Paul Bessems & Walter Bril, Blockchain organiseren

Blockchain organiserenBeoordeling: 2 sterren

Nadat ik persoonlijk kennis had gemaakt met Paul Bessems en hij bij de start van BlockChange in april 2017 aanwezig was, wilde ik uiteraard zijn boek graag lezen. En hoewel het boek een complete handleiding in de wereld van de blockchain lijkt, heb ik ook zo mijn reserves. En dat zit hem in het revolutiedenken dat op vele pagina’s aanwezig is.

Maar eerst de positieve punten. Met Blockchain organiseren heb je een van de compleetste Nederlandstalige boeken op het gebied van de blockchain in handen. Van de principes die achter de blockchain liggen, tot de opkomst van de bitcoin, tot diverse casussen waarin de blockchain kan worden toegepast en de stippen op de horizon: alles staat erin. Dat maakt het tot een boek om niet alleen (of misschien zelfs juist niet) van kaft tot kaft te lezen, maar om in te grasduinen, bij te lezen wat je nog niet weet of zaken in na te zoeken die je nodig hebt.

Een ander belangrijk punt dat Bril en Bessems maken is de relatie tussen de digitale wereld en de reële wereld(blz. 151): het moment waarop iets uit de werkelijkheid waarde krijgt in het digitale is een cruciaal moment. Binnen de blockchain bestaat er een waarheid, maar de startpunten moeten goed zijn.

 

Ook de negen kernverbindingen zijn, hoewel wat managementjargon, helpt om de nieuwe manier van samenwerken te kaderen. Deze zaken worden wel uitgebreid toegelicht voor een niet-deskundig publiek.

Bovendien zijn de schrijvers zich erg bewust van de insteek die ze hebben gekozen. In de epiloog bespreken ze hun politiek getinte visie op de blockchain. Maar daarmee komen we dan ook bij het belangrijkste kritiekpunt op dit boek: het is een soort theorie van alles: de blockchain is de hamer en elk probleem verwordt ermee tot spijker. Met name in hoofdstuk 8 gebeurt dat waar de schrijvers van de blockchain als techniek, inzoomen op de blockchain als economisch organisatieprincipe.

En dat politieke wordt ook in een aantal andere hoofdstukken in nogal opdringerige zinssnedes vol aannames duidelijk:

“Maar alleen de blockchaintechnologie (wat dat ook precies moge zijn), uit een grote geheel (Bitcoin ecosysteem) halen is als een ijsbeer proberen te laten overleven in de woestijn. Het zou ook een slecht idee zijn om Blockchain Organiseren toe te passen binnen de muren van bestaande bedrijven. Wat wel nuttig kan zijn is bestaande interne procesen met behulp van Blockchain Organiseren, klaar te maken om overgeheveld te worden naar een gedeel transactientwerk.” (blz. 216) [Dat kan volgens mij best: zie mijn podcast voor prachtige voorbeelden]

“En dat vraagt een andere welvaartsmachine, met andere knoppen, andere mensen en vooral een ander perspectief en andere organisatievormen.” (blz. 123)

“Maar we gaan steeds meer leven in een tijd vaN consuminderen, een tijd van digitale productie en consumptie, met andere behoeften en organisatievraagstukken” (blz. 123)

De dikte van het boek is fijn om zaken na te zoeken, maar maakt ook dat er veel dubbelingen in zitten. Bovendien is het een flinke pil om helemaal te lezen, zeker gezien de hoeveelheid managementjargon.

Een fijn boek om te hebben, om over na te denken, maar minder leuk om helemaal te lezen.

Jacob van Lennep, Anekdoten

https://i0.wp.com/www.dbnl.org/auteurs/portret/lenn006_p23.gif?resize=168%2C200Beoordeling: 2 sterren

De negentiende eeuw lijkt wel de eeuw van de notoire verzamelaars en inventarisatiefetisjisten. Naast het prachtige Vertelcultuur in Nederland dat ik nog in mijn kast heb staan en enkele standaardwerken, zoals Brinkman’s Catalogus van Boeken waar ik tijdens mijn studie veelvuldig gebruik van heb gemaakt, is Jacob van Lenneps Anekdoten duidelijk een negentiende-eeuws product.

Het boek is een aaneenrijging van thematisch gerangschikte verhalen en verhaaltjes. Geen verdere ordening, geen kader of context. Gewoon een verzameling anekdoten. Je kunt er dan ook niet heel veel meer mee dan in grasduinen en links en rechts wat lezen. Het is te veel en te ongestructureerd om er lering uit te kunnen trekken. Voor een enkele intellectueel ogende verwijzing is het leuk.

Multatuli, Max Havelaar

Beoordeling: 3 sterren

Max Havelaar heb ik voor de derde keer in mijn leven gelezen. De eerste keer was voor mijn leeslijst op de middelbare school. Ik snapte geen snars van het boek, mijn docent was overspannen dus druk om echt te presteren was er niet, dus ik heb het boek nooit uitgelezen.

De tweede keer was mijn eerste studiejaar. Met moeite heb ik me door het boek gewerkt, het tentamen goed gehaald en me uiteindelijk zelfs gespecialiseerd in de negentiende eeuw. Maar ik heb inmiddels ook veel betere boeken gelezen uit die Ijzeren Eeuw.

Maar ik wilde, nu ik het boek in de Perpetuareeks in de kast heb staan, toch nog weer een kans geven. Het boek zit ingenieus in elkaar en is interessant in zijn opzet. Ook de negentiende-eeuwse humor snap ik een stuk beter met de kennis van de negentiende eeuw die veel groter is geworden sinds 2003. Maar het boek blijft ook lastig te doorgronden. De verhandelingen over de wijze waarop het cultuurstelsel functioneert in Lebak zijn nogal saai, hoewel ze het kernpunt vormden voor Multatuli’s reden het boek te schrijven.

Drie sterren klinkt lekker gemiddeld en gek laag voor het derde beste boek uit de Nederlandse literatuur. Toch blijft het boek voor mij vooral erg interessant, maar niet zo heel leesbaar.

 

Dimitri Verhulst, Problemski hotel

Beoordeling: 3 sterren

Problemski hotel is het vierde boek van Verhulst dat ik las en met elk boek wordt Verhulst fragmentarischer: De helaasheid der dingen is nog een coherente roman, Godverdomse dagen op een godverdomse bol was al fragmentarischer en met Problemski hotel laat Verhulst de verhaallijn bijna helemaal los. Dat is mij echter te los en kan ik ook niet zo enthousiast over dit boek zijn als over eerdere boeken en zijn boekenweekgeschenk.

En dat terwijl dit thema, de asielzoeker, mij zeker interesseert. Niet alleen omdat ik dat in het werk van bijvoorbeeld Abdolah al erg leuk vond, maar vooral omdat ik het toneelstuk voor de toneelclub van de Grundel in 2000 over dit thema schreef. De verhalen van Verhulst zijn dan ook op zichzelf erg interessant. De structuur, maar ook de stijl vermoeien echter te veel tijdens het lezen. De stijl wordt soms erg grof, stevig en past minder goed bij sommige fragmenten in mijn ogen. Een aardig boek, maar geen topper.

A. Defresne, Het gehucht (boekenweekgeschenk 1958)

Beoordeling: 2 sterren

Wat een saai, nikszeggend boek met een storende alwetende verteller. Hij kijkt neer op de mensen in Het gehucht. Het verhaal sleept zich wat voort na de aanvankelijke set dressing. Ik heb het boek wel uitgelezen, dus daarom krijgt het boek van mij twee sterren, maar nee, dit is een van de slechtste boekenweekgeschenken die ik gelezen heb.

Christine Pullein-Thompson, Jessie

Beoordeling: 3 sterren

Het is een jeugdboek en het lastige bij jeugdboeken is altijd dat de tekst voor een ander lezerspubliek is bedoeld dan voor mij. Maar het ene kinderboek is het andere niet.

Jessie is een middenmoter. Het is voor kinderen vast een spannend boek, maar het einde is voor de meeste lezers (ook de jongere) nogal voorspelbaar. Je leeft wel mee met de hoofdspersonen en het is zeker een groot avontuur dat zowel Jessie als de verschillende basjes meemaken. Maar het is zeker niet het beste kinderboek dat ik ooit las. Het heeft natuurlijk wel de mooiste titel ooit 😉

 

Jan Hanlo, Tjielp tjielp

Beoordeling: 4 sterren

Jan Hanlo roept altijd vervreemding op. Bij leerlingen aan wie ik De mus of Oote voorlees, bij mezelf als ik het me hoor voordragen. De gedichten in Tjielp, tjelp zijn ook een beetje raar, maar wel interessant. De inleiding en verantwoording door Guus Middag zijn een mooi toevoeging aan deze bundel. Voor mensen die kennis willen maken met Jan Hanlo is dit een aanbeveling!

 

Hella S. Haasse, Dat weet ik zelf niet (boekenweekgeschenk 1959)

Beoordeling: 3 sterren

Dat weet ik zelf niet is geen onaardig essay. Zelfs voor een boekenweekgeschenk dat bijna 70 jaar oud is, is het bij vlagen nog herkenbaar in het nu. De jeugd van tegenwoordig is in elke tijd een dankbaar onderwerp. Echt spannend wordt het essay echter niet, de stijl wordt wat opsommerig en slechts een week na het lezen van de tekst is mij niet meer bijgebleven waar het nou allemaal precies over ging.

Edward van de Vendel, Een verhaal met een tong

Beoordeling: 1 ster

Een verhaal met een tong of zoals de ondertitel van dit boek had moeten luiden: Hoe een begenadigd kinderboekenschrijver een saai boek over een oversekste puber wist te schrijven. Het verhaal begint ergens in het niks en gaat ook nergens heen. Weggelegd, 1 ster!

Elisabeth de Jong-Keesing, De zalenman (boekenweekgeschenk 1960)

Beoordeling: 3 sterren

De zalenman is een ouder boekenweekgeschenk, een novelle uit de vooroorlogse traditie. De psychologische roman over een stervende patiënt in het ziekenhuis is een monologue interieur die aan de ene kant nogal saai lijkt, maar aan de andere kant genoeg weet te boeien om het boek vrij snel uit te lezen. Het tijdsbeeld dat het ziekenhuis uit het einde van de jaren ’50 oproept is mooi en wanneer de patiënt overlijdt aan het einde van het boek, voel je dat zelfs een beetje mee.