Ferdinand Bordewijk, “Tijding van ver”

Beoordeling: 2 sterren

Braam Bouwens heeft een goede cariere in de rechterlijke macht achter de rug. Hij is een man van hoog aanzien en reeds enkele jaren met pensioen. Zijn hele leven al is hij gefixeerd geweest op de dood. Hij bereid zich er al jaren op voor.
Op een dag vangt mevrouw Teta (een goede vriendin van hem waar hij dertig jaar geleden een relatie mee gehad heeft) een twaalf jarig meisje op, Hester. Zij is het dochtertje van mevrouw Cercleres, een weduwe van een dronkelap die in een achterbuurt woont. Hester is van huis weggelopen, uit paniek volgens haar moeder, nadat ze door de overbuurman bijna misbruikt is. Er volgt een strijd tussen mevrouw Teta en mevrouw Cercleres die voor de ikinderrechter wordt uitgevochten. Braam Bouwens adviseert hierin mevrouw Teta. De strijd wordt uiteindelijk verloren door zowel Teta als Cercleres en Hester wordt in een gesticht geplaatst.

Hoewel ik hierboven een korte samenvatting van het verhaal geef, heb ik dit verhaal in het geheel niet gelezen. De taal van Bordewijk is zo omslachtig, traag en lastig te verteren dat ik het boek (tegen mijn gewoonte in: ik moet van mezelf toch minimaal tot 1/3 komen) na amper 30 bladzijdes terzijde heb gelegd.

De lastige taal van Bordewijk is an sich niet het probleem: mooi zinnen en barokke formuleringen kunnen een verrijking zijn van een boek, maar voor mij moet er naast een mooie vorm ook een aangename en boeiende inhoud zijn; de vorm verwordt anders tot gebakken lucht en dat is helaas het geval bij Tijding van ver. Prachtig geschreven, maar met zo weinig inhoud dat het aanschouwen van de prachtige taalconstructies na 30 bladzijdes echt wel voldoende is geweest.

Tagged , , , , , . Bookmark the permalink.

Geef een reactie