Remco Campert, “Het leven is vurrukkulluk”

 Beoordeling: 4 sterren

De debuutroman van Remco Campert vertelt het verhaal van twee vrienden, de pianist Mees en de dichter Boeli. Ze wandelen in het Vondelpark en komen daar het zestienjarige meisje Panda tegen. Ze zijn op slag verliefd, maar Mees is de meest doortastende en lokt haar in zijn bed. Intussen heeft Pana tweehonderd gulden gestolen van een grijsaard. Van het gestolen geld wordt een groot feest aangericht.
Diverse verhaallijnen starten als losse draadjes, maar worden uiteindleijk samengevlochten tot een mooi geheel.

Hoewel de roman wat gedateerd is wat betreft inhoud, is het verhaal ook ruim veertig jaar na de eerste verschijning zeer leesbaar. Het taalgebruik is zeer amusant met woorden als ‘vurrukkulluk’ (verrukelijk) en ‘nijslollie’ (in een ijslolly) en het hele verhaal leest als een trein. De diverse verhaallijnen maken dat je oplettend moet blijven, want grijpen soms onverwacht in elkaar.

Al met al een aanrader, zoals veel werk van Campert!

Judith Herzberg, “Doen en laten”

 Beoordeling: 3 sterren

Tja, goede vraag: doen of laten?

Optredens van Judith Herzberg op Onbederf’lijk Vers en Het Tuinfeest waren behoorlijk leuk, de bundel vind ik ietsje minder. Er staan leuke gedichten in, zoals Planetarium te Franeker of enkele van de gedichten over vliegen, maar over het algemeen doen de gedichten me niet zo veel.

Dat neemt niet weg dat Herzberg een goede dichteres is die zeker mensen zal doen uitroepen ‘Doen!’, maar dat ‘laten’ we dan maar aan die mensen…

Benjamin Kunkel, “Besluiteloos”

Beoordeling: 3 sterren

Ik kan maar moeilijk besluiten wat ik van deze roman van Benjamin Kunkel vind. Het is leuk, maar niet érg leuk. Het is goed geschreven, maar er kan ook nog het een en ander verbeterd worden. Het is vermakelijk, al kan ik me totaal niet inleven. Ik weet het niet.

Dwight Wilmerding is pas achtentwintig jaar oud, maar zit al midden in een midlife crisis. Op zich niet vreemd: hij woont met wat vage vrienden in een klein appartement en zijn baan als helpdesk-medewerker bij de farmaceutische gigant Pfizer is niet bepaald sfeerverhogend. Daarbovenop lijdt hij ook nog eens aan aboulie, chronische besluiteloosheid die zo ver gaat dat hij enkel een besluit kan nemen door erom te tossen. Aangemoedigd door een van zijn kamergenoten onderwerpt hij zich aan een farmaceutisch experiment dat hem van zijn besluiteloosheid moet genezen. Wanneer hij ‘pfired’ wordt door Pfizer en uitgenodigd door een middelbareschoolvriendinnetje om naar Ecuador te komen, reist hij abrupt af naar Zuid-Amerika. Probleem is alleen dat Dwight maar niet kan besluiten of de pillen die hij slikt werken of niet. Diep in de jungle van de Amazone wordt zijn romantische ontsnapping een hilarische reis, op zoek naar verantwoordelijkheid, kennis en liefde.

Kunkel is bejubeld om zijn roman en de de grappige stapjes die hij buiten het verhaal zet om zijn lezer laat zien dat het slechts een boek is, vond ik zeer vermakelijk. Een voorbeeld:

“Nu wil ik met uw goedvinden even een montagetrucje toepassen dat ze altijd in films gebruiken om de eerste twee dagen in het oerwoud samen te vatten en u, op de manier waarop ze dat in films doen, een indruk te geven van de opwinding en de emotionele bijna-eensgezindheid van de twee hoofdpersonen terwijl ze van locatie naar locatie dartelen, want toen we eenmaal goed en wel op weg waren (en Edwin samen tweehonderd dollar in contanten hadden betaald), stortte zij zich net als ik met volle overgave in deze onverwachte excursie.” (blz. 153) [1 zin!]

Wat mij stoorde in de roman is dat er op bepaalde punten, meestal aan het eind van één van de drie delen, geen spanningsboog meer is. Deze is afgelopen op zo’n 80 tot 90% van het deel, maar ja…dan moet je die laatste 10% tot 20% nog. Bovendien kon ik me totaal niet inleven in Dwight en had ik eerder de neiging hem wat peper in zijn hol te willen stoppen dan dat ik met hem meeleefde. Bovendien was al vrij snel duidelijk dat meneer aan de placebo’s zat. Kortom: het boek had wat mij betreft spannender, puntiger en korter gekund en dan had ik de hekel aan de hoofdpersoon kunnen waarderen.

Kunkel is een goede schrijver, hij schrijft mooie zinnen, maar zit nog absoluut niet aan de toppen van zijn kunnen.

Bestuuronline.nl – 21 november 2007

Bekijk HIER de raadsvergadering waarin ik tot fractievolger van D66 Nijmegen ben benoemd.
(kijken vanaf 1:07:00)

Koos van Weringh, “D66 of Een boerenpartij voor keurige mensen”

 Beoordeling: 4 sterren

In D66 of Een boerenpartij voor keurige mensen heeft cartoonkenner Koost van Weringh 66 spotprenten verzameld met D66 als onderwerp. Een leuk hebbeding voor iedere sociaal-liberale democraat.

Er valt echter wel wat af te dingen op de gronden van Van Weringh om deze bundel samen te stellen. De inleiding doet toch zeer sterk vermoeden dat de peilingen van midden 2006, anti-D66-gevoelens en leedvermaak de belangrijkste drijfveren zijn geweest en niet een neutrale verzamelaarsblik. Een kort citaat om dit te illustreren:

Een ontwikkeling van veertig jaar van luchtfietser tot kleuterleidster: dat belooft wat voor de volgende veertig jaar [dat is dan in elk geval positief, nog veertig jaar] De aansturing van de hergepositioneerde, vernieuwde en in de naaste en verre toekomst nog te vernieuwe koers van de herbezonnen en her- en omgeprofileerde balspeelsters/balspelers zal de politiek-geïnteresseerde toeschouwer langs de lijn nog menig vrolijk ogenblik bezorgen… Zonder ooit een doelpunt te zien…

Spotprenten zijn per definitie relativerend bedoeld, dat zal zelfs ik niet ontkennen, maar om deze nou in stelling te brengen om een groep die jij geen warm hart toedraagt mee te beschieten is wel heel gemakkelijk. Over de PvdA (Van Weringhs partij) zou zo’n bundel ook zeer gemakkelijk samen te stellen zijn. Een erg leuk hebbeding, zolang je de inleiding overslaat of met een kilo zout verorbert.

Onbederf’lijk Vers, “Vers verpakt; een bloemlezing uit vijf jaar Onbederf’lijk Vers”

Beoordeling: 5 sterren

Een prachtige bundel waarmee het lustrum van het Nijmeegse (en inmiddels ook Bossche) poëziefestival Onbederf’lijk Vers gevierd wordt. Vijfenzeventig dichters die ooit het podium van Onbederf’lijk Vers beklommen zijn samen verpakt in deze mooi uitgegeven bundel. Gevestigde namen als Remco Campert, Ilja Leonard Pfeiffer en Joost Zwagerman worden geflankeerd door aanstormende talenten Yorgos Dalman, Willem Thies en Maarten Das.

De bundel geeft een prachtige doorsnede van het huidige poëzielandschap van Nederland en Vlaanderen en biedt een beginnende poëzielezer de mogelijkheid om voor het luttele bedrag van vijf euro met een grote diversiteit aan dichters kennis te maken. Een aanrader voor zowel poëzieliefhebber als poëzieleek.

Jacques Vriens, “Ik doe niet meer mee en andere verhalen”

Beoordeling: 3 sterren

Deze verhalenbundel van Jacques Vriens bevat negen eerder gepubliceerde verhalen, waarin een persoonlijk of ‘maatschappelijk’ probleem dat jongeren betreft aan de orde komt. De verhalen zijn Ik doe niet meer mee, Een oud schrift, Wanneer doe je eens wat terug jandoedel?, Het podium, Krielkip en Giraf, Spijbelen, Hoogtevrees, De god van opa en Leukemie.

De verhalen van Jacques Vriens zijn herkenbaar en grappig, maar ze missen naar mijn gevoel een zekere ‘beleving’. Je ziet wat er gebeurt, maar bent er niet echt bij. Dit kan enerzijds komen door de stijl van Vriens, anderzijds doordat ik door mijn leeservaring niet verrast wordt door wat er gebeurt.

Voor jongeren (ik lees het eerste verhaal aan mijn beide brugklassen voor op dit moment) spreken de verhalen zeer aan, maar voor een wat gerijptere lezer zijn de verhalen helaas minder boeiend.

Remco Campert, “Een liefde in Parijs”

 Beoordeling: 4 sterren

In Een liefde in Parijs beschrijft Remco Campert het leven van een Nederlandse schrijver, Richard Sanders, die voor het doorbreken als kunstenaar samen met de eveneens Nederlandse schilder Tovèr in Parijs woont en werkt.

We zien het leven van Richard aan ons voorbijtrekken in een alles behalve chronologische volgorde. Op de achtergrond speelt tevens de vraag wie Sacha is, een mysterieuze vrouw uit Richards verleden.

De roman beschrijft op een mooie manier het opkomen van een jonge kunstenaar en kan, denk ik, niet los worden gezien van Camperts tijd in Parijs en het feit dat enkele Vijftiger-vrienden van hem ook begin jaren vijftig in Parijs doorbrachten. Het taalgebruik is afgewogen: complex waar dat het verhaal verrijkt, direct waar dat nodig is. Het enige minpunt aan de roman is de uitkomst van het mysterie rond Sacha.

Richard ontmoet Sacha met Bruno, haar zoon, bij zijn boekpresentatie. Hier schrijft Campert:
Hij was zich bewust van de monsterende blik die Sacha beurtelings op hem en op haar zoon wierp(…)
Deze blik is voor een wat geoefende lezer een duidelijke vooruitwijzing naar de uitkomst van de roman die in de laatste alinea van de roman te lezen is, en ja…het is inderdaad de deceptie die je verwacht na het citaat, helaas.

Kees van Kooten, “Annie”

 Beoordeling: 3 sterren

In dit boekje beschrijft Kees van Kooten de laatste maanden van Annie, de moeder van de ik-figuur, die niet los is te zien van de schrijver. Na het overlijden van zijn moeder denkt hij terug aan de laatste periode, waarin zij steeds dementer is geworden, in een verzorgingshuis is gaan wonen en uiteindelijk overlijdt als gevolg van trauma door een val van een trap en euthanasie.

Het boekje straalt trots en liefde voor zijn moeder uit. Het droevige verhaal over haar laatste jaren is gelardeerd met gedichten van de hand van Annie en grappige alzheimeranekdotes, zoals:

‘En dat is ook veel beter voor de spijsvertering ’s middags warm eten.’
‘Als ik maar eenmaal weer uit de war ben.’
In de zak van haar schort vind ik drie gebruikte wattenstaafjes, een theelichtkaarsje zonder pit, vier tot harde proppen gesnoten zakdoekjes, een doosje met hoorapparaatbatterijtjes, de nieuwe dubbelfocus bril waarvoor we uitgebreid naar de oogarts en de opticiën zijn geweest, maar die na één dag alweer kwijt was, een paar handen ongekookte rijst voor de duiven en drie ondersteboven opengescheurde enveloppen met bedelbrieven.

Een liefdevol en leuk boekje dat een glimlach op je gezicht brengt.

Stevo Akkerman, “Alle wegen leiden naar Evy Elise” (fragmenten)

Beoordeling: 4 sterren

In Trouw verschenen op 8 september enkele fragmenten uit het boek-in-wording Alle wegen leiden naar Evy Elise van Stevo Akkerman.

Maria en de mannelijke ik-figuur verliezen hun tweede kind, Evy Elise, op de dag van haar geboorte. De ik-figuur beschrijft hoe in de periode hierna hij en zijn vrouw van elkaar vervreemden (hij is voormalig gereformeerde, zonder kerkelijk geloof, zij wordt actief binnen de pinkstergemeente) en hoe het verdriet hen elke keer weer leidt naar Evy Elise.

Het zijn zeer emotionele fragmenten die veel beloven voor het volledige werk. De gepresenteerde ingrediënten (het verlies van een kind, de geloofskwestie, een gespannen huwelijk) kunnen voor een inhoudelijk zeer bijzonder boek zorgen. De stijl van Akkerman, die in korte bondige zinnen zonder opsmuk zijn verhaal neerschrijft, is hierbij zeer plezierig, want het voorkomt een theatraal ‘over-the-top’-verhaal.