F. Springer, “Sterremeer” (Boekenweekgeschenk 1990)

Beoordeling: 3 sterren

Nikko leert Felix Sterremeer kennen bij de militaire keuringsdienst in Den Haag(begin 1950). Felix leest, en dat valt op, een gedichtenbundel en Nikko vraagt wat hij aan het lezen is. Dit om te laten zien dat hij ook anders is dan de rest. Later fietsen ze met elkaar naar huis.
Er verstrijken wat jaren en bij ‘toeval’ ontmoeten Nikko en Dorien (diens vrouw) Felix weer. Nu op een schip op weg naar Amerika. Nadat ze gesetteld zijn in Amerika worden ze uitgenodigd om bij de bundelpresentatie van Felix. Weer enkele maanden later krijgen ze opnieuw een uitnodiging: nu voor een verblijf in een vakantiehuis. Daar blijkt Felix poëtische carrière gebaseerd op een financiële stimulance en niet op basis van Felix’ kwaliteiten. Zowel Robie (de financier) als Felix raken hier dusdanig door van streek dat dit hun verdere leven beïnvloedt.

Het is een leuk geschreven goed verhaal, maar doordat op de helft van het boek het einde te voorspellen is, maakt het dit boekje niet briljant. Het einde is toch nét niet 100% de voorspelde spiegeling en stilistisch zo sterk dat je toch het einde zonder grote teleurstelling afleest, maar… toch jammer.

Rutger Kopland, “Herinneringen aan het onbekende: Een keuze uit eigen werk”

Beoordeling: 4 sterren

In de gedichten van Kopland spreekt mij een bepaald gevoel en zijn gebruik van de taal zeer aan. Ze raken me direct, maar zijn ook na wat langer nadenken prachtig. Kopland is een meester, hoewel niet alle gedichten in deze bloemlezing mij even zeer aanspreken. Het onderstaande vond ik (denk ik) de mooiste:

GA NU maar liggen liefst in de tuin
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.

Khalid Boudou, “Het schnitzelparadijs”

 Beoordeling: 3 sterren

De negentienjarige Marokkaan en drop-out Nordip maakt een einde aan zijn lusteloze bestaan en gaat aan de slag als afwasser in de keuken van het oer-Hollandse restaurant De Blauwe Gier. Met leeftijdsgenoten van allerlei afkomst en totaal verschillend karakter overleeft hij de dagelijkse hel van smurrie en stank omdat hij wil deelnemen aan het leven. Uiteindelijk weet hij zich een positie te verwerven in het restaurant en vindt hij zichzelf.

Hoewel het debuut van Boudou wat stug begint, is het vanaf het tweede deel een leuke en vermakelijke roman die talig zeer rijk is. Dit belooft veel goeds voor De President, zijn tweede boek.

De Schoolmeester, “Gedichten van de schoolmeester” (redactie J. van Lennep)

 Beoordeling: 1 ster

De schoolmeester is mij ontzettend tegengevallen. Hij is vormtechnisch zeer onvast, alleen rijm is een constante in zijn poëzie, en kiest leuke onderwerpen, maar weet deze niet op een boeiende manier vorm te geven. In zijn brieven laat hij zien de vormaspecten van de poëzie wel te beheersen, maar hij gebruikt ze niet in zijn overige poëzie en dat vind ik jammer. Ik houd van een kunstenaar die niet alleen kunstvaardigheid maar ook bekwaamheid en bedrevenheid beschikt.

(het Latijnse ars (mv. artes) betekent zowel kunstvaardigheid/kunst als o.a. bedrevenheid en ambacht)

Wim Kan, “Soms denk ik wel eens bij mezelf” (Boekenweekgeschenk 1983)

Beoordeling: 3 sterren

In dit boekenweekgeschenk heeft Wim Kan 100 gedachtes van hemzelf en anderen samengebracht. Het is een aandoenlijk boekje en een leuk hebbedingetje.

Youp van ’t Hek, “Is Youp leuk?”

 Beoordeling: 4 sterren

Youp blijft leuk hoor, geen twijfel over mogelijk. Ook bij de Dag van de Literatuur was hij briljant leuk en na een wat minder leuk vorig programma (Prachtige Paprika’s) is het nieuwe programma (Schreeuwstorm) weer leuk als vanouds.

Toch is zijn column in boekvorm minder leuk dan zijn overige werk. Een column is zo af en toe (zeg: eens per week) leuk, maar meerdere achter elkaar en helemaal wanneer je zijn boek van kaft tot kaft zou lezen is het too much. Het is leuk de periode 2001-2005 te kunnen overzien met het humoristische commentaar erbij van Youp, maar hoewel zijn stijl prima blijft, laat zo’n boek zien dat Youp een vakman is, of negatiever geformuleerd een leuk trucje weet uit te halen met het nieuws van een week en dat omvormt tot een kolommetje in het NRC. Het is een aardig boek van een goede cabaretier, maar een column per week is leuker!

Willem Elsschot, “Lijmen – Het Been”

 Beoordeling: 5 sterren

De twee novellen Lijmen en Het Been vormen tezamen een roman. In Lijmen leert Boorman aan Laarmans de kunst van het aansmeren van reclame aan argeloze personen. In Het Been moet Laarmans geld incasseren bij mevrouw Lauwereyssen van een fabriekje in keukenliften, die nog steeds moet betalen voor de levering van honderdduizend wereldtijdschriften.

Elsschot schept in Lijmen – Het Been een aandoenlijke hoofdfiguur in een hilarische plot. Elsschot bezit die kwaliteit: (hoofd)figuren te scheppen die ondanks hun streken sympathie opwekken.

In Lijmen heeft de schavuit Boorman een goed idee dat doet denken aan een kwajongensstreek. Toch is het de literaire jaren-30-variant van oplichtingspraktijken die nog steeds plaatsvinden.

In Het Been is de Boorman verworden tot een Vlaamse Don Quichote. Onverwoestbaar strijdt hij een banale strijd tegen het been met voor beide partijen een happy end.

De beheerste, nuchtere stijl van Elsschot bevalt me en na Kaas, Het Dwaallicht en Villa des Roses is dit een volgende prachtige en rijke roman van Elsschot. Ik ben fan!

A.C.W. Staring, “Ruisend valt het graan”

 Beoordeling: 2 sterren

Staring schrijft bij vlagen leuke gedichten, maar doorgaans niet. Het spreekt me niet aan en qua vorm is hij eveneens bij vlagen goed, maar doorgaans niet. Jammer, want ik had meer verwacht.

P.F.T.L. van Hoogstraaten, “Gedichten”

Beoordeling:  4 sterren

Een zeer vermakelijke domineedichter, terwijl zijn moralistische gedichtjes in de ogen van velen toch geen hoogstaande literatuur zijn. Bij lezing van deze Huissense (nabij Arnhem) negentiende-eeuwse dichter heb ik voor mijzelf eens nagedacht over mijn waardering voor dergelijke dichters. Ik denk dat er vier belangrijke redenen zijn voor mijn waardering:

1. Hun engagement
De dichters zijn zeer betrokken bij de samenleving en proberen via de literatuur deze te beïnvloeden en uit te dragen waar zij voor staan. Dergelijke betrokkenheid, die ik bij de Tachtigers, het Modernisme en de Vijftigers mis, is voor mij blijkbaar belangrijk.

2. Hun vriendelijkheid
De dichters blijven, ondanks discussies in het literaire veld, vriendelijk jegens hun vijanden. Dit getuigt van een zekere beschaafdheid die mij blijkbaar aanspreekt.

3. Hun gedistantieerdheid
De dichters zijn nooit hevig geëmotieerd en schrijven niet direct vanuit hun onderbuik. Ze zijn zeer redelijk in hun afwegingen en boodschap, waardoor hun mening zeer doordacht en verstandig overkomt.

4. Hun gedrevenheid
Deze dichters geloven in wat ze schrijven en schrijven over waar ze in geloven. Ze zijn gedreven om het weinig beschaafde volk te verheffen met kennis op het gebied van de natuurwetenschappen, literatuur en religie en geven hun wijze levenslessen mee. Daarmee trachten zij de maatschappij verbeteren en zij stellen hun hele leven in dienst van deze opdracht aan henzelf, waarmee ik weer terug ben bij mijn eerste reden.

Kortom: laat je niet misleiden door de bril van de l’art pour l’art-kunstenaars, maar waardeer de dominee-dichters om wie zij zijn!

Senger Diengotgaf, “Tprieel van Troyen”

Beoordeling: 3 sterren

Dit is een hoofse roman in zijn meest zuivere vorm. Het centrale thema is de hoofse liefde. Tijdens een wapenstilstand in de Troyaanse oorlog houdt het Troyaanse hof een maaltijd in het prieel van de titel. Dan volgen vier gesprekken tussen ridders en de door hun aanbeden dame. De minne is de eigenlijke hoofdpersoon, waar mee wordt gespeeld, die wordt bekend en afgewezen.*

Een interessant boek, dat veel kan vertellen over de tijd waarin het geschreven is, maar het is zeker geen ontspanningsliteratuur. Het is een soort Max Havelaar: het is een belangrijk boek en kan je veel leren, maar ík kruip er in ieder geval niet mee voor de open haard.

*Bron: Voorwoord versie in het Laurens Janszoon Costerproject