J.C. Bloem, “Verzamelde gedichten”

 Beoordeling: 3 sterren

De gedichten van Bloem zijn soms goed, soms niet. Soms spreken ze me ontzettend aan, soms niet. Bloem is een goede dichter die mij soms weet te raken, soms niet. Drie sterren zegt wat dit betreft genoeg denk ik.

Louis Couperus, “De stille kracht”

 Beoordeling: 1 ster

Otto van Oudijck is resident in Laboewangi, op Java. Als Nederlands bestuurder staat hij in deze hoedanigheid min of meer boven de lokale adel die haar oude machtspositie behoudt. Zijn werk is alles voor hem en hij beseft dan ook niet dat zijn tweede vrouw Leonie hem achter zijn rug om bedriegt met Theo, zijn zoon uit zijn eerste huwelijk. Zijn dochter Doddy heeft stiekem een vriendje.*

En veel verder dan dit ben ik eigenlijk niet gekomen. Wat een afschuwelijk boek is dit ook weer. Ik heb definitief besloten geen Couperus meer ter hand te nemen!

*Bron: nl.wikipedia.org

Barack Obama, “A more perfect union”

Hugo Brems, “Altijd weer vogels die nesten beginnen”

 Beoordeling: 3 sterren

Voor het eerst in ruim vijftig jaar verschijnt er nu een nieuwe, complete, chronologische geschiedenis van de Nederlandse literatuur, geschreven als een doorlopend verhaal dat alle recente vondsten en de nieuwste wetenschappelijke inzichten bevat. Deze indrukwekkende reeks iaat zien hoe elke periode op een eigen manier de literaire traditie van Nederland en Vlaanderen heeft gevormd, ontwikkeld en verrijkt.

In dit negende deel beschrijft Hugo Brems de periode 1945-2005. Hiervoor heeft hij deze periode verdeeld in periodes van 10 jaar (1945-1955, 1955-1965 enzovoort), afgewisseld met een hoofdstuk waarin de diverse contemporaine ontwikkelingen in één jaar worden beschreven. Dit om aan te geven dat meerdere ontwikkelingen gelijktijdig plaatsvinden.

Die ‘éénjarige’ hoofdstukken zijn erg leuk en geven een goed beeld van wat zich op een moment in de tijd afspeelde. De opzet van het boek vind ik dan ook zeer geslaagd. Bovendien is de combinatie van Vlaamse en Nederlandse informatie erg plezierig. Wel moet worden aangetekend dat Vlaanderen het er af en toe bekaaid vanaf brengt en de ‘klaagzangen’ waar Brems op pagina 420 over spreekt ‘waarbij Nederland steevast het begeerde en beschimpte ijkpunt was’ laten ook de benadering van Vlaanderen in Brems’ boek hun sporen na. Het geeft de verbondenheid en de verschillen tussen deze culturen goed aan; waardevolle kennis wanneer men het heeft over het samenvoegen Vlaanderen en Nederland.

1945-1950
Het eerste hoofdstuk vind ik zeer interessant. Niet alleen veel informatie over de periode 1945-1950, waar ik weinig van weet, maar ook een rijker beeld van de periode rond 1950. Met name de aanleidingen, de voorgangers en de Vlaamse dimensie component in deze ontwikkeling waren nieuw of goede opfrissers voor me.

1955-1965
Het hieropvolgende hoofdstuk was wat traag, maar opnieuw zeer interessant. Dit is niet echt mijn periode, dus veel informatie was diep weggezakt. Leuk, maar traag.

1965-1975
Hoe dit hoofdstuk ooit door de eindredactie is gerold zal ik nooit begrijpen. Er gebeurde in deze periode erg veel in de literatuur, zonder dat er een leidende stroming was. De taak van de literatuuronderzoeker is het echter om eenheid in die diversiteit te scheppen. Daar is Brems helaas niet in geslaagd: het is een beetje een warboel en het hoofdstuk waarin de gelijktijdige ontwikkelingen in 1975 worden beschreven is dan ook een verademing: eindelijk begrijp je waar de afgelopen honderd pagina’s over gingen.

1975-1985
Die verademing zet zich goed door in het hoofdstuk dat de periode 1975-1985 behandelt. De diverse kampen binnen literaire discussies in Nederland en Vlaanderen worden helder en hier zie je eindelijk weer iets terug van de eerste hoofdstukkken (1945-1965) waarin ook helder wordt geabstraheerd, uiteen wordt gezet welke personen eeen rol spelen, buitenliteraire instanties en processen een plaats krijgen en het geheel wordt gelardeerd met voorbeelden en citaten.

1985-1995
En ook het op-een-na-laatste hoofdstuk van Brems deel uit deze nieuwe literatuurgeschiedenis leest prima. Helder zet hij de verschillende tendensen uit deze periode naast elkaar. Maar dan gebeuren er twee rare dingen:
Ineens worden de jeugdliteratuur (in het periodehoofdstuk) en toneel en Afrikaanse literatuur (in het jaaroverzicht) besproken. Tot op dat moment is daar nog geen sprake van geweest en Brems moet dan ook bij alle drie deze onderwerpen een historisch aanloopje nemen om het aan de periode of het jaar 1995 te koppelen.
Bovendien lijkt het jaaroverzicht meer op een opsomming, dan een gestructureerde dwarsdoorsnede. Het lijkt erop of Brems moeite krijgt lijnen in de geschiedenis te zien.

Aspecten van de literatuur rond de eeuwwisseling
Het beste is in Altijd weer vogels die nesten beginnen voor het laatst bewaard. In dit zeer overzichtelijke hoofdstuk worden enkele tendensen in de literatuur van de laatste jaren aangegeven. Voor het eerst is er sprake van hoofdlijnen in het verhaal van Brems. Wel komt Vlaanderen er zéér bekaaid vanaf in dit hoofdstuk.

Altijd weer vogels die nesten beginnen is een mooie literatuurgeschiedenis met veel boeiende feiten en een verfrissende aanpak. Toch leest het boek regelmatig erg stug en wordt de historie warrig gepresenteerd. Zeker een waardevol boek, maar ik hoop dat de andere acht delen ‘lekkerder’ lezen.

Jean Pierre Rawie, “Oude Gedichten”

 Beoordeling: 5 sterren

Oude Gedichten is een bundeling van de eerder verschenen bundels Het meisje en de dood, Intensive Care, Kwade Trouw en enkele liederen in opdracht en vertalingen.

Met bundels van Rawie haal je kwaliteit in huis. Deze meester van het vormvaste dicht weet inhoudelijk een snaar te raken en vormtechnisch geeft Rawie je het gevoel dat het schrijven van een vormvast gedicht eigenlijk heel gemakkelijk is. Hij weet de instrumenten die hij tot zijn beschikking heeft tot in de finesses te gebruiken. Daarnaast is Rawie ook nog eens een leuke man die zeer bewust zichzelf als een laat-negentiende-eeuwse kunstenaar heeft laten portretteren voor de flapfoto. Kwaliteit,dat is het enige woord dat past.

Louis Couperus, “Hooge Troeven”

 Beoordeling: 3 sterren

Koningin Alexandra, de gevallen koningin van Liparië, organiseert een groot bloemenfeest ter ere van haar zoon, koning Wladimir, die zijn moeder komt bezoeken. Wanneer Wladimir op het eiland aankomt, ontmoet hij Elena, de hofdame van zijn moeder, weer. Ze worden verliefd op elkaar en Wladimir spiegelt Elena voor dat zij zullen trouwen. Dit terwijl Wladimir is voorbestemd om te trouwen met de dochter van Keizer Othomar.
Alexandra ziet in deze onmogelijke verliefdheid een uitgelezen kans om Wladimir uit de troon te krijgen en zelf in ere hersteld te worden. Na een brief van Alexandra aan de keizer, nodigt deze Wladimir uit en geheel onverwacht wordt de opstandige Wladimir verstandig. Hij laat zijn moeder Elena, die dan weer naar Tracië is gereisd, schrijven dat het huwelijk dat is voorgesteld niet kan doorgaan en Elena keert uiteindelijk terug bij de koningin. Elena lijkt door alle smart zelfmoord te willen plegen, maar hersteld zich en neemt zich voor meer van haar leven te maken aan het hof van Wladimir.

Zowaar, er bestaat een roman van Couperus die ik leuk vind! Na Eline Vere (niet doorgekomen, verschrikkelijk!) en Noodlot (wel uit, maar er gebeurt níéts!) is dit een leuk verhaal. De stijl van Couperus, die ik in de twee eerdere (en ook vroegere) werken storend vond, is hier veel leesbaarder geworden en dat maakt het lezen van dit boek een stuk leuker. Het verhaal heeft zeker naturalistische en fin-de-siècle kenmerken, maar ze liggen er niet zo dik meer bovenop en lijken geen doel op zich. Het gaat in eerste instantie om het verhaal, dat, meen ik, ook meer dialogen en minder uitgebreide beschrijvingen bevat dan de twee eerdere boeken. Kortom: een leuk boek!

Waarom “Friends” de beste comedy ooit is

Ik maakte in 2000 voor het eerst kennis met de televisiecomedy Friends. We waren op reis naar Rome met 4-gymnasium van De Grundel. We reisden met de bus en na ongeveer twintig uur reizen waren we in Zwitserland, bijna in Lüzern waar we zouden pauzeren. Evelien had een videoband (ja, die had je toen nog) van Friends meegenomen en tegen een uur of half elf, vlak voor of na, dat staat me niet meer helemaal bij, The silence of the Lambs, zag ik mijn allereerste aflevering van Friends. Ik was echter nog niet direct verkocht, mede omdat ik doodmoe was en maar half-en-half heb zitten kijken.
Toch had iets in die serie mij geraakt en weer terug in Nederland ben ik zo af en toe toch eens Friends gaan kijken en al snel was ik wél verkocht. Ik kocht uiteindelijk zelf drie videobanden in de laatste twee jaar van de middelbare school en keek regelmatig oude en nieuwe afleveringen op tv en volgde complete seizoenen. En hoewel ik vroeger vrij veel tv keek en ik ook nu nog redelijk op de hoogte ben van wat de televisie biedt op het gebied van comedy, blijft Friends toch het beste dat de Amerikaanse sitcomindustrie ooit heeft voortgebracht.

Ten eerste is Friends een geweldige comedy, omdat er humor op meerdere niveaus en van meerdere typen in zit. Het beste voorbeeld om de meerdere niveaus te illustreren zijn de opmerkingen die Phoebe door de serie heen maakt. Deze kunnen humoristisch zijn omdat ze niet binnen de context van het gesprek passen (“ik snap totaal niet waar ze het over heeft”), maar voor een kijker met een wat bredere kennis zijn deze vaak humoristisch, omdat ze verwijzen naar zaken als kunstgeschiedenis, literatuur of wetenschap.
Voorbeelden van de verschillende typen humor zijn het gooien met water in de aflevering “The One After the Superbowl, Part Two”, het sarcasme van Chandlers grappen, omkeringen zoals een homo die uit de kast moet komen als hetero in de  aflevering “The One With Phoebe’s Husband” en de intellectuele humor van Phoebe.

Naast de humor heeft de serie echter ook een tweede laag, de laag waarop andere emoties een rol gaan spelen. Het verhaal van een aflevering, seizoen of de serie is geen kader om leuk in te kunnen zijn, het maakt deel uit van de serie. In veel andere comedy’s zie je dat de situatie in feite nooit verandert. In verhaalanalytische termen uitgedrukt: de personages in veel comedy’s zijn typetjes. De personages in Friends ontwikkelen zich echter en worden daarmee karakters. Dat geeft de serie veel meer diepgang.

Een ander groot verschil tussen Friends en veel andere comedy’s is de situatie. Dozijnen comedy’s uit de VS (maar ook uit Nederland) hebben een gezin als uitgangspunt. Full House, The Cosby Show, Oppassen, Kinderen geen bezwaar, Everybody loves Raymond, Family Matters, Growing Pains, Fresh prince of Bell Air, All in the family, Family Ties, The Nanny, Roseanne en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Uiteraard zijn er ook veel overeenkomsten aan te wijzen tussen Friends en andere Amerikaanse sitcoms. Friends is niet helemáál uniek. Waar ik zojuist sitcoms opsomde over gezinnen, zo kan ik dat ook doen met sitcoms over vriendengroepen, maar het lijstje is toch korter. En wat onderscheidt Friends dan van deze shows? Met Friends hebben de schrijvers wel een hechte groep mensen weten te scheppen, een groep waar jij je deel van voelt, bijna een gezin, die echter wel de mogelijkheid laat om situaties te creëren die een echt gezin onmogelijk zijn.

Verder is Friends, ondanks dat het een Amerikaanse comedyserie is, niet braaf of preuts. Grappen over seksualiteit, humor die af en toe ook tegen iemand is gericht of (extreem gezegd) ten koste gaat van iets of iemand komen regelmatig voor. Grondtoon van veel van die series is dat iedereen het goed met elkaar kan vinden, er zit een zekere moraal in het verhaal en die ontbreekt (gelukkig!) in Friends.

De kwaliteit van Friends als serie wordt ook ondersteund doordat vele grote acteurs hun opwachting maakten in de serie. Bruce Willis, Robin Williams, Danny DeVito, Chris Isaac, Julia Roberts* enzovoorts. Dit zijn er meer geweest dan in welke sitcom ook en zoiets kan alleen wanneer een serie kwaliteit heeft. Een acteur van naam speelt uiteraard geen gastrol in een derderangs serie.

Friends is uniek in de sitcomgeschiedenis. In het gelukkige bezit van de DVD-box met alle seizoenen, heb ik de serie inmiddels vijf keer gezien en dat zou eigenlijk iedereen moeten doen!
*Zie voor een volledige lijst: http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_gastrollen_in_Friends

Avery Corman, “Kramer vs. Kramer”

Beoordeling: 1 ster

Ted Kramer is een zakenman die zijn werk belangrijker vindt dan zijn gezin. Zijn vrouw Joanna doet het huishouden en zorgt voor hun zoon Billy. Joanna heeft er genoeg van en besluit hem te verlaten. Ted moet nu gedwongen voor zijn zoon en het huishouden gaan zorgen.
Anderhalf jaar later heeft Ted geleerd te leven met zijn nieuwe verantwoordelijkheden. Joanna komt dan haar zoontje terug halen, maar Ted weigert zijn zoon op te geven en dat leidt tot een rechtzaak om de voogdij. Joanna wint de rechtzaak, maar op de dag dat zij Billy mee zal nemen, besluit zij dat Billy’s enige echte thuis bij Ted is.

Ik ben in dit boek niet veel verder gekomen dan de eerste drie hoofdstukken. De flaptekst geeft bijna het complete verhaal al weg, je weet dat Ted uiteidelijk de voogdij over Billy zal krijgen, alleen de weg er heen is nog onbekend. Het is zo standaard en voorspelbaar en het leest als een Ware Woensdagavondfilm van RTL. Ik ga de film zeker nog zien, maar het boek gaat weer de kast in!

Politiek café D66 Nijmegen

WebFM – 5 maart 2008

Beluister HIER mijn bijdrage op WebFM (radiozender in Beuningen) over het politiek café van D66 Nijmegen.