutselwerken en liedjes. De mentoren hoefden maar weinig te doen: de leerlingen namen de rol van docent volledig op zich. Vanaf twee uur ’s middags presenteerden de leerlingen hun werk voor ouders en medeleerlingen. Prachtige resultaten werden in optochten aan iedereen getoond.

Leerlingen van 13 jaar wennen snel, zo blijkt, en zitten blijkbaar mooi in het midden: ze kunnen nog makkelijk mee de poppenhoek of LEGO-doos induiken, maar zijn ook al zo volwassen dat ze zich kunnen gedragen als kleine docentjes. De bedenkers van het spreekwoord “Te groot voor het servet, maar te klein voor het tafellaken” hebben ongelijk gehad. 13-jarigen zijn precies groot genoeg om met beiden te kunnen omgaan.


Tv series Friends Locations Map

On the map below, you can find all the locations of the tv series Friends. These locations are based on the shots in between scenes. Tips and improvements can be mailed through my contact form.

[field name=iframe]

Topicc – 15 maart 2011

Ode aan 5HB

Elke week kijk ik weer uit naar (of op tegen) de dinsdag. Niet dat mijn rooster er zo zwaar uit ziet: 1e uur vrij, 2 lessen, 1 studieles, 2 k-uren, 1 vervangingsles en een vergadering. Makkelijk dagje toch… Nou nee. De twee lessen die ik moet geven zijn allebei aan 5HB: het 2e en het 4euur. Als je die klas binnenkomt is het echter alsof je een andere wereld instapt en je komt er dodelijk vermoeid weer uit.

Neem nu deze dinsdag. Na een beetje uitslapen (zeven uur in plaats van half zeven, maar toch), een snel ontbijt en een sprintje naar de trein van 8:14 van ‘s-Hertogenbosch naar Nijmegen kom ik om 9 uur op school aan. Een kopje thee, praatje met mijn collega’s en nog 20 minuten opladen, want om 9:20 uur gaat het beginnen. De dinsdag!

Als om 9:20 5HB binnen komt vallen in lokaal H03 (stoelen en tafels schuiven alle kanten op, papiermand ligt achter in het lokaal en diverse mensen schreeuwen elkaar in de oren alsof ik een doofstommeninstituut ben binnengelopen), vraag ik me direct af: “Deze mensen waren toch zo’n 16 tot 18 jaar oud?” Gelukkig houden vandaag diverse leerlingen een boekpresentatie: daar zullen ze wel naar luisteren. Voor elkaar hebben zulke kinders toch meer respect dan voor de gemiddelde docent. Toch weten ze niet de concentratie op te brengen om 5 minuten te luisteren naar andermans aanprijzing van een boek. Alleen wanneer iemand een emotionele passage voorleest, zoals de sterfscène in Komt een vrouw bij de dokter is het even helemaal stil en hangen ze aan de lippen van hun klasgenoot. “Er zit toch gevoel in ze, de schatten” gaat het door mij heen.

Wanneer iemand anders echter een fragment voorleest waar de naam “Merel” in voorbij komt, moeten vijf jongens alsof ze bij NEC op de tribune zitten “MEREL! MEREL!” gaan roepen. Waarom weet niemand, maar het gebeurt. Ik kijk ernaar en verbaas me erover dat ik me er al niet meer over verbaas.

Na vier presentaties zit dit deel van de les erop. Nu verder met mijn uitleg over poëzieanalyse. De overgang naar de uitleg over het metrum kon niet groter zijn: twee jongens pakken elkaars etui en tas af en roepen om het hardst om hun gelijk, vier leerlingen roepen in mijn richting dat ze hun boeken kwijt zijn, Bob snapt er helemaal niets van en Charlotte moest nog even een sms verzenden. Het lijkt wel een kleuterklas, vooral wanneer ik de ruzie over het etui mag beslechten. Ik was toch ingehuurd om mijn vakkennis van de Nederlandse taal en literatuur, niet vanwege mijn kwaliteiten als kleuterleidster?

Na de twee uren 5HB (ja er zat een uur tussen, maar het lijkt of ik de hele ochtend aan hen heb lesgegeven) is mijn dag pas half voorbij. Ik ga vermoeid een vergadermiddag in en kom om 18:15 uitgeput in huis. Mijn vriendin vraagt hoe mijn dag was. “Het was wel een leuke dag. En eigenlijk is 5HB best een erg leuke klas.”

Reactie op het regeerakkoord

Na het regeerakkoord gelezen te hebben, wil ik in deze column aangeven wat mij goed en slechte punten lijken. Kijkend naar de tekst in zijn geheel, blijf ik een tegenstander van dit kabinet. Het akkoord ademt een kneuterige spruitjeslucht, gecombineerd met een wel erg links sausje voor een rechts kabinet. Echte hervormingen zijn er niet, op veel gebieden een hoop holle frasen en er staan ronduit slechte voorstellen tussen. Er blijft te veel voor mijn generatie op te lossen van de problemen van gisteren en vandaag, er ligt te veel de nadruk op wantrouwen, hard aanpakken, repressieen te weinig op progressie, vertrouwen, preventie en hulp bieden.

Toch valt de tekst me op papier erg mee. De manier waarop erover wordt gesproken (‘Nederland moet weer Nederlandser worden’) en de uitvoering baren mij vele malen meer zorgen. Hopelijk kan de oppositie in de minderheidssituatie die we nu krijgen een vinger in de pap krijgen. Dan nu, per hoofdstuk de hoogte- en dieptepunten.

Bestuur

In dit hoofdstuk veel goede punten: een randstadprovincie, een kleine overheid, afschaffen van deelgemeentes, facturen in 30 dagen betalen, alleen kerntaken uitvoeren en het verbeteren van het stemmen vanuit het buitenland. Toch gebeurt er wat democratisering betreft niet voldoende, het verkleinen van de volksvertegenwoordigingen lijkt mij geen oplossing voor welk probleem dan ook (we hebben verhoudingsgewijs al het kleinste parlement in heel Europa geloof ik). Ook de keuze om de gemeenteraden de waterschappen te laten kiezen gaat niet werken: hier heb je de kans om echt bestuurslagen samen te voegen. Ook de taalwet die het Nederlands en Fries gaat verankeren is symboolpolitiek.

Buitenland

De buitenlandparagraaf begint met een zin waarin drie keer het woord Nederland(se) staat. Ook de rest blijft erg hangen in de sfeer van ‘wat kan het buitenland voor Nederland betekenen’ in plaats van ‘wat kunnen we samen bereiken’. Ook de EU-betaling blijft hangen in gelobby en gedoe, Israël krijgt een prominente plaats (terwijl daar geldt dat beide partijen betrokken moeten zijn in een oplossing), de brede defensie is echt overbodig binnen de EU-samenwerking: ga daar echt samenwerken. Tenslotte bevalt mij het economische belang dat hier van de pagina’s druipt allerminst.

Economie

Hier een paar lichtpuntjes en een paar minder goede voorstellen. De lichtpuntjes: zelfredzaamheid in de ontwikkelingshulp is een goed beginsel (al helpt het afschaffen van handelsbarrières vele malen beter). Ook het onderbrengen van Landbouw onder het ministerie van Economische Zaken lijkt me prima en het mogelijk maken voor ZZP’ers en het MKB om in aanbestedingen mee te doen is een prima voorstel. De mindere punten in dit hoofdstuk zijn de gelijkschakeling van geluk en geld, van economie en welzijn. Welzijn is veel meer dan veel verdienen en hebben. Ook het toekennen van vergunningen wanneer de overheid te laat reageert is prima, maar de uitzondering bij vreemdelingenbeleid lijkt mij raar en wekt ook weinig vertrouwen voor voortvarend handelen op dit terrein. Ook vind ik het erg raar dat dierenwelzijn en natuur zijn ondergebracht in het hoofdstuk economie.

Financiën

Het hoofdstuk financiën is te technisch voor mij om uitspraken over te doen.

Gezondheidszorg

Het zorghoofdstuk is wat positieve en negatieve elementen in evenwicht: een fusieverbod voor zorgverzekeraars en -aanbieders lijkt me prima, het DBC-systeem dat nu al niet goed werkt uitbreiden niet. Het instellen van topziekenhuizen voor bijzondere verrichtingen lijkt mij prima, een eigen bijdrage in de GGZ lijkt me niet goed (waarom geestelijke gezondheidszorg anders behandelen dan fysieke zorg). De bonussen voor apothekers afschaffen en de duidelijkheid wat betreft het rookverbod zijn prima, opmerkingen als een ‘grotere doelmatig’ zijn holle frasen.

Immigratie

Het immigratiehoofdstuk is wel erg groot in vergelijking met de rest. Het is duidelijk wat volgens dit kabinet het grootste probleem is in onze samenleving. Veel holle frasen en onzekerheid over resultaten: illegaal verblijf strafbaar stellen a la, maar wat is de sanctie? En hoe zorg je ervoor dat bij gezinshereniging een goede integratie ‘verzekerd’ is? Veel van wat VVD en CDA (en PVV) willen vereist aanpassing van Europese verdragen. Hoe realiseerbaar is dat? HOe bewijst een werkgever dat hij eerst binnen Nederland en EU werknemers heeft gezocht voor hij daarbuiten gaat zoeken? Waarom worden Roemenen en Bulgaren gediscrimineerd bij de aanpassing van toelating werknemers? Wat gaat de regering doen met mensen die Nederlander willen worden maar een andere nationaliteit niet kúnnen afleggen (zoals Marokkanen)? Die kunnen dus geen Nederlander worden? Kortom: er komt een muur om Nederland, maar of de omringende EU-landen en wettelijke mogelijkheden daarvoor de stenen kunnen leveren blijft onzeker.

Nou vooruit, er staan drie punten in dit hoofdstuk die ik kan delen: buitenlandse diploma’s moeten sneller erkend en omgezet worden, positieve discriminatie wordt niet meer toegepast en het exporteren van sociale voorzieningen wordt beperkt.

Infrastructuur

De investeringen die hier gedaan worden klinken prima: 500 miljoen voor wegen en spoor (maar hoeveel voor elk?) en ook de investeringen in de binnenvaart zijn prima. Ook de verbeterde toegang voor invaliden in het openbaar vervoer en het mogelijk maken van aangifte door de werkgever in plaats van de werknemer in het OV zijn  prima beslissingen.  Toch zijn het niet invoeren van kilometerheffing en het opnieuw bediscussiëren van de Hedwigepolder slechte keuzes en discussies van gisteren. Allebei doen!

Onderwijs

Het voor mij belangrijkste hoofdstuk is erg mager, hoewel een aantal zaken die binnen D66 ook bediscussieerd zijn wel voorkomen in het regeerakkoord. Zo is het beoordelen van scholen naar toegevoegde waarde een prima manier om de kwaliteit beter te beoordelen, is het vaststellen van kerntaken voor het basisonderwijs een goed punt, zolang er daarnaast maar niet allerlei proefballonnetjes worden opgelaten. Een uniform leerlingvolgsysteem is wel erg top-down, hoewel het ook voordelen kan hebben. En wat docenten betreft ook een aantal voorstlelen die binnen de D66-werkgroepen de laatste jaren ook voorbij zijn gekomen: docent wordt een registerberoep en het  invoeren prestatiebeloning. Allemaal prima. Maar aan de andere kant wordt er gesproken over ‘dwang en drang’ bij taalachterstanden, roosters zonder tussenuren (hoe willen ze dat realiseren en controleren?) een sociaal leenstelsel alleen voor de masterfase en ontbreekt welk beleid dan ook waar het de ov-kaart voor het MBO en studenten onder de 18 betreft.

Ouderenzorg

Ten eerste: waarom ouderenzorg apart vermelden en niet onder het kopje zorg? Daarnaast klinkt ‘de menselijke maat’ wel erg Jan Marijnissen. Het grootste probleem in dit hoofdstuk is de grote hoeveelheid nieuwe regels, toetsing en sancties die top-down op het werkveld worden losgelaten. Dit staat haaks op alle verdere deregulering waarover het akkoord spreekt.

Veiligheid

Ook hier weer veel goeds en veel onzin samen in één hoofdstuk. Goede ideeën zijn mijns inziens het adolescentenstrafrecht, aangifte door de werkgever (zoals hierboven al benoemd) en het doorberekenen van politiekosten bij evenementen. Toch ademt dit hoofdstuk een Big Brotherachtige sfeer: fouilleren, camera’s, nummerplaatherkenning. Daarnaast wordt de ruimte voor mogelijke eigenrichting groter, hulporganisaties als GGZ en TBS versobert en wordt drugs alleen aan de voordeur strikt gereguleerd, maar blijft de achterdeur schimmig.

De minimumstraffen wil ik apart benoemen. Ik ben hier zeer op tegen, maar de manier waarop het voorstel is verwoord stemt mij al wat geruster: alleen minimumstraffen bij een herhaling van het feit binnen 10 jaar na de eerste veroordeling.

Werk en sociale zekerheid

Twee punten kan ik van harte steunen: ambtenaren krijgen eenzelfde ww-regeling als alle andere werknemers (vindt D66 ook al jaren) en ik ben blij met het samenvoegen van allerlei regelingen zoals de WWB, WSW en Wajong (al zullen de gevolgen hiervan sterk gaan meewegen in mijn uiteindelijke oordeel. Slechte ideeën in dit hoofdstuk: bevriezen van de ambtenarensalarissen, maar dan de zorg uitzonderen. Als je dit dan toch wil, waarom dan niet ook de docenten? Of de politieagenten? Dat zijn toch ook ‘hardwerkende Nederlanders’. Ook wordt er weinig aan flexibilisering gedaan en blijft vaag wat wordt bedoeld met ‘vrijwillig doorwerken na de AOW-leeftijd blijft aantrekkelijk’.

Wonen

Stilstand, nietsdoen en de huiseigenaren beschermen: de hypotheekrente blijft bestaan jammergenoeg (al maak ik er zelf ook gebruik van) en er wordt alleen in de huursector ingegrepen. Op zich prima dat scheefwonen wordt aangepakt, maar er wordt hier maar half werk geleverd. Ook de koopsector verdient nieuw beleid.

Al met al ademt het akkoord kneuterige spruitjeslucht, gecombineerd met een wel erg links sausje voor een rechts kabinet. Echte hervormingen zijn er niet, op veel gebieden een hoop holle frasen en er staan ronduit slechte voorstellen tussen. Toch valt de tekst me op papier erg mee. De manier waarop erover wordt gesproken (‘Nederland moet weer Nederlandser worden’) en de uitvoering baren mij vele malen meer zorgen. Hopelijk kan de oppositie in de minderheidssituatie die we nu krijgen een vinger in de pap krijgen.

Invloed

Waarom wordt iemand actief bij een politieke partij? Omdat je je omgeving anders en liefst beter wilt maken. Soms doe je een heleboel en heb je ondertussen het gevoel dat het allemaal niet echt ergens toe leidt. De politiek is soms traag, stroperig, besluiteloos en discussieert oeverloos over ogenschijnlijk niets.

Toch zijn er momenten in je politieke leven dat je het gevoel hebt dat je echt invloed hebt op wat er gebeurt. Dat je het gevoel hebt dat je een pijnpunt raakt. Dat je het gevoel hebt dat je echt invloed kunt uitoefenen op je omgeving en het leven van anderen. Dat gevoel had ik de afgelopen week.

D66 ’s-Hertogenbosch heeft afgelopen week vragen gesteld over de propvolle fietsenstalling bij station ’s-Hertogenbosch. Anderhalf jaar geleden, toen ik in ’s-Hertogenbosch kwam wonen, was mij dit al een doorn in het oog. Zeker wanneer in september de scholen weer beginnen stroomt de fietsenstalling vol en moet je moeite doen om je fiets er kwijt te kunnen. Ondertussen zie ik al anderhalf jaar dezelfde fietsen het rek bezetten. Vooral toen mijn fiets werd verwijderd, omdat deze met het achterwiel op de stoep stond, en ik 20 euro moest betalen om hem terug te krijgen, raakte ik behoorlijk gefrustreerd.

Afgelopen week kon ik mijn frustratie gelukkig omzetten in daden: schriftelijke vragen opstellen, een persbericht maken en via Jan Smit en de fractie van D66 invloed uitoefenen in de gemeenteraad. Gezien de vele reacties in de media wordt mijn ergernis gedeeld. Hopelijk heeft de invloed binnenkort ook succes.