Het magazijn moet uitgemest!

Bestuurlijke vernieuwing in de 21e eeuw

Bestuurlijke vernieuwing en D66 horen bij elkaar, al staat dit onderwerp niet boven aan de agenda. Alexander Pechtold zei hierover: “Ik zeg altijd: dat thema is op voorraad leverbaar, maar het staat nu even niet in de etalage.”*

Bestuurlijke vernieuwing heeft, zeker in de laatste jaren met de nacht van Wiegel en de nacht van Van Thijn, een wat negatieve bijklank gekregen bij veel mensen. De nadruk heeft mijns inziens te veel op de vorm gelegen (gekozen burgemeester, referendum) en veel te weinig op het doel: wat willen we bereiken met deze bestuurlijke vernieuwingen?

Toch zijn discussies over bestuurlijke vernieuwing allerminst afwezig in de politieke arena. Er wordt de laatste jaren, vooral door populistische politici, regelmatig gesproken over de kloof tussen burgers en politici. Zo probeert Rita Verdonk via de website van Trots op Nederland technieken te gebruiken om deze kloof te verkleinen en mensen te betrekken bij haar politiek. Ik denk echter niet dat dit een oplossing is voor het geschetste probleem. Ik denk zelfs dat het probleem dat nu wordt bediscussieerd eigenlijk helemaal geen probleem is.

De kloof

De kloof tussen burgers en politici wordt ervaren als een groot probleem waar vooral de politici iets aan zouden moeten doen. Zij moeten Jip-en-Janneketaal gebruiken, luisteren naar de mensen of direct doen wat mensen in een poll of op een wiki hebben gezegd. Met andere woorden: de politici moeten knielen om op het niveau van ‘de gewone man’ te komen. Dat lijkt mij geen oplossing, maar vooral een belediging.

Andere politici brengen in de discussie vooral het standpunt naar voren dat meer mensen bij de politiek betrokken moeten worden. Meer mensen moeten stemmen, de politiek volgen, lid worden van een politieke partij enzovoort. Van mij hoeft dat echter helemaal niet. Met een vergelijking zal ik dat uitleggen.

Al eerder** heb ik een vergelijking gemaakt tussen een land (gemeente, provincie, continent, planeet) en een vereniging. Als je Nederland ziet als een vereniging kun je de politiek zien als algemene vergadering met een bestuur (regering) en leden (parlement/senaat). Bij de gemiddelde sport- of muziekvereniging is de algemene vergadering één van de slechtst bezochte activiteiten. Zelfs bij een vereniging als D66 komt minder dan 10% van de leden op een algemene vergadering.

Niet iedereen is betrokken bij de organisatorische aspecten van een vereniging, maar de meeste mensen zijn lid om een andere reden. Dat is bij die verenigingen echter geen enkel probleem: het dagelijkse bestuur gaat doorgaans naar behoren en wanneer er een acuut probleem is, weten de meeste leden de algemene vergadering wel te vinden. De kabinetsdeelname van D66 is hier een goed voorbeeld van: meer dan 1500 leden kwamen op het congres, meer dan twee keer zo veel als normaal.

Bestuurlijke vernieuwing

Het is dus niet erg dat maar een klein deel van de mensen geïnteresseerd is in politiek. Wat moet dan het doel zijn van bestuurlijke vernieuwing? Het gaat erom dat het besluitvormingsproces zo in elkaar zit dat iedereen die daar behoefte aan heeft, kan deelnemen en kan controleren wat er gebeurt. Een paar voorbeelden.

Wanneer een busverbinding dreigt te worden verlegd, waardoor een bejaardenhuis niet meer twintig maar tweehonderd meter van de bushalte komt te liggen, moeten deze mensen weten waarom dit gebeurt: welke afwegingen zijn gemaakt? Welke regels zijn er voor dit soort zaken? Is hun belang ook meegenomen in de beslissing?

Wanneer akkerbouwers een deel van hun landbouwgrond braak moeten laten liggen van ‘de Europese Unie’, moeten zij weten wie hier over beslist: het Europees parlement? De Europese raad? De ministers van landbouw?

Bestuurlijke vernieuwing moet zich dus vooral richten op het inzichtelijk maken van besluitvorming. Wie is daarbij betrokken, welke argumenten worden uitgewisseld en op welke manier kunnen mensen invloed uitoefenen op dat proces? Zaken als een gekozen burgemeester, verzwaring van de voorkeursstem of een referendum zijn wellicht goede middelen, maar deze moeten in samenhang worden bezien. Anders wordt bestuurlijke vernieuwing een holle frase zonder werkelijke verbeteringen in de besluitvorming.

D66 moet zich daarom bezinnen op zijn visie op bestuurlijke vernieuwing en binnen een kader concrete middelen herschikken en ontwikkelen. Om Pechtolds vergelijking aan te halen: we moeten ons magazijn eens uitmesten, weggooien wat over de houdbaarheidsdatum is, nieuwe artikelen aanschaffen en een mooi pallet in de etalage zetten!

*http://www.nrc.nl/achtergrond/article1875573.ece/D66_doet_weer_mee%2C_dankzij_Pechtold
**In: Idee; wetenschappelijk tijdschrift D66, jaargang 26, nummer 4 (2005)

Reageren kan via Plein66

Tagged , , . Bookmark the permalink.

Geef een reactie